Molly duikt op, 5 millimeter ernaast

Spannend: de machine die in mei bij de RAI een metrotunnel begon te graven, bereikte vandaag een ondergronds station. Alles ging volgens plan.

Amsterdam 24-08-2011 Boorkop van tunnelboormachine Molly van de Noord/Zuidlijn midden in het boortracé op 25 meter diepte in het toekomstige metrostation Ceintuurbaan in de Ferdinand Bolstraat Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Na drie maanden onzichtbaar boren komt boormachine Molly vandaag weer even tevoorschijn. „Een bijzonder moment”, zegt Joost Joustra, boormanager van de Noord-Zuidlijn. Deze metrolijn zal straks Amsterdam-Noord via het stadscentrum verbinden met station Zuid .

Molly heeft bijna een kilometer grond weggevreten met haar graafwiel. Vanaf de RAI heeft ze 630 tunnelringen aangebracht, die haar telkens anderhalve meter dichter bij de binnenstad van Amsterdam hebben gebracht. Na elke anderhalve meter werden achter het boorschild onmiddellijk betonnen tunneldelen gemonteerd. De weggegraven grond is gestort in de IJ-havens.

Vandaag bereikte Molly het nieuwe ondergrondse station Ceintuurbaan, in de Amsterdamse Pijp. Het station is twee verdiepingen hoog, want de Ferdinand Bolstraat was te smal om er twee tunnelbuizen naast elkaar te leggen. De tunnels worden boven elkaar gegraven.

Molly is een van de vier boren die worden ingezet bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Twee andere boormachines, Gravin en Noortje, hebben eerder in omgekeerde richting gegraven, van het Centraal Station tot aan het Rokin. Dat is volgens plan verlopen. „We hebben geen vertraging en ook zijn er geen kostenoverschrijdingen geweest”, zegt Michiel Jonker, woordvoerder van de Noord-Zuidlijn.

Molly vertrok eind mei in noordelijke richting en kwam vandaag op vrijwel precies de uitgerekende plaats aan. De maximale marge was vijf centimeter, in werkelijkheid is Molly op vijf millimeter na op de exacte plaats aangekomen. „Een kwestie van goed meten onderweg”, zegt Joustra. „Iedereen die een tomtom heeft, weet dat het daarmee in een tunnel lastig navigeren is. Dat geldt ook voor de boorders van onze aannemer Saturn. Die moesten dus alles zelf meten, met lasers.”

Behalve een memorabel moment is de entree van Molly ook spannend. De boor moet tweehonderd meter door het ondergrondse station worden geschoven, om aan de andere kant weer de grond in te duiken. „En als we geen maatregelen zouden nemen, zouden zand en grondwater met grote kracht het station binnenstromen”, zegt Joustra. „We werken immers in het grondwater, op vijfentwintig meter diepte.”

De bouwers hebben er het volgende op bedacht. Zodra Molly de muur van het station binnendraait – de muur is op die plaats niet gewapend met staal maar met glasvezel – verdwijnt de boor in een soort trommel. Die is gevuld met water, dat onder even veel druk staat als het water dat met de boor naar ‘buiten’ zou komen. Daardoor houdt het water uit de trommel het water bij de boormachine tegen. Vervolgens wordt de spleet tussen de tunnel en de wand van het station gevuld met mortel, om het geheel waterdicht te maken. Daarna reizen de boor en de volgwagens, in totaal 83 meter lang, naar de overkant van het station, om daar weer achter de andere muur in de grond te verdwijnen.

Na vandaag graaft Molly onder de Pijp. „We volgen op het grootste deel van het tracé bestaande straten, maar in de Pijp moeten we onder de huizen door. Heel diep”, zegt boormanager Joustra.

De risico’s zijn beheersbaar. „Enige zakking is onvermijdelijk. Je zit nu eenmaal te roeren in grond. Maar de grootte en de gelijkmatigheid van de reactie van de bodem bepaalt of je er boven de grond last van hebt.”

    • Arjen Schreuder