Zijn satire provoceert regime Assad

Ooit werd de Syrische cartoonist Ali Farzat met de dood bedreigd door Saddam Hussein. Vannacht werden hem de handen gebroken.

Farzat spreekt iedereen aan, volgens de jury van de Prins Clausprijs 2002.

De internationaal bekende Syrische cartoonist Ali Farzat is vannacht ontvoerd en mishandeld door gemaskerde leden van de veiligheidsdienst en pro-regeringsmilities. Die zouden zijn handen hebben gebroken.

Volgens lokale mensenrechtenactivisten zou Farzat (60), die in 2002 de Prins Clausprijs ontving voor zijn oeuvre, omstreeks half twee op het Omayadenplein midden in Damascus zijn ontvoerd door gewapende mannen. Later is hij uit de auto gegooid.

Volgens de mensenrechtengroep hebben de aanvallers de inhoud van zijn koffertje gestolen, met name zijn tekeningen en andere persoonlijke spullen. „Zij hebben hem langdurig geslagen, speciaal op zijn handen. Voorbijgangers vonden Farzat op de weg naar het vliegveld en hebben hem naar het ziekenhuis gebracht.” In een persbericht hebben de activisten bekend gemaakt dat zij de Syrische veiligheidsdiensten volledig verantwoordelijk achten voor wat er met Farzat is gebeurd. „Des te meer omdat hij ogenblikkelijk een operatie aan zijn ruggegraat moest ondergaan.”

Ook het in Londen gebaseerde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldt dat een groep gewapende mannen Ali Farzat „heeft ontvoerd en mishandeld”.

In december 2000 richtte Farzat, voorzitter is van de Arabische Cartoonisten Organisatie, het satirische tijdschrift al-Domari op. In zijn cartoons neemt Farzat de bureaucratie, corruptie en hypocrisie van de regering en de welvarende elite op de hak. Zijn kritiek richt hij op types en niet zozeer op specifieke personen. Zijn tentoonstelling in 1989 in het Institut du monde Arabe in Parijs kwam hem op een doodsbedreiging te staan van Saddam Hussein en een verbod van zijn werk in Irak, Jordanië en Libië. De meest controversiële tekening vertoonde een generaal die versierselen uitdeelt in plaats van voedsel aan een hongerende Arabische burger. Ook al leverde zijn werk hem in 2002 de Prins Clausprijs op, in 2003 zag hij zich genoodzaakt te stoppen met de uitgifte van al-Domari, vanwege de veelvuldige censuur door de regering en een tekort aan financiële middelen.