'Bescherm mens tegen eigen irrationaliteit'

Met experimenten laat Dan Ariely zien dat niet alle economische beslissingen rationeel zijn. Hebzucht, luiheid, trots: alle menselijke zwaktes hebben invloed op onze financiële beslissingen.

Beurshandelaar op Wall Street na een dag van grote verliezen op 4 augustus van dit jaar. Ook bankiers handelen niet altijd rationeel. Foto AFP NEW YORK, NY - AUGUST 04: A trader bows his head on the floor of the New York Stock Exchange after the closing bell on August 4, 2011 in New York City. The Dow plunged more than 500 points and is down more than 1,200 points since July 21. It was the market's worst one-day drop in more than two years. Mario Tama/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Als de slachtoffers van een beurscrisis bloedend op straat zouden liggen, was de roep om strengere regels voor de financiële markten veel sterker. Een gekke vergelijking misschien, maar de Israëlisch-Amerikaanse gedragseconoom Dan Ariely wil maar aangeven dat we in de financiële wereld risico’s aanvaarden die in de fysieke wereld ontoelaatbaar zijn. „Mensen maken fouten. Daarom hebben we verkeersregels. Maar de abstracte wereld van de financiële markten is nauwelijks gereguleerd. Als het misgaat zie je immers geen lichaam in de berm.”

Terwijl de gevolgen van de kredietcrisis en de schuldencrisis, waar we nu middenin zitten, niet minder verstrekkend zijn, zegt Ariely. „Door deze crisisjaren komen er meer arme mensen in de wereld. De ongelijkheid is toegenomen. Moeten we dat zomaar accepteren?”

Ariely leunt achterover in een witte leren stoel in een wit zaaltje van de Universiteit van Tilburg, waar hij zal spreken op een symposium over gedragseconomie. De afgelopen jaren voerde hij honderden experimenten uit om te ontwaren hoe psychologische factoren onze economische beslissingen beïnvloeden, de centrale vraag van zijn werkveld.

Ariely’s overkoepelende conclusie: mensen zijn verre van rationeel. „We hebben momenten van helderheid. Maar het grootste deel van de tijd hebben we geen idee waar we mee bezig zijn”, zegt de 43-jarige bedrijfskundige en psycholoog, die twee populair wetenschappelijke boeken publiceerde over zijn bevindingen. Zijn werk is ook vertaald in het Nederlands.

Zijn onderzoeksresultaten druisen in tegen het wereldbeeld van traditionele, neoklassieke economen. De aanhangers van de vrije markt, van laissez-faire, laissez-passer, gaan er vanuit dat mensen rationele, goeddoordachte keuzes maken over geld en financiële zaken. Vooral als het om experts gaat, zoals de bankiers op Wall Street, en als de belangen groot zijn.

De financiële crisis is het ultieme bewijs van het ongelijk van deze aanname, zegt Ariely. En heeft en passant de gedragseconomie een impuls gegeven. Een groter publiek staat open voor het idee dat de economie wordt gedreven door emoties en dat de ratio soms ver te zoeken is op de financiële markten.

Neem het ontstaan van bubbels, zoals de Amerikaanse huizenbubbel, de basis van de kredietcrisis. Uit experimenten blijkt dat bubbels geen uitzondering zijn, maar een logische uitkomst van de menselijke psyche. „Zet een groep mensen in een laboratorium en laat ze handelen in aandelen. Vooral als we ze veel geld geven ontstaat er binnen de kortste keren een bubbel.” Hebzucht, luiheid, trots, alle denkbare menselijke zwaktes hebben invloed op onze financiële beslissingen.

Gewapend met de kennis van dit soort processen moeten overheden regels stellen en, waar nodig, de vrije markt corrigeren, vindt Ariely. „Ik heb er geen problemen mee om paternalistisch te zijn. We moeten mensen beschermen tegen hun eigen irrationaliteit.”

Langzaam maar zeker groeit de aandacht voor de ideeën van Ariely en zijn collega-onderzoekers. Zowel de Britse premier David Cameron als de Amerikaanse president Barack Obama hebben gedragseconomen in hun kring van adviseurs. En voordat Ariely naar Tilburg kwam sprak hij bij De Nederlandsche Bank in Amsterdam over zijn inzichten.

De komende tijd wil Ariely zijn tijd steken in experimenten om de gevolgen van belastingverhogingen te meten. De aanname uit de traditionele economie is dat mensen minder gemotiveerd zijn om te werken of om een bedrijf te starten als de belastingen hoger worden. „Dat is een simplistische visie, want mensen hebben vele redenen om te werken, niet alleen geld. Natuurlijk, hogere belastingen zullen de werklust niet verhogen. Maar het negatieve effect kan verwaarloosbaar blijken.”

Ariely hoopt dat hij met dit soort onderzoek politici kan helpen bij het maken van beter geïnformeerd beleid. Maar hij wil vooral de kiezers bereiken, de „gewone man in de straat”. Want Ariely is er van overtuigd dat veel mensen stemmen op basis van onjuiste informatie. Zoals in de Verenigde Staten, waar veel mensen mordicus tegen hogere belastingen voor de rijken zijn, terwijl uit onderzoek blijkt dat dezelfde mensen vrijwel allemaal een eerlijkere verdeling van de welvaart willen.

Sterker nog, zegt Ariely, in een van zijn experimenten werd duidelijk dat Amerikanen een samenleving willen die gelijkwaardiger is dan enig ander land ter wereld. „Ongeacht of de deelnemers Democratisch of Republikeins stemden, meer dan 90 procent is voor een ideale welvaartsverdeling die nog eerlijker is dan die van Zweden.”

Uit hetzelfde onderzoek bleek ook dat Amerikanen niet weten hoe groot de daadwerkelijke welvaartsverschillen in hun land zijn. „Het inkomen van de armste lagen van de bevolking wordt enorm overschat. Men denkt dat de armste 40 procent van de Amerikanen zo’n 10 procent van de rijkdom heeft. In werkelijkheid is dat 0,3 procent.”

Met dit soort bevindingen wil Ariely beleidsmakers en kiezers aan het denken zetten. Hij wil ze bewegen om politieke ideologie opzij te zetten en hun eigen ideeën te vormen. Het stoort hem dat er vooral in Amerika nog altijd wordt vastgehouden aan het vrijemarktdenken, terwijl de negatieve gevolgen iedere dag zichtbaar zijn. „Het geloof van traditionele economen in de vrije markt is bijna religieus, zo sterk. Terwijl ik denk dat hun verklaringen maar een klein stukje van de puzzel zijn.”