Bestaat die onvrede wel?

Het kan niemand zijn ontgaan: de burger is boos. Waarom is hij boos? Als een plaat met een kras worden de analyses in kranten en talkshows eindeloos herhaald. De traditionele partijen hebben het immigratieprobleem jarenlang laten versloffen. De burger heeft het gevoel dat de politiek niet luistert naar de man in de straat. Er zijn geen sterke leiders meer.

Toch kun je volgens drie onderzoekers van de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur niet spreken over hét wantrouwen jegens dé democratie. Of, zoals zij het zelf stellen in hun deze week verschenen Legitimiteitsmonitor Democratisch Bestuur: „De legitimiteit van het democratische bestuur is niet tot één waarde terug te brengen.” De onderzoekers bundelen in hun rapport een groot aantal onderzoeksstatistieken van de afgelopen decennia over de tevredenheid met het democratische bestuur in Nederland. Het rapport valt te lezen als een correctie op de onheilsverhalen over de legitimiteitproblemen van de democratie. Want heel veel gebieden van het democratische bestuur scoren, ook internationaal gezien, behoorlijk hoge tevredenheidscijfers.

Op bijna alle terreinen staat de Nederlandse democratie er rooskleurig voor, concluderen de onderzoekers uit Tilburg. Het parlement. De lokale overheden. Ambtenaren. En de instelling die democratische besluiten uitvoeren of controleren, zoals de Belastingdienst, de politie, de rechterlijke macht en zelfs de pers. Ze kunnen op enorm veel vertrouwen van burgers rekenen. Minder dan 10 procent van de Nederlanders gelooft dat ambtenaren corrupt zijn, internationaal gezien een erg hoge score.