Een prins tussen het bordkarton

Cover van het boek Landschap tussen alles of niets van Steven van Watermeulen

Steven van Watermeulen: Landschap tussen alles of niets. De Geus. 224 blz. € 18,90

De eerste zin klinkt als een dichtregel. ‘De kerktoren staat stram in mijn oude landschap geschroefd.’ Zo begint de autobiografische roman Landschap tussen alles of niets, van acteur Steven van Watermeulen. Het is het Vlaamse landschap van zijn jeugd, waar hij zich nooit helemaal op zijn gemak voelde tussen de boerenjongens. Al jong wist hij dat hij er niet bij hoorde: ‘een prinsje in een vergeten straat’. Het dorp was voor hem niet gewoon een dorp, maar ook ‘een bordkartonnen decor’ en ‘een papieren theatertje’.

In Landschap tussen alles of niets laat Van Watermeulen verschillende scènes zien uit het leven van zijn jongere ik. Steeds blijkt dan weer hoe uitzonderlijk hij was. Geen normale baby, maar een ‘tienmaandskind’. Geen argeloze puber, maar een jongen die graag ingezeept wil worden door ‘grote mannenhanden’. Geen doorsnee acteur-in-opleiding, maar eentje die ‘summa cum laude’ afstudeert en er meteen wordt uitgepikt door ‘oma Kip’, een vinnige, nymfomane theatergoeroe op leeftijd. Geen jongeman met normale betrekkingen, maar een seksverslaafde die zijn slachtoffers oppikt in darkrooms en plantsoenen. Het is een wonder dat hij toch nog de ware Jacob (Oscar van den Boogaard) vindt om mee te trouwen.

Alles of niets – dat lijkt hier de grote kwestie te zijn, die ook in de titel weerklinkt. Wat staat een toneelspeler te doen? Een heus leven leiden of alleen maar acteren? Totale overgave aan zijn roeping (‘maar een overgave aan wat?’) of koel maakwerk? Gaat het om zoiets als waarheid, of valt de essentie toch al nooit te betrappen? En moet een toneelspeler dansen naar andermans pijpen of kan hij beter zijn eigen plan trekken?

Dit soort vraagstukken legt Van Watermeulen zichzelf steeds opnieuw voor, zonder dat hij tot klare inzichten komt. Of misschien zijn die inzichten er wel, maar kan ik ze niet terugvinden, in de enorme wirwar die hij opwerpt van feit en fictie, gedachtenflard en gebeurtenis, heden en verleden, liefdesverwikkeling en relatieprobleem.

Een andere hindernis vormen de onheldere formuleringen. Als het niet zo voor de hand lag, zou je ze theatraal kunnen noemen. ‘Waarschijnlijk liggen in mijn personages uitvalshoeken naar schamele wegen om aan de wil van mijn achterban te ontsnappen’, meldt Van Watermeulen over zijn acteurschap. Wat hij met uitvalshoeken bedoelt, met schamele wegen of met zijn achterban is onduidelijk. Vaak ook zegt Van Watermeulen op een omslachtige manier helemaal niets. ‘Keuzes zullen er altijd gemaakt moeten worden, maar waartoe blijft aan ons de keuze.’

Als aan mij de keuze wordt gelaten wat ik vind van Landschap tussen alles of niets, dan zeg ik: vlees noch vis. Dit is geen roman, geen zelfportret, geen dagboek, maar een losse verzameling herinneringen, ervaringen en overwegingen – van iemand die speelt dat hij schrijver is.