Overtuigende dochter mist overtuigend bewijs

De beide televisiemomenten van Mildred Zijlstra, betiteld als „vermeende buitenechtelijke dochter van prins Bernhard”, waren vooraf royaal aangekondigd, nadat ze de opening van de voorpagina van De Telegraaf had gehaald.

RTL Boulevard kreeg de primeur van een gefilmd interview en aan het eind van de avond mocht ze als gast aanschuiven bij Knevel & Van den Brink (EO), in gezelschap van royaltyjournalist Marc van der Linden, die haar vandaag het eerste exemplaar van zijn boek De vrouwen van prins Bernhard aanbiedt.

Het NOS Journaal paste nog even voor dit mogelijke nieuwsfeit. Per slot van rekening zegt Van der Linden het maar voor 99 procent zeker te weten en is de bewijsvoering lastig zonder DNA-test.

In het voorprogramma van Boulevard deelde Editie NL (RTL 4) vast mee dat er in ons land zo’n 600.000 ‘bastaards’ rondlopen, waarbij de kinderen van spermadonoren ruimhartig zijn meegerekend. Een van hen vertelde dat ze de identiteit van haar vader had kunnen vaststellen aan de hand van speeksel aan een postzegel op een tientallen jaren eerder verstuurde ansichtkaart.

Het probleem is dat Bernhard vermoedelijk niet zelf aan postzegels likte. Met enige scepsis wachtten we dus op wat Albert Verlinde wel in huis zou hebben. Het moet gezegd dat de eerste kennismaking met de foto van Mildred Zijlstra (65) uit het boek van Van der Linden intuïtief veel twijfel wegnam. Het is waarschijnlijk dat zonder enige voorkennis iedereen zou denken dat dit een zus van prinses Christina moest zijn.

In het interview met Boulevard en later bij de EO was het verhaal van de derde buitenechtelijke dochter van Bernhard overtuigend. In 2003 had ze van een voormalig burgemeester van Rhenen en vriend van haar adoptieouders gehoord dat ze geboren was uit een korte liefdesrelatie van Bernhard en een van zijn medewerksters, een zekere Trijntje.

Om dit bevestigd te krijgen, was ze naar Bernhards biograaf Annejet van der Zijl gestapt, die dit meer een kwestie voor Van der Linden vond.

Hij deed nader onderzoek, maar wilde zijn geheime bronnen bij Knevel & Van den Brink niet onthullen. Toen Tijs van den Brink daar toch naar doorvroeg, werd Van der Linden geïrriteerd en verweet zijn gastheren „een kritische pruik” op te zetten. Ze moesten maar van hem aannemen dat het verhaal klopte.

Hij had moeten weten dat het zo niet werkt in journalistiek en wetenschap. Oncontroleerbare bronnen zijn geen bronnen.

Aan de andere kant maakte het optreden van de onvrijwillige hoofdpersoon van het drama wel een betrouwbare indruk. Ze vertelde zonder overdadige emoties en beheerst hoe het was geweest om in deze positie terecht te komen. Er was duidelijk geen sprake van geldzucht of behoefte aan aandacht. Het wachten is op overtuigende bewijzen.

    • Hans Beerekamp