'Ellendig leven' voor arbeiders Zuid-Afrika

Dat blijkt uit een recent rapport van Human Rights Watch. Zuid-Afrika is de op zes na grootste wijnproducent in de wereld.

Zuid-Afrikaanse wijn mag weer. Maar de landarbeiders die op de boerderijen werken, zijn er sinds het eind van de apartheid weinig op vooruitgegaan. Volgens Human Rights Watch leiden zij een „ellendig, gevaarlijk leven”.

In een recent rapport stelt de mensenrechtenorganisatie dat veel landarbeiders in de wijn- en fruitindustrie van de West-Kaapprovincie rond Kaapstad nog in krotten wonen, tijdens het werk geen toegang hebben tot schoon water of toiletten en door veelvuldig gebruik van pesticiden met gezondheidsproblemen kampen. Werkgevers zouden hun medewerkers bovendien verbieden om zich bij de vakbond aan te sluiten.

Human Rights Watch riep de Zuid-Afrikaanse wijnsector op om zich aan de op papier strenge lokale arbeidswetgeving te houden en de levensomstandigheden van de landarbeiders te verbeteren.

Zuid-Afrika is de op zes na grootste wijnproducent in de wereld. In de sector gaat jaarlijks omgerekend zo’n 2,6 miljard euro om. De arbeiders profiteren volgens de mensenrechtenorganisatie onevenredig weinig van de lucratieve industrie. Landarbeiders behoren met een minimumloon van ongeveer 140 euro per maand tot de laagst betaalde werknemers van Zuid-Afrika.

De bedrijfsorganisatie van boeren in Zuid-Afrika, AgriSA, noemde het rapport „eenzijdig, oneerlijk en buitengewoon onverantwoordelijk”. En volgens handelsvereniging Wines of South Africa heeft het rapport geen oog voor alle verbeteringen die in de laatste jaren zijn gemaakt. In het verleden werden landarbeiders op veel wijnboerderijen uitbetaald in alcohol, wat tot gezondheidsproblemen en gebroken sociale structuren leidde. Dat soort misstanden is volgens Wines of South Africa niet meer aan de orde. (NRC)