Muziek-tunneltje

De Amsterdamse burgeroorlog is hervat. Wel of geen fietsers in het tunneltje onder het Rijksmuseum? Lang hebben de fietsers geloofd dat eens de dag zou aanbreken waarop ze weer door het magistrale halletje van het ene stadsdeel naar het andere zouden kunnen rijden. Maar nu heeft directeur Wim Pijbes een nieuw plan. Geen fietsers, deze prachtige ruimte moet gereserveerd worden voor culturele evenementen. En bovendien, als het tunneltje weer voor het fietsverkeer zou worden geopend, brengt dat allerlei gevaren met zich mee: gedrang in het spitsuur, aanrijdingen, gewonden. De keuze lijkt voor de hand te liggen: de fiets moet wijken voor de cultuur.

Sinds mijn laatste fiets vér terug in de vorige eeuw is gestolen, ben ik geen fietser meer. Maar ik vind dat Pijbes in beginsel gelijk heeft, om te beginnen verkeerstechnisch. Het fietsverkeer van deze tijd valt niet meer te vergelijken met dat van een jaar of tien geleden. De gemiddelde fietser heeft zich geëmancipeerd tot een anarchist. Rechts houden, stoppen voor een rood licht, niet op de stoep rijden, die oude voorschriften hebben in de nu gebruikelijke fietspraktijk hun geldigheid verloren. Bovendien hebben we iedere dag meer scooters waarvan de berijders zich evenmin iets van de oude regels aantrekken. Een bordje ‘Verboden voor scooters’ zou alleen effect hebben als aan weerszijden van het tunneltje permanent een politiepeloton met achtervolgingscapaciteit werd geplaatst. En bovendien is de kans groot dat het verbodsbord er ’s nachts zou worden afgerukt. Opening van het tunneltje voor fietsers opent het uitzicht op een razende chaos.

Nu de andere kant van de zaak: de culturele evenementen. Komend weekeind komt een deel van de Uitmarkt in het tunneltje. Uitgevers laten zien wat ze het komend seizoen te bieden hebben. Dat is een goed idee! Maar zondagavond is die markt afgelopen, en wat dan?

Het tunneltje heeft één eigenschap die sinds de sluiting niet meer wordt gebruikt: de akoestiek. Uit de laatste maanden voor de sluiting herinner ik me drie Russische straatmuzikanten, met een viool, een violoncel en een accordeon die daar vijf dagen per week de muziek van hun vaderland speelden. Meeslepend, hartbrekend. Altijd ben ik even stil blijven staan en heb daarna mijn honorarium afgedragen.

In de loop van deze eeuw is de Amsterdamse straatmuziek in een crisis geraakt. Misschien verdrongen door de levende standbeelden, stalletjes en de om zich heen grijpende evenementencultuur. Twee van de weinige overgebleven straatmuzikanten zitten rechts van het Centraal Station in een beschut hoekje. Ze hebben een repertoire uit de Balkan. Ook zeer de moeite waard.

Zou het museumtunneltje kunnen dienen als het Concertgebouw voor de straatmuziek? Zou op deze manier een begin kunnen worden gemaakt met het herstel van dit gratis openbaar kunstgenot? Het gerucht gaat door het werelddeel. Van heinde en verre stromen de straatmuzikanten toe. In Amsterdam kun je ongehinderd spelen, in een ruimte met de beste akoestiek. Na het bezoek aan het Van Gogh, het Stedelijk en het Rijks, geeft het internationaal publiek zich over aan luistergenot. De hoofdstad wordt nog beroemder en blijft trouw aan haar traditie van onmetelijke tolerantie.

    • H.J.A. Hofland