In Syrië is iedere echtgenoot een president Assad

De gewone man in Syrië is afhankelijk van degene die boven hem staat. Om een democratie te worden, moet het land eerst breken met deze gelaagde structuur, schrijft Maarten Zeegers.

Illustratie Emad Hajjaj

Waarom maak je je toch altijd zo druk over de politieke situatie in Syrië?, vroeg een vriend twee jaar geleden, tijdens een lunch in de oude stad van Damascus. „Dat is verspilde moeite. Elk volk krijgt de regering die het verdient.”

Destijds deed ik deze opmerking af als pure minachting voor het Syrische volk. Twee jaar later begreep ik pas wat hij bedoelde. Hij vond niet dat de Syriërs slechte mensen waren die niet beter verdienden dan een repressieve dictator, maar dat het politiek systeem in zijn land slechts een afspiegeling was van de samenleving. Het is niet voor niets dat alle landen in het Midden-Oosten dictaturen zijn, merkte hij nog op.

Zoals in alle andere Arabische landen is in Syrië de samenleving duidelijk gelaagd. De gewone man is sociaal en economisch afhankelijk van degene die boven hem staat. Je komt alleen in aanmerking voor baantjes op basis van persoonlijke contacten (wasta) of in ruil voor financiële compensatie (rashwa).

Iedereen met ook maar een beetje macht misbruikt deze. Gemeenteambtenaren, politieagenten en zelfs leraren zijn corrupt. Verantwoording ben je alleen naar boven schuldig, met als hoogste instantie de president of God. Straf wordt daarentegen uitsluitend uitgedeeld naar beneden. Daarom durft niemand verantwoordelijkheid te dragen of initiatief te nemen.

Dit was al zichtbaar in het restaurant waar ik die middag twee jaar geleden lunchte met mijn vriend. De eigenaar zat als een sultan onderuitgezakt achter zijn bureau te lurken aan zijn waterpijp. Hij heerste met ijzeren hand over het personeel, dat was onderverdeeld in diverse lagen.

Alleen de hoofdober in pak, een neef van de eigenaar, was gerechtigd om de rekening op te halen. Zo was hij in de positie om fooien achterover te drukken. Een trapje lager stonden de gewone obers met stropdas. Zij namen de bestellingen op. Daaronder stonden de helpers met vlinderdas. Die haalden glazen en borden weg. Helemaal onderaan kwamen de Koerdische jongens in duizend-en-één-nachtoutfits. Zij liepen rond met hete kooltjes voor de waterpijp en ontvingen geen salaris, maar leefden op de fooien van de gasten. Iedereen werkte strikt binnen zijn eigen domein. Verzoeken van klanten die buiten het werkterrein lagen, werden liever genegeerd, uit angst voor fouten. Het restaurant was een dictatuur in het klein.

Deze machtsverhoudingen zijn overal in de samenleving aanwezig. Ook in het gezinsleven is geen ruimte voor democratie en inspraak. De vader is de baas. Dochters worden thuisgehouden, uit angst voor aantasting van de eer van de familie. Vrouw en kinderen kunnen bij veel families rekenen op een periodiek pak slaag. In Syrië is elke vader een dictator en iedere echtgenoot een president Assad.

Dit heeft een historische achtergrond. Eeuwen geleden was de Arabische samenleving georganiseerd in stammen en clans. Aan de top stond het stamhoofd. Dat eiste onvoorwaardelijke loyaliteit van de afzonderlijke families. In ruil daarvoor deelde hij gunsten en privileges uit. Familieleden bekleedden natuurlijkerwijs de belangrijkste posities. Tegenstanders werden uit de stam gezet of uitgeschakeld. Vrouwen hadden nauwelijks rechten.

De roep om vrijheid uit de mond van de conservatieve onderlaag in Syrië, maar zeker ook in Libië, heeft daarom iets onnatuurlijks. Hoe kan iemand die zelfs zijn vrouw nog geen toestemming geeft om het huis te verlaten om vrijheid roepen?

Toen ik eens arm in arm met mijn vriendin over de President Assadbrug in het centrum van Damascus wandelde, mopperde een voorbijganger: is dat de vrijheid die de demonstranten willen?

De meeste betogers in de Syrische steden lijken niet veel verstand te hebben van politieke hervormingen. Een betoger in een voorstad van Damascus kon mij niet uitleggen wat het verschil was tussen de noodtoestand en de grondwet, laat staan dat hij begrip had van burgerrechten, scheiding van machten en openbare rekenschap. Zijn enige eis was de val van het regime, dat hij verantwoordelijk houdt voor de wijdverbreide corruptie en jarenlange staatsterreur. Hij riep: „Het volk eist de executie van de president, God vervloeke de ziel van Hafiz en Maher is nog een grotere ezel dan Bashar”.

De val van de regimes in Syrië, Libië en Egypte is niet genoeg om het politieke systeem te veranderen, zoals het afzetten van de leider van een stam een tribale samenleving niet direct omvormt tot liberale democratie. Een dictatuur is niet alleen de heerschappij van een individu over onderdanen, maar ook het collectieve bewustzijn van een samenleving.

Arabieren zullen eerst moeten afrekenen met hun innerlijke dictatuur. Ze zullen de gelaagde structuren van sociale en economische afhankelijkheid moeten doorbreken en een einde moeten maken aan impulsen als blinde gehoorzaamheid, machtsmisbruik, onderdrukking, wantrouwen en angst. Anders krijgt Syrië na de Arabische Lente wat het al honderden jaren heeft – ‘een regering die het verdient.’

Maarten Zeegers studeerde islamitisch recht aan de Universiteit van Damascus en schrijft een boek over Syrië.

    • Maarten Zeegers