Moerdijk was niet voorbereid

Moerdijk telt zeventien gevaarlijke bedrijven.

Maar toen het in januari misging bij Chemie-Pack, bleek dat er geen rekening was gehouden met grote risico’s.

Een politiemedewerker maakt scans van het terrein van Chemie-Pack, in mei. Foto Joyce van Belkom Nederland, Moerdijk, 26-05-2011 Politiemedewerker van de LVBT (het landelijk Verkeers Bijstand Team) maakt met een laser-scanner scans van het terrein van Chemie Pack. Met de gegevens van de scans kan een compuetmodel van het terrein gemaakt worden dat de politie kan gebruiken bij het onderzoek. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

De autoriteiten krijgen er flink van langs. Zowel de gemeente Moerdijk als de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft „onvoldoende invulling gegeven aan hun verantwoordelijkheden”, concludeert de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid in een gisteren verschenen onderzoek naar de bestrijding van de enorme brand bij Chemie-Pack, op 5 januari dit jaar. De vragen die veel betrokkenen zich de afgelopen maanden verbaasd stelden, hebben ook in dit onderzoek een prominente plaats. Hoe is het mogelijk dat voor een groot bedrijventerrein als Moerdijk met liefst zeventien gevaarlijke bedrijven geen adequate brandweer beschikbaar was? Waarom was er geen gezamenlijke bedrijfsbrandweer?

De feiten liegen er niet om in het rapport van de inspectie. Ruim anderhalf jaar geleden meldden burgemeester en wethouders van Moerdijk al dat niet het gehele industrieterrein Moerdijk structureel binnen de vereiste opkomsttijd kon worden bereikt. Ook kon de vereiste personele paraatheid niet 24 uur per dag door de vrijwilligers worden gewaarborgd. Alsof de gemeente Moerdijk een gemeente als alle andere in Nederland is. Conclusie: „De basisbrandweerzorg in de gemeente Moerdijk is in beginsel niet anders georganiseerd dan in een andere gemeente van een vergelijkbare omvang zonder de risico’s die Moerdijk kent. In de gemeente Moerdijk is de organisatie van de basisbrandweerzorg te weinig gekoppeld aan de risico’s binnen de gemeente.” De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant had wel de risico’s in het eigen gebied in kaart gebracht, constateert de inspectie. Er waren ook wel aanvullende bestuurlijke maatregelen „geformuleerd”. Maar dat is „onvoldoende gebeurd en heeft niet geleid tot concrete resultaten”. Zo beschikte de gemeente Moerdijk ten tijde van de brand wel over een rampenplan. Maar dat plan uit 2005 bevatte weer geen inventarisatie van de in Moerdijk aanwezige risico’s. „Hiermee voldoet de gemeente Moerdijk niet aan de gestelde voorwaarden.”

De brand ontstond op het buitenterrein van het chemische verpakkingsbedrijf Chemie-Pack. Het Openbaar Ministerie noemde eerder als vermoedelijke oorzaak dat een medewerker een bevroren pomp trachtte te ontdooien met een gasbrander. Dat de brand zo snel zo groot kon worden, waardoor een enorme rookpluim over een groot deel van Nederland trok die grote delen van de bevolking verontrustte, komt vooral doordat de brand niet binnen, maar buiten begon. Daar had Chemie-Pack volgens de inspectie geen rekening mee gehouden. Chemicaliën stroomden over het terrein en er ontstond een „vloeistofbrand” die de bedrijfshallen in trok. De firma „is in haar eigen risicobeoordeling niet uitgegaan van een dergelijk scenario en heeft hier in haar voorbereidingen dan ook geen rekening mee gehouden”, schrijft de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. „Het bedrijf beschikt bijvoorbeeld wel over blusinstallaties in de bedrijfshallen, maar niet over een blusinstallatie die het buitenterrein bewaakt.” Volgens de vergunningen mochten zich op het buitenterrein van Chemie-Pack geen gevaarlijke stoffen bevinden.

De twee veiligheidsregio’s in Brabant en Zuid-Holland hebben na het ontstaan van de brand „proactief en alert” gehandeld. Wel is het uitwisselen van informatie tussen de regio’s „een knelpunt”. En ook kwam met name Brabant veel te laat in actie. Het blussen van de brand wordt ook beoordeeld. De gekozen strategie om het vuur aanvankelijk niet te blussen maar „gecontroleerd te laten uitbranden” en vooral te voorkomen dat de brand zich uitbreidt naar de omgeving was „begrijpelijk en logisch”. Maar voor deze tactiek heb je wel een goede leiding nodig. En die was er niet. „Het ontbreekt aan daadkrachtige en eenduidige leiding.” En: „In het veld is geen sprake van een duidelijke bevelsstructuur.” De aanbevelingen van de inspectie klinken na dit alles niet verrassend: „Breng de basisbrandweerzorg binnen de gemeente Moerdijk op orde.” En: „Rond met voortvarendheid het aanwijstraject voor bedrijfsbrandweren op het industrieterrein Moerdijk af.”

    • Arjen Schreuder