Boek, papier, sigaret en de dood

In een nieuwe biografie van Joseph Brodsky wemelt het van de kleine essays, treffende details en aardige momenten. Alles helder en degelijk.

Joseph BRODSKY (1940-1996).Russisch dichter en schrijver.Russian born writer and poet. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==B/W==Paris, France, 25 oktober 1988 ©Vincent Mentzel 2008

Lev Loseff: Joseph Brodsky.A literary life. Translated by Jane Ann Miller. Yale University Press, 334 blz. €30,50

Het is nog steeds een ongelooflijk verhaal. Een jonge dichter wordt in 1964 in Leningrad gearresteerd en moet voor de rechter verschijnen. Hij wordt beschuldigd van – ja, van wat eigenlijk? Van ‘parasitisme’, onder meer. En van het zondigen tegen de gebruikelijke gang van zaken. De 23-jarige dichter heet Joseph Brodsky en is nog volslagen onbekend. Hij is op zijn vijftiende van school gegaan, uit vrije wil, en hij heeft zich daarna met wisselende baantjes in leven gehouden. Hij is leerling-machinist geweest, assistent in het lijkenhuis, stoker in het badhuis, vuurtorenwachter, portier, hij heeft deelgenomen aan geologische expedities – en nog veel meer. Van uitvreten en luiheid kan hij dan ook moeilijk beschuldigd worden. Maar wel van onaangepastheid en eigenzinnigheid. En dan schrijft hij ook nog eens gedichten.

Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom hij nu precies voor de rechter moest verschijnen. Zijn gedrag was niet voorbeeldig. En hij had wat verdachte contacten. Er was een nieuwe anti-parasitisme-wet en men zocht een zondebok. En er werd door ene Yakov Lerner een hetze tegen hem gevoerd. Het leverde een absurd proces op, met absurde dialogen tussen een nijdige rechter (‘En wie heeft je gezegd dat je een dichter bent? Wie heeft je tot dichter benoemd?’) en de kalme verdachte (‘Niemand. Wie heeft me tot mens benoemd?’)

Het proces leidde tot een buitensporige veroordeling: vijf jaar strafkamp. De zaak werd door vrienden van Brodsky bijgewoond en de ondervraging werd letterlijk opgetekend. Het verslag zorgde in Rusland voor de nodige ophef onder collega’s. Het verslag belandde ook in het westen en kreeg ook daar veel aandacht. Dit was Kafka – het individu vermalen door het systeem. Brodsky werd het symbool van de onbegrepen dichter. Later ging zelfs Jean-Paul Sartre zich ermee bemoeien.

Reconstructie

Zo werd Brodsky’s verbanning verkort. Na anderhalf jaar kwam hij weer vrij: beroemd voordat iemand een gedicht van hem had gelezen. De gang van zaken rondom het proces is in zijn geheel na te lezen in de biografie van Lev Loseff, met een uitgebreide reconstructie van de voorgeschiedenis, met gebruikmaking van nieuwe bronnen, nieuwe getuigenissen, nieuwe verklaringen van Brodsky zelf en nieuwe naspeuringen naar de nawerking ervan in West-Europa. Lev Loseff (1937–2009) was een vriend van Brodsky (1940-1996). Hij was dichter, criticus en literatuurwetenschapper en ook van Rusland naar Amerika uitgeweken. Zijn biografie verscheen in 2006 in het Russisch, en is nu in het Engels vertaald, door Jane Ann Miller.

Er zijn veel opmerkelijke episoden in het leven van Brodsky. Zoals het rare verschijnsel dat er in 1965 in New York al een dichtbundel van hem verscheen, samengesteld uit samizdat-bronnen, zonder dat hij het wist, terwijl het hem niet lukte in Rusland een bundel uit te brengen. Hij werd daar tegengewerkt, en hij wenste zich trouwens ook niet aan de heersende ideologie aan te passen. Of neem het feit dat hij in 1972 heel snel het land werd uitgezet, terwijl hij zelf, ondanks zijn slechte ervaringen, nog wel wilde blijven. Of neem het wonderlijke verschijnsel dat hij erin slaagde in zijn nieuwe taal, het Engels, heel snel een groot essayist te worden. Hij, voormalig ‘parasiet’, werd in zijn nieuwe vaderland, Amerika, succesvol en rijk: docentschappen, literaire prijzen, eredoctoraten. Hij werd Poet Laureate. Hij won de Nobelprijs. En overleed veel te jong.

Stof genoeg voor een biografie. Maar het belangrijkste van een leven voltrekt zich vaak niet in de grote openbare gebeurtenissen, maar achter de schermen. Wezenlijker dan het krankzinnige proces tegen Brodsky is dat hij op hetzelfde moment werd bedrogen door zijn vriendin Marina Basmanova en zijn beste vriend Dmitri Bobisjev. Toen hij daar achter kwam, sneed hij zijn polsen door, maar hij werd op tijd gevonden.

Het bijzondere van Brodsky’s leven is dat zijn verbanning dan juist weer allerlei idyllische momenten oplevert. Anderhalf jaar zit hij in Norenskaja, in een werkkamp, aan de poolcirkel. De omstandigheden zijn er zwaar, maar hij vindt er een leeg huisje en hij gaat verder met zichzelf Engels leren. In een bloemlezing uit de Engelse poëzie vindt hij een paar regels die hem midden in het hart treffen. ‘Time worships language’ leest hij. Hier is iemand die net als hij nadenkt over de verhouding tussen tijd en taal. Die dichter uit dat verre land met die verre taal kan niet anders dan een geestverwant zijn: W.H. Auden. Hij beleeft het als een openbaring.

Dit is zo’n moment waarop Loseff overstapt van levensbeschrijving naar een verhandeling over de overeenkomsten tussen Auden en Brodsky. Zo gaat het vaak in deze biografie. Passages over leven en werk wisselen elkaar af. Telkens geeft het leven aanleiding tot een essayistische uitweiding: over afzonderlijke gedichten van Brodsky, of van anderen, over de Russische poëzie, het Engels van Brodsky, de verschillen tussen het Russisch en het Engels, ritme, politiek, erotiek, filosofie en religie – eigenlijk te veel om op te noemen. Alles helder en degelijk en interessant. Dit boek over Brodsky is dus, behalve een biografie, ook een stevig essay – of liever: een verzameling van vele korte essays. En steeds keert Loseff van het werk weer terug naar het leven, en steevast zijn er dan verrassingen.

Discreet

Brodsky schrijft met veel eerbied over Auden, maar hij heeft er ook plezier in om, als hij Auden eenmaal ontmoet heeft, in een prachtige brief aan Loseff uitvoerig uit de doeken te doen hoe de oude Auden zich al drinkend door de dag heen helpt. En Loseff, hoe discreet en gedistantieerd verder ook, heeft er geen moeite mee om ons dat nu eens mee te laten lezen.

Dit is maar één voorbeeld. Het wemelt hier van de aardige momenten. Loseff heeft een goed oog voor het treffende detail, de veelzeggende anekdote, het mooie citaat. In 1969 liet Vladimir Nabokov vanuit Montreux een spijkerbroek bezorgen bij Brodsky in Rusland. Nog zo’n sprekend feit: Brodsky schreef liever met vulpen dan met balpen en gebruikte alleen maar zwarte inkt. Toen hij net in Amerika woonde nam hij vliegles, omdat hij nog altijd de kinderdroom koesterde om te kunnen vliegen, maar hij kreeg te veel last van duizelingen. In de laatste jaren van zijn leven begon hij Chinees te studeren.

Verder vinden we hier geen sensatieverhalen, geen sappige details. Het is veelzeggend dat Loseff zich in het laatste hoofdstuk nog een lange, twaalf pagina’s tellende uiteenzetting veroorlooft over de leegte in de poëzie van Brodsky, en wat anderen daarover hebben gezegd. Pas op de allerlaatste bladzijde keert hij weer terug van het werk naar het leven – dat wil zeggen: naar de plotselinge dood van Brodsky. Daarna nog een alinea over de begrafenis, en de tekst op zijn grafsteen. Kort, sober, discreet. Maar de man met oog voor het detail verloochent zich niet. Loseff meldt nog wel even dat Brodsky gevonden werd terwijl de Greek Anthology, Loeb-editie, opengeslagen op tafel lag. Dat wil ik graag weten. En dit ook: er lag een sigaret naast. En een leeg vel papier.

    • Guus Middag