Mercedes in brand, Smart total loss

De brandstichters lijken het vooral gemunt te hebben op dure en hippe automerken.

Want alleen yuppen kunnen de hard gestegen huren in Berlijn nog betalen.

De opwinding is groot in de anders zo rustige Reussallee in het uiterste westen van Berlijn. Een uitgebrande Mercedes is zojuist weggesleept. De Smart die erachter stond, is total loss. Een bewoonster staat aangedaan naar de verkoolde resten te kijken. „Hij is van iemand hier uit de straat. Die is er kapot van”, zegt ze. „Iedere nacht worden in de stad dure auto’s aangestoken. Rechercheurs hebben ons aangeraden een garage te nemen. Alsof dat zo makkelijk is. We worden in de steek gelaten. De politici gaan de autobranden uit de weg. Het is ze te controversieel met de verkiezingen op komst.”

Op 18 september kiezen de Berlijners een nieuw parlement, een electorale krachtproef die ook landelijk met belangstelling wordt gevolgd. De vraag is of de Groenen hun opmars kunnen voortzetten. Op verkiezingsaffiches zijn slogans te lezen over onderwijs, werkgelegenheid en ouderenzorg.

De autobranden werden tot voor kort gemeden. Burgemeester Klaus Wowereit, een sociaal-democraat die de stad al ruim tien jaar bestuurt, houdt zich op de vlakte als hij een reactie geeft op de honderden auto’s die dit jaar in vlammen opgingen. Hij noemt het „misdadig en verwerpelijk”, maar de politie kan niet het hele wagenpark bewaken.

Commentatoren vragen zich af of de autobranden te maken kunnen hebben met de toenemende sociale onrust in de stad, en dan vooral met de stijgende huurprijzen. De linkse Die Tageszeitung schreef met ingehouden woede dat „brandende auto’s en huurprotesten” de zaken van de onroerendgoedbranche in Berlijn niet zullen bederven. De krant merkte op dat het wellicht „de politieke stilstand” is die de stad zo aantrekkelijk maakt voor investeerders als de Nederlander Harry van Caem, die in hartje Berlijn zijn luxe ‘Fellini Residences’ aanbiedt.

Berlijn is een stad van huurders, niet van kopers, meer dan 80 procent van het huizenbestand bestaat uit huurwoningen. De afgelopen twee jaar zijn de huren gemiddeld 8 tot 10 procent gestegen, met uitschieters ver daarboven in gewilde buurten als Prenzlauer Berg en Kreuzberg. En de inkomens zijn niet meegestegen. „Als de huren stijgen en de inkomens laag blijven, heeft Berlijn een probleem”, beaamt de uitdaagster van burgemeester Klaus Wowereit, Renate Künast van de Groenen. „Dat wordt hier als bijzonder pijnlijk ervaren.”

Künast was ooit minister van Consumentenzaken in het rood-groene kabinet van bondskanselier Gerhard Schröder, woont al 35 jaar met genoegen in Berlijn en wil nu iets terugdoen voor de stad – ze wil er de baas van worden. Künast kent het probleem van de sluipende huurverhogingen en vindt dat het stadsbestuur er te weinig aan doet. Maar een pasklare oplossing heeft ze niet. De manoeuvreerruimte die burgemeester en wethouders met de huren hebben, is beperkt. Het is primair een zaak van de federale overheid.

Daar komt bij dat Berlijn ook op de koopmarkt nauwelijks greep heeft. De stad heeft niet geprofiteerd van de enorme waardestijging van de grond sinds de val van de Muur. In zijn boek Kein schöner Land. Die Zerstörung der sozialen Gerechtigkeit schrijft journalist Heribert Prantl: „Berlijn heeft de nieuwe rijkdom niet eens gedeeltelijk afgeroomd en heeft zich, toen de exorbitante stijgingen door verkopen werden gerealiseerd, zelfs geen compensatie laten uitbetalen voor de hogere waarde van het onroerend goed. Anderen zijn er rijk van geworden.”

Katharina Boettcher heeft jaren in Kreuzberg gewoond, in een zijstraat van de Bergmannstrasse. Ze leeft van een uitkering. In april moest ze haar woning verlaten omdat ze de huur niet meer kon betalen. Het pand was verkocht, de nieuwe eigenaar liet het renoveren en kondigde huurverhogingen aan. Boettcher is tijdelijk bij vrienden ingetrokken en moet nu op zoek naar een woning in een wijk waar de huren betaalbaar zijn. „Dat is jammer, want ik heb altijd van mijn buurt gehouden.”

Boettcher is niet het type dat de barricaden opgaat om tegen huurverhogingen te protesteren. Anderen doen dat wel. De gebruikelijke 1 meiprotesten stonden dit jaar deels in het teken van de strijd tegen „vastgoedbaronnen” en „kapitalistische huisjesmelkers”. Sindsdien zijn er echter geen massale huurprotesten uitgebroken. En dat de brandende auto’s een directe reactie zijn op de huurverhogingen is niet zeker.

Maar zeker is wel dat de kiezers erover praten, en dat de politici zwijgen. De verkiezingscampagne gaat over abstractere zaken. ‘Berlijn begrijpen’ is de slogan van de regerende sociaal-democraten. Pas deze week zette de liberale FDP de autobranden op een stembusaffiche. Er zijn ruim drie weken te gaan tot de verkiezingen In de tussentijd kunnen nog veel auto’s uitbranden.

    • Joost van der Vaart