Niet bang voor Bach

Celliste Quirine Viersen is al decennia actief als soliste. Vanavond speelt ze Dvorák in het Concertgebouw, in september de cellosuites van Bach in een aantal kerken. „Ik ben ervan overtuigd dat Bach een levensgenieter was.”

Quirine Viersen: "Wat ik doe, klinkt uiteindelijk zeer barok". Foto Leo van Velzen Amsterdam, 23-08-2011. Quirine Viersen. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Al heel jong waren ze een begrip, de zusjes Viersen. Vader Yke speelt cello in het Concertgebouworkest. Dochters Saskia (viool) en Quirine (cello) wonnen al jong allerlei prijzen. „Celliste Quirine Viersen is nu negentien jaar”, schreef recensente Katja Reichenfeld in 1992 in deze krant. „Zij zit op het podium van de Kleine Zaal alsof het haar ‘thuis’ is, heeft een glanzend gave techniek en haar muzikaliteit staat volop in bloei.”

Viersen, nu 38, soleerde bij grote orkesten en bleef actief op de Nederlandse podia. Toch verdween ze de laatste jaren een beetje uit beeld. Het verbaast haar wel eens, zegt ze. Dat de kwaliteit van je spel en de aandacht ervoor niet altijd synchroon lopen. „Maar ik was er ook niet goed in om me te presenteren. Te onzeker. Dat is veranderd. Ik ben een laatbloeier. Ik ben opener geworden en voel me nu uitermate sterk en zelfbewust. Het gekke is: dan trek je vanzelf meer aandacht. ”

Quirine Viersen werd volwassen. Lange blonde haren werden verruild voor een kordaat, grijzend kort kapsel. Vorig jaar al zou ze een eigen minifestival invullen voor het Concertgebouw. Dat ging niet door: Viersen kreeg samen met Rick Huls, soloklarinettist van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dochtertje Katja. „Carrière is een raar begrip”, zegt ze. „Sommige dingen, vooral privé, liepen anders dan ik had gedacht. Ik weet nu dat het voor mij niet werkt om muziek op het tweede plan te schuiven. Als ik om me heen kijk, zie ik vele enorm talentvolle musici die twintig jaar jonger zijn dan ik. Ik ben een ouwe rot geworden. Maar dat constateer ik dan met trots. Ik sta nog steeds volledig open voor de muziek die ik speel. Er is geen routine in geslopen. Daar ben ik blij om.”

Viersen woonde een tijdlang in Wenen, de liefde achterna gereisd. Die relatie strandde. „Degene met wie ik samen ben, moet begrijpen wat het is om met een solist te leven. Ik heb een groot ego. Het is een raar evenwicht. Enerzijds ben ik blij dat mijn huidige vriend een excellent musicus is, want ik wil hem ook als collega kunnen bewonderen. Maar het zou weer niet werken als hij ook solist zou willen zijn. Alleen al logistiek werkt dat niet, omdat er dan altijd wel iemand op reis is. Rick is bij ons de stabiele factor. Soms ben ik daar jaloers op. Maar voor mij is een orkestbaan toch niks. Ik ben ervoor gevraagd, ik heb erover gedacht. Maar het idee dat wat ik speel wordt gedubbeld door een groep van twaalf cellisten achter me! Nee, dat verdraag ik niet. Ik wil die solostem hebben.”

In september verschijnt een nieuwe dubbel-cd met de cellosuites van Bach. Viersen nam ze op in een kerk en voert ze ook uit in verschillende kerken. Op eigen verzoek; de gewijde locaties zijn haar net zo heilig als de muziek, lacht ze. „Ik ben zelf niet religieus opgevoed, maar ik ben ook zeker niet onreligieus.” Het kernwoord is respect, zegt ze. „Ik mis dat. Overal eigenlijk. Ik stoor me aan het collectieve egocentrisme en materialisme. De ‘wat je hebt, dat ben je’ en de ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’-moraal die overal heerst. Lang niet alles is ‘gewoon’. Zoals de geboorte van een kind, ik vond dat eerder een wonder.

„In een kerk beleef je muziek met een ander gevoel omdat je je omringd weet door een gebouw dat vanuit ontzag voor iets hogers is gebouwd. Dat geeft dan weer een bijzondere sensatie van saamhorigheid.” Ze glimlacht; „ik houd ook gewoon heel erg van de oogstrelende architectuur van kerken, hoor”.

Veel cellisten bewaren de cellosuites tot hun levensavond. Pablo Casals was 60, Rostropovitsj 68. Viersen is nog geen veertig. „Ik denk dat veel cellisten als ze jong zijn nog bang zijn voor de suites. Ook ik werd geremd door het gevoel dat ik niks nieuws of eigens zou kunnen toevoegen. Maar het rijpte. En vanuit de concertreeks die ik had gepland, lag een cd-opname voor de hand.” Ze schrok er eerst voor terug. „Bij concerten speel je details steeds anders, maar op een cd ligt alles opeens vast. Dat vond ik confronterend, want spontaniteit is zo’n beetje mijn definitie van muzikaliteit. Maar wat ik met suites wil zeggen, hangt uiteindelijk niet aan de details.”

Ze speelt de suites op een ‘gewone’ cello, haar (Giuseppe Giovanni) Guarneri uit 1715 – een bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds. Hij is bespannen met stalen snaren. Strijken doet ze met een stok uit 1850. „Ik ben niet zo bezig met materiaal”, zegt ze. „Vijfenhalf jaar les van cellist Heinrich Schiff was voldoende om me te doordringen van de meerwaarde van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Je moet je muzikale beslissingen ook altijd kunnen verantwoorden, vind ik. Ik heb veel gelezen over de suites, speel vanuit manuscript. Maar ik vind het uiteindelijk interessanter om het zo verworven klankideaal op mijn eigen instrument te realiseren dan om met darmsnaren en een barokstok in de weer te gaan. Dat kunnen anderen echt beter. Mijn instelling is: het instrument kan het al, nu ik nog. Wat ik doe, klinkt uiteindelijk zeer barok.”

In 2007 werkte Viersen mee aan voorstellingen waarin delen uit de suites live werden gedanst door een danser van het Nationaal Ballet. „Vormend”, noemt ze die ervaring. „De danser, Damian Woetzel, heeft me sterk beïnvloed. Hij volgde dansend precies waar deze muziek volgens mij over gaat; het was een puurheid en lichtvoetigheid die ik zelf al spelend ook nastreef. Dat is de essentie. Humor en lichtheid zijn geen begrippen die mensen primair met Bach associëren, maar al die bourrées, gavottes, menuetten en courantes zijn in wezen blije dansen: vrolijk, energiek. Ik ben ervan overtuigd dat Bach een levensgenieter was, dat hóór je. En bij levensgenot hoort humor.”

Ze verheugt zich, zegt ze. Op samenwonen. Op het instuderen van het celloconcert van Tsjaikovski in de authentieke versie. Op het Celloconcert van Dvorák, dat ze vanavond in het Concertgebouw speelt met het Residentie Orkest. Thuis draait ze veel jazz, en opera. Ze zou graag samenwerken met Sting – wetend dat hij net zo van klassiek houdt als zij van pop. „Als klassiek musicus kun je veel leren van collega’s in andere genres. Van de directheid waarmee ze omgaan met het publiek, bijvoorbeeld. Ik heb het jarenlang doodeng gevonden om mijn publiek aan te kijken. Je zit daar wel in je eentje hè, ook als je een keer je dag niet hebt. Maar ik heb het losgelaten. Het voelt als bevrijding.”

Robeco Zomerconcerten met Quirine Viersen, 25/8 Concertgebouw Amsterdam. Bach-tour vanaf 23/9. Cd-release Bach suites: 23/9 Waalse Kerk, Amsterdam. Inl. quirineviersen.com of depuurheidvanbach.nl

    • Mischa Spel