Snelle beloftes rond Moerdijk

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) was er gisteren snel bij. Terwijl de resultaten van de onderzoeken naar de grote brand die op 5 januari woedde op het industrieterrein in Moerdijk nog aan de openbaarheid moesten worden prijsgegeven, had hij zijn reactie al klaar. Alle aanbevelingen van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en van de Arbeidsinspectie „worden ondersteund en opgepakt”, liet de minister schriftelijk aan de Tweede Kamer weten.

Andere autoriteiten, die de gemeente Moerdijk, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en het Veiligheidsberaad (het overkoepelend orgaan van de Veiligheidsregio’s) vertegenwoordigen, sloten zich direct bij de woorden van Opstelten aan. Zulke prompte reacties duiden erop dat de verantwoordelijke bestuurders nattigheid voelden en dat het beloven van beterschap wel het minste was wat ze konden doen. Ze hadden zelfs al enkele maatregelen genomen, zoals het versterken van de brandweer van Moerdijk.

De onderzoeksrapporten waren dan ook hard in hun oordeel. De gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio „hebben steken laten vallen” en „onvoldoende invulling gegeven aan hun verantwoordelijkheden”. Ze waren eenvoudigweg niet goed voorbereid op een brand zoals die zich begin dit jaar voordeed bij het bedrijf Chemie-Pack.

Ook de brandbestrijding zelf gebeurde „onvoldoende adequaat”. Het ontbrak verder aan goede communicatie tussen de veiligheidsregio’s onderling en tussen de regio’s en de nationale overheid. Een pijnlijke conclusie is ook dat de hulpverleners onvoldoende aandacht hebben gehad voor hun eigen veiligheid, die bij uitstek vereist is wanneer het gaat om een brand bij een chemisch bedrijf.

Bij alle verwijten die aan de overheden worden gemaakt, moet niet uit het oog worden verloren dat de eerste verantwoordelijkheid berust bij het betrokken bedrijf. Chemie-Pack had op zijn buitenterrein „een aanzienlijke hoeveelheid brandbare chemicaliën” staan, terwijl daar geen gevaarlijke stoffen mochten worden opgeslagen. Mogelijk zal de strafrechter de schuld van het inmiddels failliete bedrijf nog vaststellen.

Tweede kanttekening: betere inspectie en desnoods ingrijpen door de overheid hadden een riskante situatie als in Moerdijk kunnen voorkomen. Bij veel meer bedrijven in Nederland die als „meest risicovol” gelden, is dit jaar bij een onderzoek andermaal vastgesteld dat hun veiligheidsmaatregelen tekortschieten. Daarom kunnen de voortvarende beloftes die Opstelten en andere gezagsdragers gisteren deden, niet genoeg op uitvoering worden gecontroleerd. Het liefst vóórdat er weer een onblusbare brand uitbreekt.