Zoveel fouten: het dorp is wat gewend, maar toch

Dat chemische luchtje hoort bij Moerdijk, vinden ze in de omgeving. Ze zijn wel wat gewend. Maar dat er rondom de brand bij Chemie-Pack zo ontzettend veel misging?

Arie van Ree is verbaasd. In zijn kroeg, Het wapen van Strijen, staat de hele dag RTL Z aan – zo kreeg hij het nieuws mee over het onderzoeksrapport van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. „Wat wij hier in de horeca allemaal wel niet voor veiligheidsvoorschriften hebben”, zegt Van Ree. „Hoe kan de veiligheid op een van de grootste industrieterreinen van Nederland dan zo slecht geregeld zijn?” De grootste fout volgens de kroegbaas: „Dit gebied telt zeventien gevaarlijke bedrijven, maar heeft geen gespecialiseerde bedrijfsbrandweer. Niemand van de reguliere brandweer had verstand van chemische branden.”

Strijen ligt op enkele kilometers afstand van het bedrijventerrein, aan de overkant van het Hollands Diep, in de Hoekse Waard. Hier trok de rook naartoe toen de brand bij Chemie-Pack was uitgebroken.

In het nabijgelegen Strijensas zit Aad Fortuin (75), de oudste bewoner van het dorp, op het terras van café-restaurant Nooit Gedacht. „Ik hoor dat Moerdijk een aparte brandweerkazerne krijgt”, zegt hij. „Maar die kazerne had er natuurlijk al voor de brand moeten wezen.”

Fortuin heeft het gebied door de jaren heen zien veranderen. De grienden aan het Hollands Diep, waar hij als houthakker werkte, maakten in de jaren zeventig plaats voor de chemische installaties van Shell. Er kwamen steeds chemische bedrijven bij. „Telkens stak er weer een nieuwe schoorsteen boven de dijk uit.” Inmiddels is het industrieterrein in Moerdijk een van de grootste van Nederland voor chemische en zware industriële bedrijvigheid.

Ondanks de verbazing over de uitkomsten van het onderzoeksrapport, lijken de meeste bewoners het leven onder de rook van Moerdijk te accepteren zoals het is. „’s Nachts hangt er hier altijd een chemisch luchtje”, zegt Marian Spruit, de eigenaresse van het restaurant Nooit Gedacht. „Je went eraan.” En Rinke Mol, al vijfendertig jaar de enige kapster in Strijen, verklaart: „We zijn hier nogal nuchter. Van stemmingmakerij en opgeklopt gedoe moeten we hier niks hebben.”

En dat er fouten gemaakt zijn, dat wisten Strijenaren al lang. Een van hen is Koos Dekker. Een chemische brand hoor je niet te blussen met water, constateerde hij al bij de informatiebijeenkomst in de sporthal van Strijen, daags na de brand bij Chemie-Pack van 5 januari. En waarom duurde het zo lang voordat de gespecialiseerde hulpdiensten aanwezig waren? En de burgemeester, waar was die al die tijd?

Het landbouwbedrijf van Dekker ligt ten zuiden van Strijen, aan het Hollands Diep. Hij doet in spruiten, aardappelen, knolselderij, tarwe en suikerbieten. Hij leed in januari 350.000 euro verlies omdat hij zijn gehele spruitenoogst kon weggooien. Een „sukkel van een ambtenaar” had een monster genomen van de berm. Wat bleek? Duizendmaal de toegestane hoeveelheid lood. Maar in die berm moet een oude accu hebben gelegen, of zoiets, want het eigen grondonderzoek dat Dekker heeft laten verrichten, bracht geen verhoogde waarden van gevaarlijke stoffen aan het licht. Geen afnemer kwam meer zijn spruiten ophalen. En hij kreeg slechts 130.000 euro vergoed.

Het eerste wat Dekker dacht, toen hij gisteren hoorde over de gemaakte fouten? „Nu kunnen ze de rest van de spruiten ook wel vergoeden.”

    • Reinier Kist