Strijd tegen Koerden tast Turks imago aan

Turkije hervat de strijd tegen de Koerden en besmet zo zijn naam als democratisch model voor de regio.

In een regio vol wankelende dictators en met kalasjnikovs zwaaiende mannen, groeide Turkije de afgelopen maanden voor veel commentatoren uit tot een baken van stabiliteit en economische groei, een rolmodel voor het Midden-Oosten. „Leiders die geweld gebruiken om aan de macht te blijven, moeten vertrekken”, was de boodschap van de regering in Ankara aan de collega’s in Kairo, Tripoli en Damascus.

Vanuit datzelfde Ankara kwam gisteren de mededeling dat Turkse gevechtsvliegtuigen in Noord-Irak de afgelopen zes dagen 90 tot 100 „terroristen” hebben „geneutraliseerd”. Daar schuilen volgens het leger de Koerdische militanten van de PKK die verantwoordelijk zouden zijn voor aanslagen in het zuidoosten van Turkije, waarbij in de afgelopen maand meer dan 40 Turkse militairen sneuvelden.

Het bericht ging ten onder in de stroom nieuws uit Libië. Uit de hoofdsteden van Europa en de Verenigde Staten kwam geen reactie. Ook niet toen het afgelopen weekeinde bij de bombardementen ten minste zeven ongewapende Iraakse burgers om het leven kwamen.

Bombardementen en zelfs het sturen van grondtroepen naar Noord-Irak om de PKK op te jagen leidden eerder tot niets. Terugkeer naar die tactiek onderstreept volgens sommigen het failliet van het Turkse model voor de regio. „Wie geweld gebruikt, laat zien dat hij zwak is”, zegt Baskan Oran, schrijver en hoogleraar internationale betrekkingen. Met diezelfde woorden veroordeelde de Turkse regering eerder het geweld van de Syrische president Assad tegen ongewapende demonstranten.

De moslimdemocraten van de AK-partij beloofden in de afgelopen jaren het definitieve einde van het drie decennia durende conflict met de Koerden. Het beleid van de verschroeide aarde uit de jaren tachtig en negentig werd bankroet verklaard. Koerden waren volgens premier Tayyip Erdogan niet langer „Bergturken”, maar verdienden erkenning. Ze kregen een eigen tv-kanaal dat uitsluitend uitzendt in het Koerdisch en mochten op universiteiten in de Koerdische taal doceren. Maar Erdogan zette niet door.

PKK-strijders die zich vrijwillig overgaven aan de Turkse regering werden in de gevangenis gezet. De regering weigert niet alleen rechtstreeks te onderhandelen met de PKK, ze praat evenmin met de politieke tak, de BDP, die in juni 36 parlementszetels veroverde. Een rechtbank verbood sommigen van hen zitting te nemen in het parlement.

De harde lijn als antwoord op het Koerdische ongenoegen is gevaarlijk, vinden commentatoren. Vooral gezien de succesvolle opstanden elders in de regio. „De PKK kan eenvoudig de oude middelen van stadsterreur inzetten”, zegt Baskan Oran. „Terugkeer naar de tijd van aanslagen in de grote steden zoals we jarenlang hebben gehad.”

De PKK kan hulp krijgen van buurlanden die zich storen aan Turkijes grote mond, waarschuwt Soli Ozel, hoogleraar internationale betrekkingen aan Kadir Has Universiteit in Istanbul. „Er is aanleiding te geloven dat de Syriërs doen wat ze kunnen om de PKK te aan te moedigen in de strijd tegen Turkije. Uit twee bronnen hoor ik dat de opdracht voor de recente aanslagen van een Syrische Koerd kwam.”

Die zorgen hebben Erdogan niet op andere gedachten gebracht. Zijn partij is in juni voor de derde keer gekozen. Zijn zelfvertrouwen was nog nooit zo groot. „We staan in ons recht”, zei hij gisteren. Ook al bewezen de afgelopen dertig jaar dat een militaire oplossing geen oplossing is.

    • Bram Vermeulen