Beleggers missen 'grote groei' bij Ahold

Ahold blijft worstelen met lage groei en margedruk in rijpere markten zoals de VS en Nederland. Waar blijft de overname in een groeiregio?

Minder groei. Meer druk op de winstmarge. Een geringere kasstroom. En een hogere nettoschuld.

Er lag vanochtend weinig zoet op de plank waarmee topman Dick Boer (53) van supermarktconcern Ahold zijn aandeelhouders tevreden kon stellen. De koers van het bedrijf dook met ruim 4 procent naar beneden na de presentatie van de tweede kwartaalcijfers

Tenzij één iets. Ahold wil zijn programma voor de inkoop van aandelen versneld door te voeren. Hierdoor krijgen de aandeelhouders 1 miljard euro aan overtollig kasgeld uitgekeerd – uiterlijk tegen maart 2012. Maar dat mocht niet baten. De waarde van het concern ligt nu al 17 procent lager dan in maart dit jaar, het tijdstip waarop Boer aantrad als de nieuwe bestuursvoorzitter.

De retailman, die al dertien jaar bij de supermarktgroep werkt, wees erop dat Ahold zijn marktaandeel in de VS en Nederland – de twee belangrijkste markten van de groep – wist te versterken. De omzet over het tweede kwartaal steeg in die landen met respectievelijk 5,3 en 4 procent tegenover een jaar eerder. Maar de marge was lager dan verwacht, met name in de VS. De operationele winst kromp er met 23 procent (in Nederland was de daling 5,1 procent).

Consumenten zijn „sterk gericht op promoties, in een omgeving met toenemende inflatie”, aldus Boer, en dat is vooral voelbaar in de VS – goed voor 60 procent van de groepsomzet – waar de concurrentiestrijd hevig is en de volumes nauwelijks groeien. Analisten noemen die markt al een tijdje de achilleshiel van het supermarktconcern. Klanten worden er door middel van stuntprijzen binnengehaald en dat verhoogt de omzet, maar zet ook een hogere druk op de marges. „Door stringente kostenbeheersing hebben we het effect van de druk op de brutomarge weten te beperken”, aldus Boer. Maar erg veel hoop lijken de aandeelhouders hier niet uit te putten.

Ahold kampt met de perceptie van beleggers dat er geen groei in zit. En het versneld uitkeren van kasgeld aan de aandeelhouders lijkt dat alleen maar te versterken. De kas van het bedrijf is rijkelijk gevuld met 2,9 miljard euro. Als Boer een deel van dat geld uitkeert, dan heeft hij een mogelijkheid om op korte termijn beleggers tevreden te stellen. En hoeft hij niet elk kwartaal uit te leggen wat hij met dat geld gaat doen.

Maar net daar knelt de schoen. Waar blijft het grote groeiverhaal van Ahold? De VS en Nederland zijn rijpe markten. Als het concern zich beperkt tot autonome groei, met hier en daar een kleine acquisitie en de nodige beheersing van de kosten, dan is een rendement van hooguit 6 tot 7 procent per jaar mogelijk – over het tweede kwartaal werd 6,3 procent bereikt. Een grote overname in een groeiregio zou meer perspectief bieden, maar beleggers blijven hier op hun honger.

Eerder verklaarde Boer in deze krant dat hij blijft uitkijken naar „de juiste overname op het geschikte moment”. Maar hij wil enkel acquisities die gemakkelijk te integreren zijn in het bedrijf. En: „ze moeten passen in onze ambitie om in al onze markten de nummer 1 of 2 te zijn of te worden, en ze moeten betaalbaar zijn”. Hij wil zich niet laten opjutten. Het zou volgens hem verkeerd zijn om op overnamejacht te gaan, alleen maar omdat Ahold over een stevige overnamekas beschikt. Maar het geduld van beleggers is niet eindeloos.