Technologie die (nét te) ver gaat

Nieuwe technologie roept, naast nerdeske opwinding, vaak ook onbehagen op.

nrc.next en het Rathenau instituut schreven er een wedstrijd over uit. De winnaar: een app die je gedachten kan lezen.

Even stiekem de camera van je mobieltje richten op je baas tijdens het functioneringsgesprek. Liegt-ie nou als hij belooft dat je binnenkort overgeplaatst zult worden naar die leuke plek? Of weet hij het gewoon nog niet? En die verhitte conducteur op het perron, is die de wanhoop nabij of juist heel onverschillig? Trouwens, klopt het wel wat de winkelmedewerker zegt over je zoekgeraakte bestelling?

Rachel van Staalduinen bedacht een gedachten-lees-app: een programmaatje dat je helpt zichtbaar gedrag te vertalen naar onderliggende gedachten en emoties. Of de app zal werken, moet nog blijken. Maar de kans is wel groot dat-ie er een keer komt. Er bestaat al software die agressief gedrag bij mensen kan detecteren. De UvA en TNO werken inmiddels aan een opvolger: een programma dat allerlei soorten ‘abnormaal gedrag’ moet kunnen herkennen. Want zou dat niet handig zijn? Een camera die een autodief opmerkt tussen alle mensen op een parkeerplaats en die automatisch een terrorist uit de massa plukt?

Vast wel. Maar de vraag die eerst een antwoord moet krijgen is: willen we dit wel? Zitten we te wachten op een techniek die dit soort menselijke taken overneemt? Komt een gedachten-lees-app niet nét iets te dichtbij?

nrc.next organiseerde samen met het Rathenau instituut, dat onderzoek doet naar de invloed van technologie op de maatschappij, een wedstrijd ‘Ontwerp je eigen intieme technologie’. De vraag was: hoe ziet de techniek van de toekomst eruit, die zich naar jouw smaak iets teveel opdringt? Wat is de app die jouw grenzen overschrijdt? Van welke techniek word je ongemakkelijk?

Op deze pagina staan de winnende gedachten-lees-app plus drie eervolle vermeldingen: een geslachtsbepalend condoom (zie inzet), een kledingstuk dat de huid laat zien als de drager opgewonden raakt en een programma waarop je je kunt aanmelden als je wilt stalken of vrijwillig gestalkt wil worden. Ontwerpen die origineel, voorstelbaar en soms ook nuttig zijn, maar waarvan je je afvraagt of je ze wel echt wilt hebben.

Dat ongemakkelijke gevoel - willen we dit wel? - is een standaardreactie op nieuwe uitvindingen. Ook al omarmen we sommige technologieën massaal en klakkeloos, zoals internet en Twitter, nieuwe technieken roepen vaak ook een sterke afkeer op.

De afkeer voor nieuw is zelf niet nieuw. De oude Grieken meenden al dat het schrift het geheugen zou aantasten. Veel later dachten mensen dat de komst van de langspeelplaat ervoor zou zorgen dat we niet meer zouden lezen. De telefoon zou verhinderen dat we nog naar buiten zouden gaan, de stoomtrein zou leiden tot verstikking en rare hersenziekten.

En nu is het technologie die iets met informatie doet – internet, mobiele telefoons, games, robots, scanners en databases – die weer nieuwe angsten oproept. Weet Google meer van mij dan ikzelf? Besluit een mens over mijn gezondheid, of een kennissysteem? Maken Wikipedia en Tomtom mij dommer en oppervlakkiger?

Veel angsten voor nieuwe technieken lijken achteraf belachelijk. De telefoon houdt ons helemaal niet binnen, toch? We wennen aan nieuwe uitvindingen, en de samenleving past zich aan met regeltjes, gedragscodes en wetten.

Maar er is telkens wat nieuws, en telkens voelen we weer nieuwe angsten. En de neiging om nieuwe grenzen te trekken.

De lezers die een ontwerp instuurden speelden met die angsten en die grenzen. Een T-shirt dat je mannelijke lijnen accentueert op het moment dat je een zelfverzekerde houding aanneemt. Een programmaatje dat je met checklists en bedachte alibi’s helpt je buitenechtelijke dubbelleven te verbergen. Een app die op basis van de psychologische profielen van jou en je gesprekspartner tips geeft voor ‘vruchtbare communicatie’.

Waarom geven die ontwerpen een ongemakkelijk gevoel? Misschien omdat de voorgestelde technologie ons beter kent dan wij onszelf kennen. Omdat het buiten onze wil om reageert op ons lichaam of onze emoties. Omdat het ons gedrag verandert, of ons innerlijke leven publiek maakt.

We zullen er wel aan wennen. We wachten gewoon tot het moment dat de winnaar van de wedstrijd op onze mobieltjes staat.

    • Carola Houtekamer