Helena flirt voor haar leven in Troje

Hekabe troost Andromache. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Perkpolder, 20-08-2011. Op de locatie Veerhaven Perkpolder wordt het stuk "Trojaanse Vrouwen" van Euripides opgevoerd. Regie /vormgeving Niek Kortekaas met o.a. Reinhilde Decleir. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Zeeland Nazomer Festival. Trojaanse vrouwen van Euripides. Regie: Niek Kortekaas. Gez: 23 augustus, Perkpolder. T/m 3 september. Inl: nazomerfestival.nl ***

Klap op klap op klap krijgt Hekabe, koningin van het verslagen Troje, in Griekse gevangenschap te verwerken. Bij aanvang van Euripides’ drama Trojaanse vrouwen (415 v.Chr) is Troje vernietigd en zijn alle mannen gedood, ook Hekabes echtgenoot en zonen. Dan moet ze de moord op haar jongste dochter nog incasseren, en het verlies van een kleinzoon, die de hoop op wederopbouw en eerherstel in zich droeg. Haar wordt medegedeeld dat ze haar oude dag zal slijten als slavin van Odysseus. En het enige wat ze dan nog wenst, vergelding door de dood van Helena, de aanstichtster van de Trojaanse oorlog, wordt haar niet gegund.

Haar eer, haar hoop, haar waardigheid; bij elke klap bladdert ze verder af. Maar in de regie van Niek Kortekaas op het Zeeland Nazomerfestival ontbreekt die dynamische neergang. Zijn Hekabe (Reinhilde Decleir) gromt, sist en spuwt vol vuur, maar haar woede blijft statisch.

En dat geldt eigenlijk voor alle Trojaanse vrouwen hier; hun wanhoop is eendimensionaal; er is nauwelijks iets zichtbaar van de tegenstrijdige emoties die ze zouden moeten ervaren. Hun stad is verwoest, hun mannen en zonen zijn dood, straks worden ze als hoeren opgeëist door hun Griekse overweldigers. Woede, angst, verdriet, schaamte zouden we in hen moeten zien. Maar ook: berusting, opportunisme, overlevingsdrift. Alleen Aafke Buringh als de voor haar leven flirtende Helena toont iets van die complexiteit.

Een gemiste kans, want Euripides schiep nu juist zulke herkenbare personages; als een van de eerste toneelschrijvers concentreerde hij zich op mensen, niet op goden, op slachtoffers in plaats van op overwinnaars, op kwetsbare vrouwen in plaats van heldhaftige mannen.

Dit gemis is extra schrijnend omdat Kortekaas het drama dichtbij brengt door het vorm te geven als een hedendaags vluchtelingenkamp: hekken, prikkeldraad, rijen lijken in plastic zakken op de grond. De vrouwen krijgen door een omroepstem, als van een kampbewaarder, informatie over hun lot.

Maar het beeld benadrukt nu enkel het afstandelijke spel. Een raadsel is ook de locatie, waarvoor het publiek vanuit Middelburg een uur met de bus moet reizen. Kortekaas koos het oude veerplein in Perkpolder als symbool van een in onbruik geraakte plek, zo blijkt. Want eenmaal daar biedt de locatie niet veel meer bekoring dan een parkeerplaats in Middelburg had gedaan.

Daartegenover staan de frisse verzen uit de vertaling van Judith Herzberg, knap terloops gebracht door vrijwel alle actrices. Kortekaas doorvlocht de voorstelling bovendien met Mahlers hartverscheurende Kindertotenlieder. Dat zijn aanvankelijk enkel fraaie intermezzi, tot Charlotte Vandermeersch als Andromache er eentje zingt, met brekende stem, voor haar vermoorde zoontje. Dan vallen tekst en muziek, idee en emotie alsnog op roerende wijze samen.

    • Herien Wensink