Hoe politiek zijn de studenten nog?

De sfeer is wat landerig op het „legendarische” Uilenstede Festival, zoals de aankondiging het noemt, maar dat kan liggen aan het druilerige weer.

Groepjes studenten zitten op grote zitzakken in het natte gras – jongens met een capuchon op, meiden met vrolijke paraplu’s. Het zijn veel meer meiden dan jongens, valt me op. Dit klopt wel aardig met de statistieken. Daaruit blijkt dat meiden het beter doen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs dan jongens.

Wat niet klopt, is dat allochtonen zo massaal de universiteiten zijn binnengedrongen. Onder de enkele honderden studenten die hier de afsluiting van de introductieweken vieren, zie ik niet één gekleurde jongen of meisje, maar dit zijn ook andere tijden.

Toen ik dertig jaar geleden in Uilenstede woonde, vormden allochtone studenten in de weekenden, tijdens de Kerstdagen en in de zomermaanden zelfs de meerderheid in dit enorme complex van studentenkamers van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit, op de grens tussen Amsterdam en Amstelveen. Dit had een eenvoudige oorzaak. Wij konden nergens naartoe. Onze ouderlijke huizen stonden in het verre Suriname, Curaçao of Aruba. Verdere familie in Nederland hadden we niet.

Dus vormden de kleurlingen in de zomer langzaam een grote surrogaatfamilie. De sporthal was van ons. In de wasserette waren we onder elkaar en in het cafeetje lieten we Surinaamse en Antilliaanse muziek draaien, maar ook wij waren ooit aangekomen als nerveuze, schichtig kijkende jongeren om hier op deze campus de eerste stappen te zetten naar volwassenheid.

Ik herinner me dat wij, vooral de Surinamers, politieker waren ingesteld dan de jongeren van nu. Joop den Uyl was onze held. Hij woonde bij Uilenstede in de buurt. We kwamen hem weleens tegen in de kleine boekhandel op de hoek. Daar haalde hij zijn tijdschriften.

Onderling debatteerden we heftig over het kolonialisme. Dit was in Suriname nog maar pas aan zijn eind gekomen, dankzij Den Uyl. We wisselden van gedachten over het imperialisme en de revoluties die aanstaande waren, volgens onze leermeesters Marx en Lenin.

Op het Uilenstede Festival van gisteren waren wel marktkraampjes, maar niet voor boeken en pamfletten of protestspeldjes. Roeiverenigingen en tennisclubs presenteerden zich, met als toppunt een korfbalvereniging. Ik zei het al. Dit zijn andere tijden.

Aan de fysieke ruimte is in die dertig jaar niet zo heel veel veranderd. Het houten fietsenhok waar mijn eerste fiets in Nederland werd gestolen, staat er nog precies zo bij, maar dan groen geverfd. Alles lijkt fris te zijn geverfd en redelijk onderhouden. Nergens vallen zwervende vuilniszakken of geraamten van roestende fietsen te bespeuren.

Ook de studenten van tegenwoordig zien er beter onderhouden uit. Je ziet ze bijvoorbeeld nauwelijks roken. Wij paften een pakje zware shag per dag. Sommige studenten die een baard lieten staan, durfden zelfs een pijp aan. Dat is nu ondenkbaar. Wij droegen T-shirts met teksten tegen de Apartheid. Nu zie je vaker ‘I hartje New York’ als opdruk.

Ik vraag aan een jongen die bij een stand voor studentenhuisvesting staat of mijn observatie klopt dat in Uilenstede tegenwoordig weinig allochtonen wonen. Hij ontkent het. Het complex telt genoeg buitenlandse studenten, vooral uit China, India en Japan.

En de Marokkanen dan? Vooral op de Vrije Universiteit zie je drommen gehoofddoekte meiden, maar zij mogen niet op kamers van hun ouders.

Om half twaalf vindt op het hoofdpodium op het grote grasveld de officiële opening plaats van het Uilenstede Festival. Die zal worden verricht door de burgemeester van Amstelveen, VVD’er Jan van Zanen. De dj roept de enkele honderden jongeren op om bij het podium te komen, maar niemand verroert zich. „Toon een beetje respect voor onze burgervader mensen”, zegt hij.

Respect voor ‘onze’ burgervader? Het zou hem vroeger komen te staan op een fel boegeroep.

Anil Ramdas

    • Anil Ramdas