Wie durft nog in de eerste bergrit?

De eerste bergrit in de Ronde van Spanje leverde nauwelijks strijd op, net als de ritten in de Pyreneeën in de afgelopen Tour. Lance Armstrong zette de trend met een beslissende aanval op de eerste klim. Nu doen de favorieten niets.

Heel even versnelde Vincenzo Nibali gisteren in de slotbeklimming van de Sierra Nevada, in de laatste kilometers van de eerste bergrit in de Ronde van Spanje. Concurrent Igor Anton was net gelost uit de voorste groep van meer dan dertig renners. Een uitgelezen gelegenheid om tijd te winnen op de kopman van de Baskische ploeg Euskaltel. Spektakel in de eerste aankomst bergop?

Geen van de andere favorieten maakte ook maar een moment aanstalten om samen met Nibali ten aanval te trekken. Zoals de toprenners zich de hele dag schuil hielden. De 26-jarige Italiaan, vorig jaar winnaar van de Vuelta, liet zich al snel weer afzakken in de groep. „Gaat de Sierra Nevada een muis baren”, vroeg de Belgische televisiecommentator Michel Wuyts zich vertwijfeld af.

En inderdaad, de Spanjaard Daniel Moreno, knecht van Joaquim Rodriguez bij Katjoesja, won op 2.112 meter hoogte uiteindelijk de eerste bergrit, na een flauw sprintje met de Deense routinier Chris-Anker Sörensen. De favorieten voor de eindzege spanden zich niet extra in voor 20 seconden bonificatie op de top en finishten samen op elf seconden in een grote groep, met ook de Nederlanders Wout Poels, Bauke Mollema en Steven Kruijswijk. Alleen Anton verloor, toch nog anderhalve minuut. Maar spectaculair was de eerste bergrit van de Vuelta geen moment.

Hoe anders was het in het nabije verleden. Zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong perfectioneerde vanaf 1999 zijn tactiek om de Ronde van Frankrijk direct te beslissen in de eerste aankomst bergop. Miljoenen wielerfans genoten van zijn schitterende aanval in de regen op Sestrières (1999) of in het noodweer op Hautacam, waar hij in 2000 concurrenten als Jan Ullrich en Marco Pantani direct op minuten achterstand reed. Een jaar later keek hij de hele dag moeilijk, in de eerste bergrit van de Tour naar Alpe d’Huez. Rivaal Ullrich rook zijn kans en liet zijn ploeg tempo maken. Maar aan de voet van de slotklim lanceerden ploeggenoten José Luís Rubiera en Roberto Heras hun kopman voor één lange sprint naar de top. Armstrong keek even om, zag de lijdende Ullrich en reed de Duitser losjes uit het wiel.

Anderen kopieerden noodgedwongen de tactiek van de Amerikaan, die vorig jaar na een comeback van twee jaar voor de tweede keer stopte. Wie niet mee kon met de te voorspellen aanval op de eerste aankomst bergop, was direct kansloos voor een hoge eindklassering. De Spanjaard Heras keek als ploeggenoot bij Armstrong in de keuken, won twee keer de eerste bergrit in de Vuelta en behaalde drie keer de eindzege. Ivan Basso kon op La Mongie in 2005 zijn vriend Armstrong als enige volgen in de Tour en besliste een jaar later de Giro direct in zijn voordeel op de Passo Lanciano, de eerste aankomst bergop.

Michael Rasmussen koos in de Tour van 2007 voor een aanval in de eerste Alpenrit, al paste hij de Armstrong-tactiek lichtjes aan door al ver vóór de slotklim te demarreren. De Deen bracht het geel niet naar Parijs, omdat hij door sponsor Rabobank uit de Tour werd gehaald wegens leugens over zijn verblijfplaats in de voorbereiding waarmee hij de dopingcontroleurs om de tuin leidde. Zo won Alberto Contador zijn eerste Tour, nog een renner die een aanval op de eerste aankomst bergop doorgaans niet schuwt. De drievoudig Tourwinnaar, in 2008 ook winnaar van Giro en Vuelta, voorspelde dit jaar dat de Giro pas in de laatste week beslist zou worden. Om vervolgens zelf direct meedogenloos aan te vallen op de eerste serieuze beklimming van de Etna. Giro beslist.

Toch lijkt het de laatste jaren meer en meer een trend dat de favorieten voor de eindzege niet langer meer à la Armstrong direct vol ten aanval trekken in een drieweekse ronde. De laatste drie Tours werden pas definitief beslist in de tweede bergketen. De afgelopen Tour leverden de twee serieuze Pyreneeënritten nauwelijks strijd op. Ook in Giro en Vuelta viel de beslissing de afgelopen twee jaar in een later stadium.

Een gevolg van de aangescherpte dopingcontroles, waardoor het gebruik van verboden herstelmiddelen als epo is terug gedrongen? Wellicht durven de toprenners daarom niet meer vroeg aan te vallen. Wie in het begin van een grote ronde aanvalt, betaalt aan het einde de tol. Klimtijden van de toprenners in de Tour waren dit jaar niet voor niets fors langzamer dan in het tijdperk-Armstrong, waarin veel renners uiteindelijk op doping werden betrapt.

Bovendien leende de lange slotklim in de Sierra Nevada zich gisteren niet echt voor een ultieme aanval. Wel steil in het begin, maar vervolgens nog twintig kilometer zonder al te hoge stijgingspercentages. En de vierde rit in een drieweekse ronde is wel erg vroeg om de concurrentie setrieus te testen. En zo kon Igor Anton - vorig jaar nog winnaar van de vierde rit bergop en op weg naar de eindzege tot een val in de veertiende rit - , het verlies dragelijk houden. In de wetenschap dat nog vijf aankomsten bergop volgen.

    • Maarten Scholten