'Britse commando's jagen mee op Gaddafi'

Rebellen in het huis van Aisha Gaddafi, de enige dochter van Moammar Gaddafi. De zeemeerminsofa heeft haar gezicht. Foto AP Rebel fighter poses for a photo as he sitS on a two seater couch that framed by golden mermaid with the face of Aisha Gadhafi the daughter of Libyan dictator Moammar Gadhafi in her house in Tripoli, Libya, Wednesday, Aug. 24, 2011. A defiant Moammar Gadhafi vowed Wednesday to fight on "until victory or martyrdom," as rebel fighters tried to end scattered attacks by regime loyalists in the nervous capital. (AP Photo/Sergey Ponomarev) AP

Commando’s van de Britse elite-eenheid SAS zouden de rebellen assisteren bij de jacht op kolonel Moammar Gaddafi. Dat meldt de Britse krant The Daily Telegraph vandaag, zich baserend op militaire bronnen in Londen. De Britse minister van Defensie Liam Fox wilde niet reageren. Volgens de krant gaat het om 22 SAS-commando’s die zich al enkele weken in Libië bevinden.

De berichten over de jacht op Gaddafi zijn een nieuwe aanwijzing dat de Libische rebellen niet alleen NAVO-luchtsteun, maar ook hulp te land ontvangen van buitenlandse commando’s in hun strijd. Dat zij deze week met verrassend gemak Tripoli veroverden, was mede toe te schrijven aan hulp van commando’s uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Qatar en Jordanië. Hun opmars was des te opmerkelijker omdat ze tot vorige week vaak een zeer gedesorganiseerde indruk maakten.

Een NAVO-functionaris, die anoniem wilde blijven, erkende gisteren tegenover het Amerikaanse televisiestation CNN dat vooral Britse elitetroepen de rebellen hadden geholpen zich „beter te organiseren voor het uitvoeren van operaties”. Ook waren de militairen volgens hem tactisch sterker geworden dank zij de buitenlandse hulp. Qatar en Frankrijk hadden volgens hem bovendien wapens geleverd aan het verzet.

De woordvoerder voor militaire zaken van de opstandelingen, Fadlallah Haroun, gaf gisteren uitleg over de voorbereidingen van operatie Mermaid Dawn, die in de val van Tripoli moest uitmonden. Ook hierbij speelde de NAVO weer een adviserende rol.

Volgens Haroun kregen groepen van enige tientallen rebellen uit Tripoli drie maanden geleden eerst een uitgebreide training van voormalige professionele militairen in de oostelijke stad Benghazi, die al sinds dit voorjaar in handen is van de opstandelingen. Daarna keerden ze ongemerkt terug naar de hoofdstad, waar ze zich stil hielden tot 21 augustus, toen de slotfase van operatie Mermaid Dawn begon.

Deze groepen, in totaal zo’n 150 man, doken afgelopen zondag plotseling op om bepaalde straten in Tripoli af te sluiten. Ook vielen ze de troepen van Gaddafi op kwetsbare punten aan en zetten ze op veel plaatsen controleposten van de opstandelingen op. Eerder waren ook in de naburige plaats Zawiyah al ‘sleeper cells’ actief geworden.

Buitenlandse specialisten in Libië zorgden er intussen voor dat de vliegtuigen van de NAVO met precisie bepaalde doelen bombardeerden. Bovendien voorzagen ze de opstandelingen van militaire inlichtingen. Commando’s van Qatar waren vooral in het begin van de opstand in Tripoli van belang, waarna Britse, Franse en ook Italiaanse militaire adviseurs zich bij hen voegden.

„Eerlijk gezegd, de NAVO heeft een heel grote rol gespeeld bij de bevrijding van Tripoli”, verklaarde Haroun. „Ze bombardeerden al de belangrijke plaatsen, die wij niet aan konden met onze lichte wapens.”

Intussen bekommeren de westerse landen zich ook om de opslagplaatsen voor onder meer een hoeveelheid mosterdgas, die er nog in Libië zou zijn. Weliswaar is het grootste deel van Gaddafi’s chemische arsenaal in 2004 vernietigd, maar er zou nog altijd tien ton van het gas over zijn, dat vooral in de chemische faciliteit bij de plaats Rabta, ten zuiden van Tripoli zou worden bewaard.