Geen jeuk? Aha, dan is de baby nog kaal!

Zwangerschap is niet alleen een vrouwenhobby. Van afstand steken wildvreemde mannen hun duim op. Tips heeft iedereen: draag je haar los, dat houdt spoken weg.

Bij de eerste bolling van mijn buik hadden de buurvrouwen het al door. En denk maar niet dat ze beleefd de andere kant op keken en wachtten tot ik het blijde nieuws zelf zou brengen.

Van ver begon mevrouw Sri al naar mijn buik te wijzen en te roepen: „Hey, ben je nu zwanger? Alhamdulillah!”

In de ogen van de buurt had het eindeloos geduurd. Aangezien samenwonen hier niet geaccepteerd is (‘samenhokken als karbouwen’, noemt men dat) hadden mijn vriend en ik aan iedereen verteld dat we nét getrouwd waren, toen we in de straat neerstreken.

Maar nu waren we alweer drie jaar verder en dat eerste kind was er nog steeds niet. Bezorgd begonnen vrouwen te vragen of er misschien ‘familiefactoren’ in het spel waren. Taxichauffeurs vertelden me dat hun vrouw óók maar niet zwanger wilde raken, en hoe erg ze dat vonden.

Anticonceptie is compleet geaccepteerd, bij veel Jakartanen zit er wel vijf jaar tussen hun kinderen in. Maar die eerste hoort snel te komen.

Nu het dan zover is, houden de buikwatchers me scherp in de gaten. Allerlei theorieën worden erop losgelaten. Al die vlekken op je hals? Een streep boven je navel? Liever vlees eten dan groente? Dat wordt zeker een jongetje!

Een ander valt weer op dat ik naar de kapper ben geweest en iets meer make-up gebruik: dat doen vrouwen juist als ze een meisje verwachten.

Wie denkt dat zwangerschap een vrouwenhobby is, heeft het mis. Ook wildvreemde mannen roepen me vanaf de overkant van de straat om op mijn buik te wijzen en hun duim op te steken. Mijn vriend werd door de sigarettenboer voor het eerst gecomplimenteerd met zijn ‘goede echtgenote’.

En dat ik nog zo actief ben! Vorige week ging ik ’s avonds boodschappen doen. „Helemaal alleen?” vroeg de mevrouw van de warung soto bezorgd, om vervolgens verlegen vast te stellen dat het bij buitenlandse mensen toch wel heel anders is.

Wat er mis is met nachtelijke uitstapjes, wilde ze niet zeggen. Intussen heb ik van mijn hulp gehoord dat er na donker kuntilanaks rondwaren, oftewel de geesten van vrouwen die zijn gestorven in het kraambed en die er nu op uit zijn mijn kind te stelen.

Gelukkig is er een remedie, voor als ik echt de deur uit moet: als ik mijn haar los draag, kunnen spoken me niet volgen.

Mijn 23-jarige hulp, die op haar zeventiende haar zoontje kreeg, is sowieso een bron van kennis op dit gebied. Al twijfelt ze soms of een zwangerschap van buitenlanders wel hetzelfde is als op het platteland van Java, waar ze vandaan komt. Zo zijn vrouwen daar ook wel tien of elf maanden in verwachting.

Zwangere vrouwen mogen op het platteland niet naar de markt, zegt ze, want daar hangen vrouwen rond die zelf geen kind kunnen krijgen. Zij strooien dan bloemen rond, en als ik daar op ga staan, verhuist de baby van mijn naar hun buik.

Zo moet ik nu ook mijn blik afwenden bij gehandicapten. Want als je naar hen kijkt, kan de baby ook zo worden!

Nee, toen zij zelf zwanger was, kon ze eindeloos staren naar mooie mensen, liefst met een witte huid.

Ze waarschuwt me dagelijks dat ik niet van boven naar beneden over mijn buik moet krabben, want daar krijg je striae van. En dat is toch zonde, „want jij houdt van het strand en dan kan je geen bikini aan”.

Ik antwoord dat ik nooit over mijn buik krab, want ik heb helemaal geen jeuk. Geen jeuk, aha! Een nieuwe aanwijzing: de baby is nog kaal.

Elske Schouten