Mooier dan de Mona Lisa

Een portret dat volgens de curator mooier is dan de Mona Lisa, twee versies van de Maagd op de Rotsen, en een verloren gewaande Salvator Mundi. De Leonardo-tentoonstelling in de National Gallery in Londen belooft uitzonderlijk te worden.

Maagd op de rotsen, de versie uit het Louvre (1483-86) links, die uit de National Gallery (1491-1508) rechts. Foto's RMN/National Gallery De maagd op de rotsen - schilderij van Leonardo da Vinci (Londen versie)

Heb het in het bijzijn van Luke Syson van de National Gallery in Londen nooit over Da Vinci. Het is Leonardo, corrigeert de curator Italiaanse meesterwerken voor 1500 bij een eerste ontmoeting. „Da Vinci vertelt slechts waar hij vandaan kwam. Die arme Dan Brown heeft ons misleid door het de Da Vinci Code te noemen, maar hij heet Leonardo.”

Heb het in het bijzijn van Syson dus ook nooit over Dan Brown. Want Leonardo was veel méér dan het beeld dat door Browns detectives is geschapen. Meer ook dan de uitvinder en de architect die veel mensen kennen. Hij was filosoof en schilder, zegt Syson, die nadacht over schoonheid en de reden waarom wij zijn. En uit zijn schilderijen volgde zijn andere werk.

Syson is de curator van wat dit najaar in de National Gallery een uitzonderlijke tentoonstelling belooft te worden: Leonardo, schilder aan het Milanese hof. Negen van de vijftien bewaarde schilderijen die Leonardo maakte tijdens deze periode (1482 tot 1499) en ruim zestig van zijn schetsen zullen in Londen te zien zijn.

Niet eerder hingen twee versies van De maagd op de rotsen in één ruimte, zijn de vrouwenportretten De dame met de hermelijn en La belle ferronnière van nabij te vergelijken, en is met omringend vergelijkingsmateriaal te zien of de Salvator Mundi ook echt een Leonardo is. „Zelfs Leonardo heeft ze niet samen gezien”, grapte directeur Nicholas Penny eerder dit jaar toen hij de komst van de werken aankondigde.

De Mona Lisa, Leonardo’s beroemdste schilderij, komt niet naar Londen. „De museumstaf van het Louvre rent nog liever naakt rond”, zegt Syson. Maar het Louvre leent wel La belle ferronnière en de Maagd op de rotsen, in ruil voor de schets Maagd en kind met Sint Anne en Johannes de Doper. Die zal volgend jaar in Parijs te zien zijn naast de dan gerestaureerde gelijknamige schets van het Louvre.

Ook het Czartoryski Museum in Krakau, het Vaticaan, verscheidene Italiaanse en Britse musea, de Britse koningin en particulieren lenen werk uit. Van Het laatste avondmaal (1498), dat op de muur van het klooster van Santa Maria delle Grazie is geschilderd, wordt een vroeg zestiende-eeuwse kopie getoond uit de Royal Academy of Arts die is gemaakt door Leonardo’s leerling Giampietrino.

Het is begin mei als Syson enkele collega’s en journalisten een eerste blik gunt. De zaal waar de Maagd op de Rotsen (1508) hangt, onder in de National Gallery, is verduisterd, de muur ernaast ingericht als projectiescherm.

Gezeten voor het schilderij valt op hoe diepblauw de mantel van Maria is, die Johannes de Doper voorstelt aan Christus, en hoe helder blauwgroen de waterpoel achter de rotsen. Tussen het ruwe steen groeien bloemen, mossen en grassen, die met evenveel detail zijn geschilderd als de krullen van Johannes en de engel, of als de broche die Maria’s mantel bijeenhoudt.

Dat is pas sinds vorig jaar zo goed zichtbaar, vertelt restaurateur Larry Keith. Eind 2008 werd het schilderij, dat al sinds eind negentiende eeuw in het bezit is van de National Gallery, gerestaureerd. Ontdaan van „alle mist”, de vernis die er in 1948 overheen was geschilderd en die het in snel tempo deed vergelen, heeft het diepte gekregen en een rijke variëteit aan kleuren.

Met de Maagd op de Rotsen begon het denken over deze tentoonstelling, vertelt Syson tijdens de presentatie. Op het projectiescherm toont hij afbeeldingen van enkele van Leonardo’s schetsen die onder anderen koningin Elizabeth uitleent voor de tentoonstelling. Met een infrarode aanwijspen schakelt hij tussen bijvoorbeeld een studie van ravijnen en het schilderij. „Die rotsbrokken zag Leonardo in de natuur – je kunt ze nog zien in de trein van Florence naar Milaan – maar hij verbeterde ze. Leonardo probeerde twee dingen: hij maakte een gedetailleerde observatie van de wereld en wilde die wereld nog perfecter maken.”

Die ambitie, meent Syson, kon de schilder alleen maar waar maken aan het Milanese hof, in opdracht van een patroon.

Sysons enthousiasme is aanstekelijk. Zelfs Sebastian Grigg, directeur van Credit Suisse UK, een van de weinige niet-kunstkenners deze middag, wordt erdoor geraakt. De bank sponsort deze tentoonstelling als combinatie van „filantropie en iets waarvan we het gewoon zelf leuk vinden om heen te gaan”. Hoeveel er is gedoneerd, wil hij niet zeggen. Wel dat zijn werknemers in ruil vorig jaar in het atelier hebben mogen rondkijken toen de Maagd op de rotsen werd gerestaureerd.

De Maagd op de rotsen is niet Sysons favoriet, vertelt de curator tijdens een latere ontmoeting. Dat is de Dame met de hermelijn (1489), het portret van Cecilia Gallerani: „Het mooiste schilderij dat ooit werd gemaakt.” Hij wijst op de hermelijn, het symbool van puurheid maar ook een toespeling op haar naam. „En kijk hoe ze mysterieus naar iemand kijkt.”

Het schilderij somt volgens hem op wat Leonardo wilde als portretschilder. Hij deed verslag van iemands uiterlijk en gaf hun een innerlijk. „Hij liet iets zien wat je in werkelijkheid niet zag. Soms denk ik wel dat je meer van de dame met de hermelijn ziet op het schilderij dan als je haar in de bus zou zien. En dat is het echte geniale van Leonardo, dat hij je het gevoel geeft dat ze kan denken en dat ze kan voelen. Ze kan bijna ademen.”

Het zou dan ook een tegenslag zijn als het schilderij niet naar Londen komt. De Poolse prins die eigenaar is van de Dame met de hermelijn zou zijn lening heroverwegen, zo werd begin deze zomer bekend. Een vandaal wist in de National Gallery twee werken van Poussin te beschadigen. Bovendien vinden Poolse kunsthistorici dat het kwetsbare schilderij al teveel wordt uitgeleend: het was al te zien in Madrid en is nu in Berlijn.

Syson maakt zich geen zorgen over de kwetsbaarheid van het schilderij. „Veel van zijn werk in deze periode is op walnootpanelen geschilderd, en dat is sterker dan populierenhout en dus beter bewaard gebleven. Het is compacter, zonder knoesten en scheuren. Leonardo wist wat hij deed.”

Over de veiligheid van de schilderijen zegt de National Gallery dat dit „van het grootste belang is”. Het museum krijgt advies van de nationale veiligheidsadviseur voor musea.

De tentoonstelling heeft vooral een wetenschappelijk motief. „Dit is geen oefening in het verzamelen van zoveel mogelijk Leonardo’s of het krijgen van zoveel mogelijk publiek”, citeert Syson directeur Nicholas Penny. Dat is ook de reden dat het publiek in verschillende tijdsvakken naar binnen wordt gelaten en de National Gallery minder bezoekers per half uur toelaat dan volgens brandweervoorschriften is toegestaan. De kaartjes zijn nu al te koop. „Je mag zo lang blijven als je wilt”, verzekert Syson. „Ik wil de kunsthistorici die komen de kans geven om echt te kijken en na te denken. Het gewone publiek moet ook na afloop denken dat het betoverend was, en niet dat het propvol was en de werken niet te zien waren.”

De schilderijen, laat hij met zijn handen zien, zijn soms maar zestig centimeter hoog. De schetsen soms maar zeven (een berenklauw uit een privécollectie in New York). „Als je een buitengewone poging doet om dit bijeen te brengen en dan zoveel mogelijk mensen in een ruimte propt, dan wordt dat voor alle betrokkenen vreselijk.”

De andere musea hebben ook een wetenschappelijk belang. Het is immers de eerste keer dat Leonardo’s werken samen te zien zullen zijn. Met dank aan de Royal Collection van de koningin, zegt Syson. „Omdat zij ‘ja’ zei, konden we anderen vertellen dat de schilderijen in een context kwamen te hangen.” Dat was vijf jaar geleden.

Vervolgens voerden Syson en directeur Penny honderden gesprekken en schreven ze talloze brieven. „In het geval van de Dame met de hermelijn was het de minister van Cultuur, Ed Vaizey, die zijn collega in Warschau wist te overtuigen.”

De tentoonstelling moet bezoekers opnieuw overtuigen van Leonardo als schilder, van de focus van zijn werk. „Zeker in periodes van wetenschappelijke ontdekkingen werd gekeken naar Leonardo’s activiteiten als uitvinder en overschaduwde dat zijn werk als schilder. Maar in zijn schilderijen drukt hij op een meer samenhangende manier uit hoe hij dacht over het universum en de wereld, over wat voor hem zichtbaar was – de natuur – en onzichtbaar – Gods creatie van die natuur.

„Ik zou graag willen dat bezoekers begrijpen dat schoonheid verschillende vormen kan hebben. Dat je schoonheid kan observeren, maar ook creëren, en dat Leonardo ideale schoonheid probeerde weer te geven om te laten zien hoe mooi de natuur zelf is.”

Voor het zover is, moet hij eerst nog de catalogus afmaken. En de onderschriften. En de bordjes. Hij blijft nadenken over Leonardo. „Het klinkt wat gek, maar het is als het begrijpen van een bergketen. Je begrijpt het min of meer in geologische termen, maar je moet zien hoe de schaduw op de rotsen valt. Je blijft onderzoeken. Met een tentoonstelling komt er een punt waarop je moet stoppen en je kaart moet tekenen omdat er geen tijd meer is.”

Alles is nu nog hypothetisch. Pas in november, als de negen werken van Leonardo en de tientallen schetsen voor het eerst samen aan de muur hangen, is Syson tevreden.

Nog één keer over Dan Brown dan. Syson begint er zelf over. „Het mysterie van Leonardo is niet het mysterie van Dan Browns Da Vinci. Het mysterie van Leonardo is hoe zijn schilderijen openstaan voor meerdere interpretaties en ons doen blijven nadenken. Ook na zoveel jaar nog.”

Leonardo da Vinci, Painter at the Court of Milan, van 9 november 2011 t/m 5 februari 2012. Reservering van kaarten is noodzakelijk. Inl. nationalgallery.org.uk

    • Titia Ketelaar