Al 55 jaar kapper en nooit een dag vrij

Een grote stad kan niet zonder zijn kleine zelfstandigen. Zoals Amaro Souza, kapper in het wijkje Leme. Hoe ziet zijn dag eruit? „Als ik geld naar de bank breng, neem ik altijd een andere route.”

Amaro Souza is 76 en werkt nog altijd: zijn pensioen is te laag om van rond te komen. Foto Rafael Andrade RIO DE JANEIRO, RJ, BRASIL, 24-08-2011: The hairdresses Amaro, who's been working at the same beauty parlour for more than 50 years at Leme neighboorhood poses for pictures at the store, 24th august 2011. (Fotos: Rafael Andrade/Rafael Andrade Servicos Fotograficos) Rafael Andrade

07.15 uur Amaro Souza staat om 5 uur op, zijn werkdag begint twee uur en een kwartier later. Souza (76) is kapper in Leme, een kleine wijk naast het bekende Copacabana. Souza woont op loopafstand van zijn salon, de oudste in de buurt. Samen met zijn schoonzoon doet hij ’s morgens de zaak open. „Wij beginnen altijd vroeg. Tussen zeven en acht heb je vaak al klanten.” Er werken tien mensen in de salon, vijf vrouwen en vijf mannen.

Iedereen kent Souza hier als seu Amaro – een verkorting van senhor, meneer. Souza is de eigenaar van Salon Leme, kapper voor heren en dames. Sinds 1956 knipt hij, zes dagen per week, 12 uur per dag. Hij is nooit op vakantie geweest. Alleen op zondag laat hij zijn scharen en scheerapparatuur rusten.

07.50 De eerste klant komt binnen. Het is Plinho. Hij komt voor een knipbeurt en hij laat zijn sikje en snorretje bijpunten. Plinho is een vaste klant en normaal gesproken gaat een bezoekje gepaard met een uitgebreid gesprek, zegt Souza. Maar vandaag heeft de klant het te druk met een telefoongesprek.

In Rio de Janeiro zijn straten zonder apotheek-drogisterijen en kapsalons bijna ondenkbaar. De carioca, zoals een inwoner van de stad wordt genoemd, kan niet zonder pillen en een wekelijks bezoek aan de salon. Daar wordt geschoren, geverfd, geföhnd, geëpileerd, gemanicuurd, gepedicuurd en make-up aangebracht.

Souza zegt: „De carioca is erg ijdel. Als hij of zij uitgaat, vrienden of familie ontmoet, reisplannen heeft, dan gaat daar eerst een bezoek aan de kapper vooraf. Voor veel vrouwen is het laten doen van de nagels wekelijks vaste prik. Maar de mannen zijn ook ijdel. Je hebt er hier genoeg die hun grijze haartjes een kleurtje laten geven.”

08.45 Voetbal is natuurlijk een belangrijk gespreksonderwerp, zeker na het weekend, vertelt Souza. In de kapsalon werken supporters van alle grote clubs in de stad, America, Botafogo, Fluminense, Flamengo en Vasco. „Ik laat meestal de klant het onderwerp bepalen”, zegt de kapper. „Behalve over voetbal praten we ook vaak over politiek, zeker nu er weer zo veel corruptiezaken in Brasilia zijn ontdekt.”

Officieel had Souza al lang met pensioen moeten zijn. Het inkomen dat hij van de staat ontvangt, is echter niet genoeg om goed van te leven. Toen hij met pensioen ging, ontving hij vier keer het minimumloon. Door allerlei bezuinigingen en het uitblijven van aanpassingen is dat bedrag nog maar twee keer het minimumloon waard, ongeveer 480 euro per maand.

09.00 Na negenen komen drie vrouwelijke collega’s binnen. Vandaag hebben de andere vijf werknemers vrij. In de ruimte hangen acht spiegels, eentje heeft een barst. In een hoek achterin de zaak hangt een televisie. Beelden van voetbal flitsen voorbij. Een gewone knipbeurt bij Salon Leme kost 10 euro. Een behandeling bij de manicure is ruim 5 euro, bij de pedicure een kleine 6 euro.

Het regent vandaag. Dat is slecht voor de ondernemer. Als er druppels uit de lucht vallen blijven veel cariocas liever binnen. „Gelukkig regent het hier niet vaak.”

10.00 Een blanke man komt binnen. Hij plukt wat aan zijn krullende haar. Hoeveel kost het, wil hij van Souza weten, om zijn haar steil te laten maken? Nadat de klant het antwoord heeft (steilen begint bij 38 euro, en hoe meer en dikker het haar, hoe duurder het is), verlaat hij de zaak. „In Rio noemen ze dat: je haar relaxen”, zegt Souza. Er zijn verder geen klanten in de zaak.

11.20 Een man komt binnen. Weer een vaste klant. Het is broeder Eder, van de kerk Matriz Nossa Senhora Rosário, om de hoek. Broeder Eder zwijgt terwijl zijn haren naar de vloer dwarrelen.

Als hij weg is, zegt Souza: „Hij zegt eigenlijk nooit wat. Maar als hij onder collega-broeders is, zal hij vast ook over voetbal praten.” Een vrouwelijke klant, dona Laura, mengt zich in het gesprek. Ze draagt een paarse jurk en om haar nek hangen kettingen met beeltenissen van katholieke heiligen. Zij kent de Dominicaanse broeder. Eder woont achter de kerk, zegt ze, met nog een aantal broeders, in een klooster.

12.00 Het is tijd voor de lunch. Souza gaat naar een kamer achterin de salon. Het is de ruimte waar dames lichaamshaartjes laten verwijderen. Op de ligtafel legt zijn schoonzoon een handdoekje neer, om het eten op te zetten. In een tupperwarebakje zit rijst met kip, in een ander plastic bakje aardappelsalade.

13.00 Souza zit in een van de wachtstoelen. Het is lunchtijd in de stad en de lucht is nog steeds bewolkt. Toen hij in 1956 begon, vertelt hij, bestond de buurt uit twee straten met laagbouw. Nu zijn er allemaal appartemententorens opgetrokken op de plekken waar ooit huizen stonden. Een van zijn vaste klanten was Nelson Rodrigues, een van Braziliës beroemdste schrijvers. Rodrigues, net als Souza een fervent supporter van voetbalclub Fluminense, overleed in 1980. Tegenwoordig knipt Souza de achterkleinzoon van de schrijver, die met zijn ouders in het appartement van Rodrigues woont. Ook heeft hij een keer Edward Kennedy geknipt, in zijn kamer in het hotel verderop in de straat.

14.15 Even dreigt Souza weg te dommelen. Zijn ogen zijn dicht, zijn hoofd leunt tegen de muur. Maar dan komt ineens een krachtpatser binnenlopen. Een man met bovenarmen zo groot als dijbenen. Het is Marco Ruas, een bekende, voormalige freefighter. Souza veert op en ontvangt hem als een verloren zoon. Ruas komt uit de buurt, maar woont tegenwoordig in Californië. Hij wil zijn haar laten knippen, niet te kort, want hij wil voorkomen dat de kale plek op zijn achterhoofd te veel zichtbaar wordt. Souza zegt later: „Hij is van eenvoudige afkomst, maar hij heeft nu een eigen sportschool waar hij filmsterren traint.”

14.55 Het is tijd voor een bezoek aan de bank. Er moet geld worden gestort. De schoonzoon geeft Souza een stapel opgevouwen biljetten. Souza doet altijd de stortingen. „Ik neem altijd verschillende routes naar de bank.” Bovendien gaat hij vaak naar verschillende banken. „Zo voorkom je dat je wordt overvallen. Vorige week is hier in de straat nog een man beroofd, midden op de dag, die net van de bank kwam. Wat mij betreft mogen ze bandieten die zoiets doen afschieten.”

15.45 Als hij terug is in de zaak, staat er een Amerikaanse klant. In het Engels vraagt zij om een wax. Niemand spreekt Engels, maar Souza verstaat in ieder geval het woord wax. Een vrouwelijke collega vraagt in het Portugees of de benen helemaal moeten worden gedaan. De Amerikaanse knikt onzeker. Ze verdwijnen in de ruimte waar Souza net nog heeft geluncht.

16.30 Nadat Souza met een bezem in de weer is geweest, gaat hij weer zitten in een van de wachtstoelen. Hij legt uit dat je als kapper altijd open moet zijn. Omdat je anders je klanten verliest. De concurrentie is immers groot. In Leme, een kleine buurt van vier straten, „zijn iets van negen kappers”. „Als een vaste klant voor een dichte deur komt te staan, gaat hij ergens anders naartoe. Dan ben je hem kwijt. Daarom heb ik nooit vrijgenomen. Ik heb er geen spijt van, maar als ik het over zou mogen doen, dan zou ik misschien wel een keer een reisje gemaakt hebben met mijn vrouw.”

17.45 Het begint wat drukker te worden in Salon Leme. Vrouwen komen binnen om hun nagels te laten verfraaien, hun haren te laten wassen en te föhnen. Ook mannen melden zich, voor knipbeurten. Souza en de schoonzoon gaan beiden aan de slag. Een jongeman komt binnen met een warme Japanse schotel, yakisoba, voor een van de collega’s van Souza. Op de televisie is een drama bezig. Enkele vrouwelijke klanten die klaar zijn met hun nagels, blijven hangen om televisie te kijken.

18.45 Souza opent het laatje voor zijn knipstoel. Daarin liggen zeven scharen, twee scheerapparaten en een ouderwets scheermes. Hij pakt een borstel en begint het knipgerei schoon te maken. In het laatje heeft hij ook een rekenmachientje. Hij berekent de dagomzet, gebaseerd op het formulier dat steeds wordt ingevuld nadat een klant betaald heeft. Het totaalbedrag wil hij niet noemen. „Dat houd ik liever voor me.” Daarna loopt Souza naar achteren en pakt een bezem. Hij veegt de zaal schoon. Soms huren ze een schoonmaakster in, maar zelf doen is goedkoper.

19.15 Voor Souza zit de werkdag erop, hij gaat naar huis. Zijn schoonzoon blijft achter om af te sluiten. Eerst loopt Souza naar de bakker op de hoek, om broodjes te kopen voor bij de soep. Hij eet elke avond soep met brood, meer niet. Vervolgens loopt hij Leme uit, steekt een drukke straat over naar Copacabana. Hij woont in Rua Belford Roxo, boven een ouderwetse winkelgalerij. „Meestal eet ik wat, kijk ik het journaal en vaak val ik al op de bank in slaap. Om 22.00 lig ik altijd in mijn bed.”

Van de dokter moet hij het eigenlijk rustiger aan doen. Hij heeft het aan zijn hart en slikt daarom medicijnen. „Dat zou mooi zijn, op een gegeven moment kortere dagen maken.”

Morgen: Kunst en kleur in de sloppenwijk