Onze biotoop kan wel een stootje hebben

Deze zomer is nrc.next op de Wallen. Vandaag de laatste aflevering: de bewoners.

Kat Flipper en Gerard de agent zijn verdwenen. Alles draait nu om geld, geld, geld.

Lunchroom Day and Night, de dönerzaak van Serkan. Op de foto zijn collega Riza. Prostituees bestellen hier hun eten. Er wordt tot aan het raam bezorgd. Ook is er een grote voorraad hygiëneartikelen, zoals Lotuskeukenrollen voor de dames. Foto's Thomas Donker lunchroom day and night. oudekerksplein. Riza Taskin (met piefje onder S), prostituees halen hier hun eten, of het wordt aan de deur gebracht, de jongens kennen iedereen. Ook is er een gorte voorraad hyghieneartikelen voor de dames. Freek heeft met eingenaar Serkan gesproken.

Midden op de Wallen, tussen de hoerenlopers en het gespuis, eten mensen aan wit gedekte tafels. Ze eten er konijn met getourneerde wortel en granité van champagne met een coulis van passievrucht. Ze vegen er hun monden af aan dikke servetten en drinken er chardonnay uit kristallen glazen. Dit alles ongegeneerd, voor het oog van de hele buurt. Achter een pui van kogelvrij glas, zo gaat het gerucht.

Niet iedereen is even blij dat toprestaurant Anna aan het Oudekerksplein dit voorjaar zijn deuren opende. Zelfs de locoburgemeester van Amsterdam, Lodewijk Asscher, was erbij om „deze belangrijke stap in de herontwikkeling van het Wallengebied” te vieren. Het restaurant moet de buurt ontdoen van zijn slechte imago, een voorbeeldfunctie vervullen. Een naastgelegen Winebar en parfumeriespeciaalzaak staan al in de planning.

Maar sommige bewoners voelen zich bedreigd. Alsof een bulldozer over beschermd natuurgebied trekt en het ecosysteem van de Wallen stap voor stap verwoest.

Nu heeft de biotoop al vaker bewezen tegen een stootje te kunnen. Zonder al te grote gevolgen legden organismen er het lootje. Zoals de witte rat, door iedereen aangeschaft in de punktijd en later weer verdween. Of Flipper, de pikzwarte kater met witte bef die dwalend over het Oudekerksplein elke toerist die hem wilde aaien beloonde met een mep.

De vernietiging van sommige soorten werd zelfs met gejuich ontvangen. „Eindelijk verlost van die junkentroep”, juichte Jo van café Pleinzicht toen de Wallen werden schoongeveegd van gebruikers. Nooit meer dat woud van viezeriken met een kipkluifje voor de trekmuur van de Febo, of die dealers op de brug ervoor – vanwege de centrale ligging een gunstige locatie om te ontsnappen aan de politie. De ‘pssst, pssst’ verdween uit het straatbeeld, evenals de steeg bezaaid met kledinghangers als een junk de vrouwen achter de ramen had voorzien van gestolen kleding.

Het loste meteen ook het probleem van de straatprostitutie op. Henk, die een tientje vroeg voor prostituees die bij hem aan de overkant, waar nu rijke gezinnen wonen, illegaal een kamertje huurden. Keetje Tippel, een prostituee zonder tanden die in de sigarenzaak op de hoek voordurend aanstekers van junks kwam bijvullen en, volgens een oud-medewerker, zo erg stonk dat het zaak was als eerste van je collega’s te vluchten van de toonbank.

De biotoop is wel wat gewend. De verzakelijking die intrad met de komst van de Oostblokvrouwen. Ze verjoegen de gezellige oude garde. De lallende Hollandse vrouwen ’s nachts op straat. De Zuid-Amerikaanse vrouwen, inclusief hun kinderschare verwekt door klanten. Oostblokvrouwen werken hard, maar zonder lach op hun gezicht.

De biotoop sloot ze desondanks in de armen. Serkan van de Dönerzaak bouwde zelfs een band met ze op. ’s Middags tussen vijf en zes, vlak voor hun shift, komen de vrouwen in zijn Döner bijkletsen. Ze bestellen er een patatje, Red Bull, sigaretten en een pak Lotus-keukenrol, in stapels te vinden onder het snoepgoed. De jonkies van Serkans poes, al drie keer bezwangerd door de dikke zwerfkater uit de buurt, blijken razend populair bij de vrouwen. Eentje heeft er zelfs een exemplaar voor achter de ramen, tegen de verveling.

Dat het ecosysteem verhardde, voor alle organismen, is niet te ontkennen. Het gaat in de buurt alleen nog maar om geld, geld, geld. Vroeger ging het nooit over geld, er was genoeg. Zoiets gaat ten koste van de sfeer. Zelfs voor de politie is er geen lol meer aan. Joep de Fluiter ging met pensioen. Gerard, die altijd precies wist wie er achter de ramen stonden, belandde achter de computer. Dat heb je als de criminaliteit achter de schermen verdwijnt en ‘georganiseerde misdaad’ gaat heten. Dan heb je aan een computer genoeg.

Wat dus ook weer voor de beveiligers van de vrouwen, de sportschooljongens met het figuur van een omgekeerde driehoek, niet leuk was. Zie je op straat alleen nog van die jonge agentjes met één streepje lopen. Die weten „geen reutemeteuter” van wat er hier gebeurt, zegt een van hen. Hij vraagt zich af of de politie zelfs wel weet dat de Wallen een hausse aan Roemeense vrouwen staat te wachten nu de ramen in Alkmaar gaan verdwijnen. „Die vrouwen staan hier nu al te dringen voor een plekje.”

Het kwam zijn band met de politie niet ten goede. Drukt een vrouw op een van de alarmknoppen bij haar bed, dan gaat zijn telefoon en weet hij, afhankelijk van de ringtone, welk blok hij hebben moet. Vroeger snelde hij er vaak samen met de politie naartoe. Nu lopen die agentjes zelfs ’s nachts na drie uur niet meer op straat. Terwijl ze weten dat de vrouwen juist na werktijd, op weg naar hun snorder, worden overvallen.

Dat de biotoop verlost raakte van de busladingen Britten gaf lichte troost. Vanwege de lagere bierprijs bezoeken ze nu liever Tsjechië voor een prostituee. Ze doen maar. Is de buurt eindelijk af van die urinewalm op maandagochtend als het hele zooitje weer vertrokken was. In de categorie irritante bezoekers resten hooguit de Marokkaanse knaapjes van twaalf die voor de ramen ‘hoeren, hoeren, hoeren’ roepen. Maar ook daar weet de biotoop wel raad mee. De omgekeerde driehoeken maken zich breder dan ze al zijn, pakken de jongetjes hun telefoon af, scrollen naar de ‘m’ en waarschuwen ‘Als ik je hier nog één keer zie bel ik je mama’. Werkt altijd.

Bij dreiging heeft de biotoop zijn allerzwaksten altijd weten te beschermen. Mevrouw Westerveld, die dagelijks met haar rollator over het Kerkplein schuifelt voor boodschappen maar opeens enkele dagen niet was verschenen. De ondernemers sloegen direct alarm, ze bleek op vakantie. Of het dertigtal mussen in de rustieke binnentuin achter restaurant Anna. De vogels genieten officieel de beschermde status. Waardoor, tot plezier van omwonenden, restaurant Anna van eind maart tot augustus (hun broedperiode) niet mocht verbouwen. De biotoop is taai, zeker.

Maar ditmaal, vrezen bewoners, ditmaal is alles anders. Ditmaal is het geen verbouwing die de biotoop treft. Geen dood van een enkel organisme, of een verandering van structuur. Ditmaal is het een bulldozer die als een razende over het ecosysteem dendert en de toch al uitstervende soorten verpulvert en vermaalt.

„Een belangrijke stap in de herontwikkeling van het Wallengebied”, had Lodewijk Asscher de opening van restaurant Anna genoemd.

De oude Wallenbewoner ziet het anders. Die ziet in de komst van het restaurant een vlag, geplant door de ergste soort. Midden in het hart van zijn biotoop. Een vlag die de verovering van zijn buurt symboliseert, de kolonisatie door zijn grootste vijand. Gespuis dat meer wrevel oproept dan alle junks, Britten, Marokkaanse kwajongens en Oostblokvrouwen bij elkaar. Een organisme dat hardnekkig en onverwoestbaar is, en zich in getal razendsnel vermenigvuldigt door de buurt.

Een organisme dat luistert naar de soortnaam ‘yup’.

    • Stijn Bronzwaer Enfreek Schravesande