Falende Sojoez toont lacunes ruimteprogram

De mislukte lancering deze week van een Sojoez laat pijnlijk duidelijk zien hoe afhankelijk de ruimtevaart van de Russen is geworden. Gaat André Kuipers nog?

Honderden keren ging het goed, maar afgelopen woensdag mislukte de lancering van een Russische Sojoez-raket. Vijf minuten en twintig seconden na vertrek stortte de derde trap neer, met aan boord het ruimtevrachtschip Progress. Het vrachtschip had een lading van 2.670 kilo brandstof, zuurstof, water en voorraden moeten afleveren bij het Internationale Ruimtestation ISS, maar plofte neer nadat de motor van de derde rakettrap om onbekende redenen uitschakelde.

Honger lijden hoeven de zes astronauten aan boord van het ISS daardoor niet. Het ruimtestation, in juli nog stevig bevoorraad door de laatste Space Shuttle Atlantis, kan tot maart 2012 zonder nieuwe voorraden.

Maar het ongeval brengt wel pijnlijk aan het licht hoe sterk de ISS-partners Europa, Canada, Japan en de Verenigde Staten afhankelijk zijn van de Russen. Niet zozeer voor vrachtvervoer, want er zijn ook Europese en Japanse ruimtevrachtschepen. Maar de Sojoez-raket is de enige beschikbare raket om astronauten naar het ISS te brengen, nu de Space Shuttle met pensioen is. Op de Chinese Shenzhou na, maar tussen China en de ISS-partners is geen enkele samenwerking.

Terwijl de Russen nog op zoek zijn naar het wrak in de bossen van de dunbevolkte Altai-regio, waar een enorme klap is gehoord, zijn alle Sojoez-vluchten opgeschort. Inclusief een bemande vlucht naar het ISS op 22 september en mogelijk ook de vlucht van de Nederlandse astronaut André Kuipers op 30 november.

Amerikaanse politici, toch al rouwig om het verlies van NASA’s bemande toegang tot de ruimte, sprongen boven op het ongeluk. Twee Republikeinse senaatsleden wezen nog eens op het belang van het Space Launch System (SLS). Dat is de beoogde opvolger van de Space Shuttle: een raket waarvoor NASA de precieze plannen nog altijd niet heeft onthuld, maar die wel minstens 38 miljard dollar gaat kosten. Een Republikeins congreslid wil juist snel honderden miljoenen dollars bestemd voor SLS overbrengen naar het NASA-programma dat de commerciële ruimtevaartsector voor ruimtechauffeursdiensten betaalt.

Ook voor de Russen is het ongeluk pijnlijk. Bij een reeks mislukte lanceringen gingen eerder al vier satellieten verloren, de laatste op 18 augustus. Maar daarbij ging het steeds om de Protonraket, niet om de als oerdegelijk beschouwde Sojoez, waarvan het ontwerp teruggaat op de R7-raket die in 1957 de Spoetnik de ruimte inschoot.

Toch zegt Bernardo Patti, hoofd van het ISS-programma van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, zich nog geen grote zorgen te maken. „Een nachtmerriescenario waarin het maanden gaat duren, lijkt mij niet heel waarschijnlijk. Dit type Sojoez heeft al honderden succesvolle vluchten gemaakt [745, red.], dus is het uitgesloten dat het om een ontwerpfout gaat, waarbij je de raket opnieuw zou moeten ontwerpen. Je denkt eerder aan een fabricagefout in een onderdeel, of aan een probleem bij de kwaliteitscontrole, iets wat meestal gemakkelijker op te lossen is.” Patti verwacht dat het Russische onderzoek binnen weken meer duidelijkheid oplevert. „Als het defect nog voor eind oktober aan het licht komt en relatief gemakkelijk te verhelpen is, hoeft Kuipers’ vlucht niet uitgesteld te worden.”

Voorzover Patti weet worden twee oorzaken vermoed. Een defect aan een pomp om kerosine in de verbrandingskamer van de raketmotor te pompen, of een fout in de sensor die controleert of die pomp nog naar behoren werkt. „Maar het is nu eerst aan de Russen zelf om uit te zoeken wat er misgegaan is, in het verleden hebben ze dat ook in alle openheid gedaan.” In het Duitse weekblad Der Spiegel drong Johann-Dietrich Wörner, hoofd van de Duitse ruimtevaartorganisatie DLR, juist wel aan op een internationaal onderzoek. „We kunnen het niet alleen aan de Russen overlaten.”