Nieuwe Kuip verdeelt politiek in Rotterdam

De gemeente Rotterdam moet niet investeren in een nieuw stadion voor voetbalclub Feyenoord, omdat „de financiële risico’s simpelweg te groot zijn voor de stad”. Dat stelt PvdA-fractievoorzitter Richard Moti, leider van de grootste coalitiepartij in Rotterdam. Ondanks de voorgenomen bezuinigingen komt de stad volgens hem nog altijd zo’n 80 miljoen euro tekort. „Ons weerstandsvermogen wordt daardoor teruggebracht tot nul. Het spaarpotje is gewoon op.”

De gemeente zou bij de bouw van een nieuwe Kuip garant moeten staan voor een achtergestelde lening van 150 à 200 miljoen euro, én de negatieve grondexploitatie, die critici schatten op minimaal 200 miljoen. Rotterdam is gedwongen nog drastischer te bezuinigen dan de stad al van plan was. De extra besparingen lopen op van 179,6 (2012) naar 257,3 miljoen euro (2015), en komen bovenop het totaalbedrag van 593 miljoen euro (2011-2015) dat Rotterdam vorig jaar al afkondigde.

PvdA-raadslid Leo Bruijn is woest op zijn collega Moti. Hij noemt zijn fractievoorzitter „een politiek onbenul die voor zijn beurt spreekt”. Bruijn is voorzitter van de raadscommissie fysieke infrastructuur en buitenruimte, waar de randvoorwaarden van het beoogde onderkomen van Feyenoord de laatste maanden uitvoerig is besproken. „Dit is zó dom: als het stadion niet doorgaat, heeft de PvdA het gedaan.”

Feyenoord is momenteel bezig met het uitwerken van enkele varianten met bijbehorende kosten. Op basis van die uitkomsten komt het stadsbestuur met een voorstel, waar de raad naar verwachting in december over zal stemmen.

Net als Bruijn is ook wethouder Antoinette Laan (sport, VVD) verrast. „Een besluit kan pas genomen worden als alle feiten bekend zijn, en dat is nog niet het geval.”

Moti ontkent voorbarig te zijn. „Ik denk in het belang van de stad. Het laatste wat we willen is dat Rotterdam een artikel-12-gemeente wordt en dat we onder financiële curatele komen te staan.”

    • Mark Hoogstad