Na 600 jaar toch ingehaald door China?

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Hoe ecologische factoren de voorsprong van het Westen tot nu toe in de hand werkten.

Tijdens mijn krantenloze vakantie kreeg ik een sms’je van mijn broer: „Het einde van de wereld is begonnen.” Toevallig was ik net in The Road van Cormac Mccarthy bezig; deze onheilspellende boodschap verraste me dan ook geenszins. Ik keek op van mijn telefoon, maar zag nog geen massale paniek. De mensen op het terras nipten van hun koffie en babbelden ontspannen met elkaar.

Ik kon de neiging om al mijn kleren uit te trekken, iedere persoon binnen handbereik door elkaar te schudden en „Apocalyps!” in hun gezicht te schreeuwen ternauwernood onderdrukken. De stroom leek ook nog niet te zijn uitgevallen, gezien de klanken die uit de speakers van het café kwamen. Maar hoe lang nog? Het zou niet lang meer duren voordat ik met mijn zoontje en een winkelwagentje vol blikvoedsel over een kale en grijze aardbol zou trekken. En ik had nog niet eens een zoontje!

Het liep allemaal goed af. De wereld was weer niet vergaan, zo begreep ik bij terugkomst uit mijn opgestapelde kranten. Italië maakte een verrassende wederopstanding, Griekenland werd weer gered en de Amerikanen verhoogden uiteindelijk gewoon hun schuldenplafond.

Toch was er een verschil met alle andere financiële ontsnappingen van de laatste jaren. Deze keer is er iets blijvend veranderd voor het westen. Dankzij het verlies van de AAA-status is de vanzelfsprekende dominantie van de VS, en daarmee die van handlanger Europa, nu definitief voorbij. Dat was wat mijn broer bedoelde met zijn sms: het einde van de westerse wereld is begonnen.

Deze teloorgang wordt al jaren voorspeld en moet ook zeker niet overdreven worden; het zal nog wel even duren voordat in Parijs mensen massaal van de honger sterven. Toch is er genoeg reden voor zorgen. De oplossingen van de huidige politieke leiders lijken door tijds- en verkiezingsdruk ingegeven en schuiven de schuldenproblemen door naar de volgende generaties, terwijl het rücksichtslose China op de deur klopt met miljoenen goedkope arbeidskrachten in haar kielzog. Onze tijd is voorbij. De onderdanige speech die de Amerikaanse vice-president Joe Biden afgelopen week in China gaf („De Verenigde Staten zijn nooit wanbetalers geweest en zullen dat ook nooit zijn”), is een teken aan de wand.

Nu is het interessant om nog eens terug te kijken, zoals het op een echte afscheidsborrel hoort. De afgelopen vijfhonderd jaar bestond er geen twijfel over wie de sterksten op aarde waren. Hoe kwamen wij eigenlijk in deze positie? Waarom heeft het Westen al die tijd de wereld zo gemakkelijk en vanzelfsprekend gedomineerd? Deze vraag heeft vele historici de afgelopen decennia gefascineerd. Eén van de meest interessante antwoorden werd gegeven door Jared Diamond (1937), met zijn boek Guns, Germs and Steel (1997). Hij kreeg er de Pulitzer-prijs voor in 1998.

Diamond is naast historicus ook evolutiewetenschapper en bezocht in die hoedanigheid het eiland Nieuw-Guinea, waar hij de vogelpopulatie wilde onderzoeken. Hij raakte daar in gesprek met de locale politicus Yali, die hem een simpele vraag over de wereldeconomie stelde: „Hoe komt het dat de blanken zoveel spullen hebben geproduceerd en naar Nieuw-Guinea kunnen brengen, terwijl de lokale bevolking veel minder spullen heeft?” De vraag hield Diamond wakker.

Het antwoord moet volgens deze auteur niet gezocht worden in rassenverschil of culturele superioriteit, maar in het toeval van de prehistorie. Over de oorsprong van de eerste mens en zijn migratie over alle continenten bestaat nog veel archeologische discussie, maar het is zeker dat 10.000 jaar voor Christus alle continenten bewoond werden door de homo sapiens, oftewel de moderne mens. Op dit moment in de geschiedenis was het nog volstrekt onduidelijk welk werelddeel de rest zou gaan domineren. Waarom werd het Europa, later vergezeld door zijn dependance in Noord-Amerika?

Elk continent heeft zo zijn eigen ecologische karakter. Het belang van deze plaatselijke omstandigheden valt te zien aan Diamonds praktijkvoorbeeld van de Polynesische eilanden, in de Stille Oceaan. De eerste Polynesiërs arriveerden op hetzelfde moment (12.000 voor Christus) op de verschillende eilanden en kenden zodoende een gelijke start. De eilanden vlakbij de evenaar, zoals Hawaï, hebben echter een tropisch klimaat, terwijl de eilanden richting Antarctica, zoals de Chatham-eilanden, kouder zijn.

Dit toeval had grote gevolgen. Op de warmere eilanden ontstond al snel een hiërarchische landbouwgemeenschap, terwijl op de koudere plaatsen de primitieve jager-verzamelaar-cultuur behouden bleef. Uiteindelijk maakte een groep hoogontwikkelde eilandbewoners vanuit Nieuw-Zeeland, de Maori’s, de oversteek naar de Chatham-eilanden, waar de Moriori’s zich bevonden. De Moriori’s maakten geen schijn van kans. Hun beginpunt was hen uiteindelijk fataal geworden.

Het ontstaan van een landbouwgemeenschap, waar men niet afhankelijk is van de grillige resultaten van de jacht maar de eigen voedselproductie beheerst, is van groot belang voor de menselijke ontwikkeling. Hier komen uiteindelijk essentiële instrumenten als het schrift, bureaucratie en politieke organisatie uit voort. Een boer is in principe niet sterker dan een jager. Maar hij heeft wel meer vrienden en leeft in een geletterde, georganiseerde gemeenschap.

De voordelen van voedselproductie zijn dus enorm groot. Het ontstaan van deze levensstijl is echter volledig afhankelijk van lokale omstandigheden. Er zijn beheersbare planten en dieren, een vruchtbare bodem en een relatief zacht klimaat voor nodig. Laat dit nu precies de kwaliteiten van het Europees-Aziatisch continent zijn! Dertien van de veertien domesticeerbare dieren leefden hier in de natuur – veel meer dan op de andere continenten. De landmassa van Eurazië loopt bovendien over de breedtegraad van de aarde, van west naar oost, in tegenstelling tot de continenten Afrika en Amerika, die een noord-zuid-as kennen. Wij hebben hierdoor een relatief gelijk en zacht klimaat, dat landbouw bevordert. Daarnaast hebben we ongeveer dezelfde dag- en nachtcyclus en relatief weinig obstakels voor onderlinge communicatie, waardoor nieuwe technieken gemakkelijk overgebracht kunnen worden.

Zo groeide de voorsprong van Eurazië op de rest van de wereld en was het een kwestie van tijd voordat we onze minderen zouden overnemen. Dat gebeurde dan ook in de vijftiende eeuw, toen de ver ontwikkelde scheepsbouw grote ontdekkers als Christoffel Columbus voortbracht. De Europese veroveraars van deze nieuwe gebieden brachten een enorme troepenmacht met paarden en zwaarden mee, zaken die de plaatselijke bevolking niet kende. Onze voorouders hadden echter ook de beschikking over het allermachtigste wapen: ziektekiemen. Dankzij de eeuwenlange omgang met dieren waren de soldaten immuun geworden voor het soort virussen dat een hele beschaving van Inca’s in een mum van tijd kon uitroeien, zonder dat er een zwaard aan te pas hoefde te komen. Een Spaanse generaal hoefde alleen maar even te hoesten zonder zijn hand voor zijn mond te houden.

Diamond toont zo aan dat de westerse overheersing een kwestie van historische mazzel is. Rest alleen nog de vraag waarom juist Europa profiteerde van de omstandigheden, en niet Azië, dat dezelfde ecologische voordelen kende. Ook hier speelt toeval een rol, in combinatie met politieke durf. Op het westelijke deel van het Europees-Aziatische continent ontstonden na het afbrokkelen van het Romeinse Rijk (ongeveer vijfhonderd na Christus) vele autonome en concurrerende staten, terwijl in het Oosten de eenheid van China dominant bleef. In eerste instantie had dit geen invloed: tot ver in de Middeleeuwen lag China zelfs op Europa voor in technologisch en intellectueel opzicht. De Chinese zeevaarder Zheng He beschikte over een enorme keizerlijke vloot en maakte tussen 1405 en 1433 (vóór Columbus) zeven ontdekkingsreizen, waarbij hij meer dan vijfendertig landen bezocht. Het zou niet lang duren voordat de superieure Chinezen koloniën zouden stichten en wellicht zelfs Europa zouden binnenvallen.

In 1424 werd echter door een nieuwe, minder avontuurlijke keizer van de Ming-dynastie zonder duidelijke reden besloten om de vloot op te heffen en de reizen te stoppen. De politieke eenheid van het keizerrijk werd de Chinezen fataal. Columbus kon het, na een afwijzing van zijn reisplannen, bij een andere vorst opnieuw proberen; Zheng He ging gedwongen met pensioen. In de daaropvolgende jaren zou Europa de Chinezen inhalen.

Nu lijken we na bijna zeshonderd jaar later dan toch door de oosterse grootmacht overrompeld te worden. Ooit hadden wij landbouw, veeteelt, schrift, bureaucratie, zwaarden en ziektekiemen om de rest van de wereld onze wil op te leggen. Nu hebben we nog nog schulden. De huidige wereld is veel te verweven om nog van onze ecologische voorsprong te kunnen profiteren. Gelukkig leert de geschiedenis ons dat werelddominantie altijd van toeval én innovatiedrang afhankelijk is. Echter, nu die laatste mentaliteit bij onze leiders ontbreekt, begin ik toch maar alvast met het aanleggen van een voorraad blikvoedsel.

De betekenis van de Chinese tekens bij dit artikel is: Denk vooruit.

    • Rutger Lemm