Troosten met de smeekbeden van de Profeet

Ayse Türk biedt niet alleen troost aan moslimpatiënten die met levensvragen zitten.

Zij overbrugt ook de culturele verschillen met autochtone artsen.

Illustratie Tomas Schats

Het is halverwege de middag, midden in de ramadan, maar het vasten is Ayse Türk (28) niet aan te zien. Ze werkt als geestelijk verzorger in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Vooral voor patiënten met een moslimachtergrond.

„Dit is echt mijn vak”, zegt ze enthousiast. „Een geestelijk verzorger stapt onverwacht binnen in het leven van een mens. Het is prachtig om in korte tijd een vertrouwensband op te bouwen. Anders dan bij een arts mogen ze bij mij alles en hoeven ze niets. Ze hoeven niet bang te zijn voor wat ze vertellen. Ik sta dicht bij ze, maar ik ben geen familie, dus ik kan ook niet gekwetst worden door wat er gezegd wordt.”

Wie voor langer dan een dag in een ziekenhuis, verpleeginrichting of andere zorginstelling terechtkomt, heeft niet alleen recht op adequate medische verzorging, maar ook op geestelijke bijstand door gekwalificeerde mensen. Dat staat in de wet. Daarom hebben instellingen dominees, pastors, humanistische raadslieden, rabbijnen en de laatste jaren ook hindoeïstische, boeddhistische en islamitische geestelijke verzorgers beschikbaar.

Het van huis uit rooms-katholieke Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam had al twee katholieke pastores en een predikant in dienst. Sinds enige tijd is er ook een moslim geestelijk verzorger – niet zo vreemd gezien de samenstelling van de Amsterdamse bevolking. Als zingevingsvragen aan de orde zijn, vragen van leven en dood, dan gaat het contact het beste als mensen worden aangesproken in hun eigen religieuze taal. Voor veel allochtonen is dat de taal van de islam.

Natuurlijk staan de geestelijk verzorgers in beginsel open voor iedereen. Maar ze verrichten hun werk wel op basis van hun levensovertuiging. Ayse: „Ik ga niet toneelspelen door een stukje uit de Bijbel te lezen, het Onze Vader te bidden of door een zieke te zegenen. Dat is het werk van mijn katholieke en protestantse collega’s. Andersom kan een collega vanuit een andere denominatie geen Koran reciteren of rituele wassing doen.”

Ayse, die de opleiding tot moslim geestelijke verzorger volgde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, doet hetzelfde werk als haar collega’s en is eerste aanspreekpunt bij kindergeneeskundige, neonatologie, kraam- en verlosafdeling, zoals haar collega’s weer andere afdelingen onder hun hoede hebben. In de rest van het ziekenhuis bezoekt ze moslimpatiënten op wie ze geattendeerd wordt door artsen of verpleegkundigen. Dan komen haar specifieke kennis en achtergrond het meest tot hun recht. Ze biedt moslimpatiënten troost door te reciteren uit de Koran. „Bij bepaalde hoofdstukken hebben mensen een vertrouwd gevoel, zoals de smeekgebeden van de Profeet zelf toen hij in moeite verkeerde, of gedeeltes waarin om vergeving wordt gevraagd. Daar put men kracht uit. Ik ben ook getraind in islamitische rouwrituelen. Op de afdeling neonatologie overlijden soms kleine kinderen. Het ritueel wassen en inwikkelen van het overleden kind is heel belangrijk voor de verwerking. Dat hebben we in de opleiding geleerd. Je moet weten wat je doet en vooral de moeder bij alles betrekken, ook als ze afstand lijkt te willen houden. Dat is mooi werk waar je ook veel voor terugkrijgt.”

Ze vangt moslimpatiënten ook op als ze een slechtnieuwsgesprek met hun arts hebben gehad. Soms is ze zelfs aanwezig bij die gesprekken. Ze helpt ook mensen keuzes te maken: „Zo kwam ik bij een moslimmoeder met een pasgeboren kind dat was overleden. De hele familie drong aan op obductie om de doodsoorzaak vast te stellen. De moeder ging daarin mee, maar ik merkte dat ze het eigenlijk niet wilde. Vlak voor de obductie zou plaatsvinden, zei de moeder toch nee. Ze wilde graag dat het kind gaaf en ongeschonden begraven zou worden. Ik stuur dan absoluut niet naar een beslissing toe. Het moest haar keus zijn. Ik zeg ook nooit: dat mag niet van de islam. Ik laat de mogelijkheden zien. De mens moet zelf de keus maken, want hij is zelf verantwoordelijk tegenover God. Als geestelijk verzorger kun je dan geloofsvragen ophelderen.”

Tegenstellingen tussen de diverse richtingen binnen de islam spelen nauwelijks een rol bij het werk in het ziekenhuis: „Soennieten en sji’ieten kunnen eindeloos ruziën en discussiëren over hun onderlinge verschillen. In Nederland, en zeker in een ziekenhuis, vallen dergelijke tegenstellingen helemaal weg. De islam wordt als één geloof ervaren, de onderlinge verschillen zijn hier minder groot dan in het land van herkomst. Ik kijk overigens wel van tevoren van welke richting iemand is. In mijn aanpak probeer ik zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de stroming waar hij of zij bij hoort. Er zijn verschillen in de manier van bijvoorbeeld het bidden in verschillende stromingen. De ene stroming is daar strikter op bepaalde gebieden dan de andere. Het is wel handig als je daarmee rekening houdt.”

Dat ze een vrouw is, blijkt geen belemmering. Ayse: „De moeite met de positie van de vrouw ligt ook eerder op het culturele vlak dan in het religieuze. Ik ben nog nooit door een moslim weggestuurd omdat ik een vrouw ben. Ik kreeg zelfs een man doorverwezen van de seksuoloog, omdat er in het gesprek over zijn problemen duidelijk religieuze zaken en zingevingsvragen meespeelden, waarvoor begeleiding nodig was. Ook intieme zaken blijken dan ter tafel te kunnen komen.”

Ayse geeft niet alleen geestelijke zorg aan moslims, zij overbrugt ook culturele verschillen tussen autochtone artsen en allochtone patiënten. „Als een allochtone patiënt goed Nederlands spreekt, kan de communicatie toch wringen door de betekenis die begrippen of situaties voor hem hebben. Laatst was hier een patiënte van midden twintig, goed geschoold, hoogopgeleid. Ze had kanker. Ze begreep wat er gezegd werd, maar het feit dat ze kanker had werd haar zo rechtstreeks meegedeeld, dat ze het niet kon accepteren. Ze vond de arts te open, te direct. De allochtone patiënt, hoe Nederlands hij ook lijkt, verwacht op zo’n moment een andere betrokkenheid van de arts. De arts zag wel dat zijn boodschap niet landde en schakelde mij toen in.”

Patiënten die deze maand in het ziekenhuis liggen zijn in principe vrijgesteld van de ramadan. Toch willen ze graag vasten, merkt Ayse vrijwel dagelijks. „Ze willen de ramadan en de saamhorigheid die daarbij hoort, niet missen. Ook mensen die de rest van het jaar niet zoveel doen aan het geloof, komen in zo’n periode tot bezinning. De spiritualiteit is intenser. Vasten kan soms wel, maar vaak ook niet – anders lagen die mensen niet in het ziekenhuis. Als het echt problemen geeft, dan word ik er bij geroepen. Ik laat ze dan vertellen waarom ze zo graag met de ramadan mee willen doen. Ik wijs er op dat de islam ook spreekt over de noodzaak goed voor jezelf te zorgen. Ik citeer verzen uit de Koran en geef aan dat je ook iets vervangends kunt doen: een andere keer vasten, of aalmoezen geven. Het gaat er in zo’n gesprek vooral om dat je de emoties van de islamitische patiënt de ruimte kan geven.”

    • Herman Amelink