Wanneer mag de politie schieten?

De politie is bevoegd om geweld te gebruiken om haar taak uit te oefenen: de handhaving van de rechtsorde. In werkelijkheid gebruikt de politie vooral geweld bij de aanhouding van verdachten. Een agent mag schieten bij de aanhouding van een persoon die wordt verdacht van een serieus misdrijf. Dat zijn vooral geweldsmisdrijven, waar een celstraf van vier jaar of meer op staat.

Een agent mag zijn vuurwapen ook gebruiken als er sprake is van inbreuk in de persoonlijke levensfeer, zoals bij een inbraak in een woning.

De politie moet ‘proportioneel’ en ‘subsidiair’ geweld gebruiken. Dat betekent dat het geweld in verhouding moet staan met de situatie en het misdrijf. Als een verdachte zich verzet tegen aanhouding of op de vlucht slaat mag een agent ook zijn vuurwapen gebruiken. Verder mag een agent zijn pistool trekken bij de aanhouding van iemand die ‘vuurwapengevaarlijk’ is, ook als die persoon op dat moment slechts een fiets aan het stelen is.