Politie kan leren van Utøya en Pukkelpop

Calamiteiten gebeuren niet alleen elders. Ook Nederland moet zijn politie adequaat kunnen inzetten. Laat de lokale burgemeester daarover beslissen, stelt Peter Rehwinkel.

Binnen een maand voltrokken zich twee tragedies in ons omringende landen die ons niet onberoerd mogen laten bij de vormgeving van een nieuw Nederlands politiebestel.

Door de dubbele terreuraanslag in Noorwegen verloren tientallen jongeren het leven. De politie probeerde deze week weer over te gaan tot de orde van de dag, met het vrijgeven van het eiland Utøya. Toch zal nog lang worden gediscussieerd over de vele steken die de Noorse politie al dan niet heeft laten vallen.

Na het noodweer dat het festival Pukkelpop vorige week trof, had de Belgische politie haar handen vol aan het afvoeren van de tienduizenden jonge bezoekers. Velen van hen werden opgehaald door hun ouders. Dit leidde tot een verkeerschaos.

In Nederland zijn gebeurtenissen als in Noorwegen en België niet onwaarschijnlijk. Sterker nog – we hebben al een aantal calamiteiten achter de rug. De ‘Damschreeuwer’ zit nog vast. Hij veroorzaakte vorig jaar grote paniek bij de Dodenherdenking in Amsterdam. Het instorten van een trap tijdens een openluchtconcert in de Utrechtse binnenstad leidde gelukkig niet tot veel paniek, maar wel tot licht- en zwaargewonden. Tientallen hulpverleners kwamen op uiteenlopende manieren in actie.

Als grote mensenmassa’s op de been komen, zijn bestuurlijke autoriteiten zich doorgaans bewust van bepaalde risico’s – al zal waarnemend burgemeester Bas Eenhoorn van Alphen aan den Rijn zich waarschijnlijk niet van tevoren hebben bedacht dat zijn ambtsperiode volstrekt in het teken zou komen te staan van een eenling die met een automatisch vuurwapen om zich heen maaide in de zaterdagse drukte van een winkelcentrum.

Deze incidenten moeten worden bezien tegen de achtergrond van de invoering van de nationale politie in ons land. De bedoeling van minister Opstelten (Veiligheid, VVD) is om de 26 politiekorpsen om te vormen tot één landelijk korps met één korpschef – oud-AIVD’er Gerard Bouman.

Het korps zal bestaan uit tien regionale eenheden – die worden ingericht door kwartiermakers – en één of meer landelijke eenheden. Tien regioburgemeesters hebben een belangrijke rol in het vaststellen van een regionaal beleidsplan.

De voor mij cruciale vraag is of het gezag over de politie ook daadwerkelijk op lokaal niveau blijft liggen. Het kabinet belooft dit weliswaar, maar verwacht mag worden dat vaker de minister en niet gemeenten bepalen waaraan de politie mensen en middelen besteedt. Toch is het heel duidelijk – niet Opstelten, niet Bouman, niet beoogd regioburgemeester Rehwinkel, maar de lokale burgemeester kan het best oordelen over de benodigde politie-inzet in zijn of haar gemeente.

Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat de minister het gezag van de burgemeester in dit opzicht zal respecteren. Het onder zijn verantwoordelijkheid tot stand gekomen wetsvoorstel slaagt er maar zeer beperkt in om te realiseren wat uitdrukkelijk is toegezegd – dat de burgemeester beter in staat zal worden gesteld om, samen met de officier van justitie, de politie-inzet binnen gemeenten te bepalen. Deze belofte kon ook bijna niet worden geloofd. Het regeerakkoord bevat voor circa 80 miljoen euro aan bezuinigingen op de lokale veiligheid. Het kabinet bezuinigt per 1 januari 2012 30 miljoen euro op de beveiliging van evenementen. Tel uit je verlies.

Burgemeesters als Bas Eenhoorn en Jaap Pop wisten eer te behalen met hun optreden bij calamiteiten. Anderen werden erop afgerekend. Wim Denie stapte in het begin van dit jaar op als burgemeester van Moerdijk, na de brand bij het bedrijf Chemie-Pack. Zelf heb ik vorig jaar voor de afweging gestaan of ik in de binnenstad tv-schermen moest toelaten waarop wedstrijden van het wereldkampioenschap voetbal massaal konden worden bekeken. Moest ik het uitdrukkelijke en door mij geverifieerde advies van de politie volgen om deze toestemming niet te verlenen – gezien de specifieke veiligheidssituatie van het Groninger centrum? Duizenden Oranjefans namen me deze beslissing niet in dank af. Bestuurlijk ben je dan even eenzaam, maar nog altijd ben ik blij dat ik mijn verantwoordelijkheid heb genomen. Als het fout was gegaan, was ik daarop aangesproken.

Ook daarom, al word ik regioburgemeester, respecteer ik mijn collega’s van overige gemeenten die hun gezagsrol willen kunnen waarmaken. Een goed onderbouwd gemeentelijk veiligheidsplan dient uitgangspunt te zijn voor besluitvorming. Dit wordt ook benadrukt in de advisering van de Raad van State. Ik kom pas in beeld als burgemeesters onderling de politiesterkte moeten verdelen en daar niet uitkomen.

Utøya en Pukkelpop hebben ons nog eens met de neus op de feiten gedrukt. Alsnog dient expliciet in het wetsvoorstel te worden opgenomen dat in eerste instantie de lokale burgemeester de politie-inzet binnen zijn gemeente bepaalt. Laat ons niet overkomen als het politiedistrict Oslo: „we hebben vandaag niet langer de capaciteit die we enige jaren geleden hadden.”

Peter Rehwinkel is burgemeester van Groningen en beoogd regioburgemeester voor de regionale politie-eenheid Noord-Nederland.