Een depressie is als waden door grauwe wol

Lars von Trier schopte een schandaal in Cannes door zichzelf een nazi te noemen. Zonde. Want het is een prachtige film, zeggen twee recensenten over Melancholia.

De ondergang als een kosmisch ballet. Schitterend is de Gotterdämmerung waarmee Lars von Trier Melancholia begint: die overschaduwt de film zoals de blauwe monsterplaneet Melancholia de weerloze aarde. In strak gestileerde, superesthetische beelden komt alles wat later betekenis krijgt in extreme slowmotion voorbij. Justine (Kirsten Dunst) die als Ophélia tussen de waterlelies drijft en in bruidsjurk door een kluwen touw ploegt. Zo ervaar je een depressie, zegt zij later: als waden door grauwe wol. Dan horen wij ook voor het eerst de ouverture van Wagners Tristan und Isolde: die keert nog zo’n vijfmaal terug.

Melancholia heeft een echte ouverture: een voorafspiegeling en samenvatting van thema’s en motieven. Het overdonderende begin legt een sluier van onheil over een film die zich aanvankelijk laat aanzien als zo’n zwartgallig Deens familiedrama à la Festen. Op een protserig landgoed met golfbanen van John (Kiefer Sutherland) en zijn kordate eega Claire (Charlotte Gainsbourg) viert zusje Justine haar bruiloft. Zij is een fragiel vogeltje dat lijdt aan depressies: iedereen vraagt bezorgd of het goed gaat, of ze gelukkig is. Von Trier schetst snel en trefzeker een naar milieu: een gevriesdroogde moeder, de vader een egoïstische bon vivant. Alles loopt in het honderd.

In deel twee is Justine verlamd door een nieuwe depressie als vanachter de zon de reuzenplaneet Melancholia opdoemt. Hij zal rakelings langs de aarde scheren, verzekert de wetenschap. Claire is doodsbang voor een botsing, Justine veert juist op.

André Waardenburg: „Jammer dat Von Triers beruchte persconferentie over nazi’s en Hitler in Cannes de aandacht afleidde van deze prachtige film. Twee Zusters in de Apocalyps, zo kun je het samenvatten. Met Claire als contrapunt van Justine: praktisch, actief, monter en doortastend. En juist zij raakt in paniek als de aarde dreigt te vergaan. Haar hysterie en paniekaanvallen herinneren aan de manier waarop Von Trier eerder vrouwen neerzette. Een vrouwonvriendelijke cineast?”

Coen van Zwol: „Vrouwenhaat kun je Von Trier echt niet verwijten. Bijna al zijn films draaien om heldinnen die veel sterker zijn dan mannen. Stuk voor stuk geweldige rollen, Von Triers actrices worden met prijzen overladen. Misschien dat ze daarom zoveel van hem pikken. Mannen zijn bij hem doorgaans hypocriete, oversekste windbuilen. Lars von Trier is eerder een mannenhater.”

AW: „Of een misantroop. Maar het gaat Von Trier volgens mij helemaal niet om psychologisch realisme. De bruid Justine is hijzelf: Von Trier is pas hersteld van een depressie. Haar zus Claire is een stabiel, gezond type dat panikeert als ze de dood in ogen ziet. Dan ontpopt de melancholica Justine – Von Trier dus – zich tot een held, een profeet bijna. Aan eigendunk geen gebrek.”

CvZ: „Bescheiden mensen worden zelden regisseur.”

AW: „Von Trier plaatst zich ook in een andere traditie: die van de (Duitse) Romantiek, met verwijzingen naar Wagner en naar de schilderijen van Caspar David Friedrich, Arnold Böcklin. Hoe significant is het dat Justine in de bibliotheek van het landgoed enkele openliggende koffietafelboeken met moderne, abstracte kunst vervangt door figuratieve kunst, waaronder Bruegels Jagers in de Sneeuw? Ik zie een parallel met het inruilen van Dogma, zijn moderne, strenge filmstijl, voor een klassiekere stijl. Dat noemt Von Trier kitsch, maar het fascineert hem mateloos.”

CvZ: „Omdat hij een masochist is. Dogma was het manifest waarmee Von Trier in 1995 alles verbood wat een film meeslepend maakt: kunstlicht, muziek.

„Tegelijk is hij een subliem stilist die denkt in beelden. Dat Justine – dus Von Trier – in de bibliotheek de abstractie van Kandinsky en De Stijl voor het emotionele en tastbare van Bruegel en Gustav Klimt verruilt, is ook symbolisch verzet tegen zijn eigen achtergrond. Het gezin Trier (het adellijk ‘Von’ heeft Lars zelf verzonnen) bestond uit steile, communistische naaktlopers die een enorme hekel hadden aan kleinburgerlijk moralisme, sentiment of schoonheid. Het soort vreugdeloze zwarte coltruidragers dat je ooit veel in het Stedelijk Museum aantrof.

„In Breaking the Waves koos Von Trier in 1986 woeste emotie boven de koude, gestileerde films die hij eerder maakte. In zijn werk sluipt sindsdien vaak ook bewuste kitsch. Denk aan die pratende Disneydieren in zijn horrorfilm Antichrist [2009}: op de grens van het belachelijke. Maar daar is het juist interessant.”

AW: „Von Trier is de ultieme charlatan, hij speelt spelletjes. Bij hem heb je vaak het idee voor de gek te worden gehouden, ik denk dat hij zich superieur waant boven alles en iedereen. Melancholia is voor hem misschien wel één grote grap, net zoals zijn aankondiging om nu een pornofilm te gaan maken. Maar je weet het nooit met hem. En ondanks het knagende gevoel weer pootje gelicht te worden, kijk ik altijd naar zijn films uit.”

CvZ: „Die pornofilm komt er volgens mij gewoon: werktitel Nymphomaniac. Von Trier was vroeger fan van David Bowie, de popster die steeds van imago veranderde. Hij is verslaafd aan dubbele bodems, misschien omdat hij bang is om anders door de mand te vallen. Maar hij blijkt soms bloedserieus waar je dat niet verwacht. Zo was hij in Cannes diep gekwetst toen de pers gierde van het lachen bij een vosje dat opeens met een diepe galmstem ‘chaos reigns’ riep in zijn film Antichrist.

„Wat me aan Melancholia bevalt is dat Von Trier weer durft mooi te filmen. Hij is voor alles cameraman en art director, maar is te bang voor mooifilmerij, noemt dat slagroom. Beelden moeten schrijnen en schuren, er moet altijd iets van ergernis en ongemak zijn. Daarom legt hij zichzelf en anderen ook continu beperkingen op. Wat hij beslist niet wil maken, zijn fijne films die als lauw water over je heen spoelen.”

AW: „Toch is er nog iets te veel Dogma in Melancholia. Het is bij vlagen schitterend gefilmd, alleen valt Von Trier bij de bruiloft terug op zijn oude, strenge principes. Al zwiept de camera niet zo heftig tussen personages heen en weer als vroeger, hij wiebelt steeds licht. Dat geeft een onrustig gevoel dat niet altijd bij de scène past. Zeker de introspectieve momenten van Justine zouden veel baat hebben bij degelijk camerawerk vanaf een driepoot.”

CvZ: „Van Melancholia neemt Von Trier zelf afstand: hij is bang dat de film te sereen, smaakvol en helder is. Zo’n beeld van Justine die naakt baadt in het blauwe licht van de planeet Melancholia: Von Trier merkte terecht op dat het nazischoonheid is, het soort plaatje dat Hitler als grootse kunst had gezien. Het is goed dat Von Trier weer gelikt durft te filmen, maar hoed je voor mooie plaatjes. De lelijkheid van zijn gruisfilm Breaking the Waves hield de bijna bespottelijk intense emoties in balans.

„Ooit stond Von Trier bekend als een briljant, maar emotiearm en te cerebraal stilist. In Antichrist en Melancholia vindt hij een prachtig evenwicht tussen rauw en gestileerd, cerebraal en emotioneel.”

AW: „Toch kleeft er aan zijn rauwe cameravoering een nadeel. De camera moet na een zwiepende beweging altijd even focussen, waardoor het beeld een paar seconden onscherp is. Daardoor krijgt Von Trier cruciale emoties soms niet goed in beeld, zoals dat prachtige moment waarop Justine even omkijkt naar haar bruidegom voordat zij naar buiten loopt, de nacht in, om gebiologeerd naar haar ware geliefde te staren, planeet Melancholia. Dan is de camera net onscherp: doodzonde. Misschien ben ik ouderwets.”

CvZ: „Het is eerder een voetnoot bij een film die je gewoon moet zien.”

AW: „Dat zeker. Maar ik word wel nieuwsgierig hoe hij zijn pornofilm maakt: met of zonder Dogma?”

    • André Waardenburg
    • Coen van Zwol