Stilletjes genieten van de zege

Na de val van Tripoli is het de vraag wat de NAVO nog kan doen in Libië.

‘Troepen op de grond’ is alleen bespreekbaar als het voor een hele korte tijd is.

People carry a portrait of Moammar Gadhafi inside a hotel in Tripoli, Libya, Tuesday, Aug. 23, 2011. Libyan rebels stormed Moammar Gadhafi's main military compound in Tripoli Tuesday after fierce fighting with forces loyal to his regime that rocked the capital as the longtime leader refused to surrender despite the stunning advances by opposition forces. (AP Photo/Sergey Ponomarev) AP

In het NAVO-hoofdkwartier in Brussel wordt al opgelucht vooruit gekeken: welke rol is er nog voor het militaire bondgenootschap in de tijd ná Gaddafi? Het operationeel comité vergaderde er maandag over, de ambassadeurs van de 28 NAVO-landen gisteren en een naaste medewerker van secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen belde lang met het VN-hoofdkwartier in New York. Dat Duitse diplomaten de afgelopen dagen bleven waarschuwen – de strijd in Tripoli was nog niet voorbij – verpestte de sfeer bij de NAVO niet. Er heerste onderdrukte triomfantelijkheid.

„We zeggen zelf altijd dat militair optreden nooit dé oplossing kan zijn”, zegt een NAVO-functionaris. „Nu blijkt het toch zo te zijn.” NAVO-medewerkers die vijf maanden geleden nog geïrriteerd spraken over de ‘Sarko-show’, omdat Frankrijk maar met moeite het commando over de bombardementen op Libië overdroeg aan de NAVO, gunnen de Franse president nu alle eer. „Hij heeft in het voorjaar zijn nek uitgestoken. Terecht dat hij het succes claimt.”

Maandenlang leken de NAVO-bommen niet het gewenste effect te hebben. Militaire analisten van buiten de NAVO waren ervan overtuigd dat het regime van Gaddafi niet zou vallen zonder NAVO-troepen op de grond in Libië. En daar waren de meeste NAVO-landen tegen.

Op een persconferentie in Napels, met een videoverbinding naar Brussel, zei een NAVO-woordvoerder gistermiddag dat hij geen idee had waar Gaddafi was. En dat het ook niet belangrijk was. „Individuen zijn voor ons geen doelwit.” Het hoofdkwartier van Gaddafi werd vandaag wel beschoten door de NAVO. De woordvoerder zei: „Commandocentra zijn natuurlijk wél doelwit. Dus als hij in een commandocentrum zit, is dat een legitiem doel en vallen we aan.”

Sinds het begin van de luchtaanvallen onder NAVO-commando, eind maart, werden al bijna vijfduizend doelen aangevallen: commandocentra, radarinstallaties, tanks, opslagplaatsen. Bij de NAVO wordt het een „effectieve en succesvolle campagne” genoemd – waar de NAVO ook graag zo snel mogelijk weer van af is.

Vanaf het begin was het lastig geweest voor de NAVO. De 28 NAVO-landen waren ernstig verdeeld over de bombardementen, ze deden er ook lang niet allemaal aan mee en voor het eerst waren het níet de Amerikanen die voorop liepen bij een NAVO-operatie – dat waren de Fransen en de Britten. „Maar zelfs met één hand op onze rug lukt het de NAVO toch”, zegt een diplomaat.

Maar wat nu? Hoe lang is er nog verzet van Gaddafi-aanhangers? Hoe lang duurt het nog voordat andere organisaties het van de NAVO kunnen overnemen? In de vergadering van het operationeel comité ging het maandag vooral over de mogelijkheid dat NAVO-militairen humanitaire konvooien zouden gaan beschermen – op vliegvelden en in havens.

Duitsland moet daar weinig van hebben, ook andere landen willen het liever niet: ‘troepen op de grond’ was vanaf het begin een taboe. De meeste lidstaten vinden ook dat het nu aan de VN, de Europese Unie en aan de regio zelf is – buurlanden, de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga. Alleen als het om een korte periode gaat, op een klein gebied en op dringend verzoek van de nieuwe Libische machthebbers zelf, vindt de NAVO zo’n militaire inzet in Libië bespreekbaar.

De NAVO wil Libië wel graag helpen bij het trainen van militairen en het opbouwen van een leger en een ministerie van Defensie. Daar heeft het bondgenootschap ervaring mee. Er wordt gedacht aan een speciaal ‘partnerschap’ van de NAVO met Libië. Volgens bronnen in Brussel zijn het vooral de Britten die al een tijdje met de Libische rebellen praten over militaire hulp. „De Britten hebben geleerd van Irak. Ze hebben stevige plannen om het leger en de politie van Gaddafi meteen aan zich te binden. De Libische overgangsraad heeft zich daar ook al aan gecommitteerd.”

NAVO-chef Rasmussen zou gisteravond of deze ochtend overleggen met de Britse barones Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europees buitenlands beleid. Ashton zei al tegen Brusselse journalisten dat de EU zo snel mogelijk een verkenningsmissie naar Libië wil sturen. Libische banktegoeden die bevroren waren, moeten beschikbaar komen om salarissen uit te betalen voor de politie en het leger. Burgers moeten weer basisvoorzieningen krijgen: eten in winkels, materiaal en medicijnen voor de ziekenhuizen, veiligheid aan de grenzen.

Libië, zei ze ook, is geen arm land. De economie moest op gang geholpen worden, democratische instellingen moesten worden opgebouwd – en daar zou de EU bij gaan helpen. Maar Europees hulpgeld was niet nodig. Een Europese ambtenaar zei dat de EU al maanden bezig was met plannen maken voor Libië. Op het NAVO-hoofdkwartier weten ze dat het zelfs dan nog wel even kan duren voordat zulke plannen worden uitgevoerd. Ook de VN zullen tijd nodig hebben. De NAVO blijft boven Libië vliegen zo lang er nog geen internationale ‘stabilisatiemacht’ is die het kan overnemen. Als Gaddafi echt weg is, zal het NAVO-optreden worden gezien als een succes. Maar als het meteen daarna helemaal misgaat in Libië, zal de glans van dat succes snel verbleken, denken NAVO-diplomaten. „Het zal op ons afstralen als het mislukt.”

    • Petra de Koning