Misschien iets te lief, maar wel erg gedreven

De openingsdag van de WK judo is voor de lichtgewichten.

Van de Nederlanders deed de 25-jarige debutant Jasper de Jong (-66 kg) het het beste. „Ik kan tevreden zijn.”

23-08-2011 JUDO: WK JUDO 2011: PARIJS blauw: Jasper de Jong verliest van wit: Rok Draksic SLO en ligt uit het WK. Foto: Sander Chamid Foto: SCS/Sander Chamid

Gazprom, RTL, Adidas. Wie naar de reclameborden langs de tatami’s bij de wereldkampioenschappen judo in Parijs kijkt, ziet het belang van de vechtsport in Frankrijk. Duizenden liefhebbers hadden al een kaartje gekocht voor de openingsdag, traditioneel voor de lichtste gewichtsklassen. Zij kwamen voor de beste Franse judoka’s, geselecteerd uit een talentenpoule waarop menig judonatie jaloers is.

Dan judo in Nederland, een sport waarin de bond het dit jaar niet voor elkaar krijgt de traditionele wereldbekerwedstrijd te houden in Rotterdam, omdat de overheid haar bijdrage stopzet. De gemeente Amsterdam wil het tekort van zo’n 200.000 euro op een begroting van 650.000 euro vermoedelijk wel aanvullen, voor een verhuizing naar de Sporthallen Zuid. Een sport ook waarin tekort is aan talent dat de stap van junioren naar senioren verzuimt te maken, en trainers die de huidige, succesvolle generatie kunnen opvolgen.

Jasper de Jong was de enige nieuwe naam in de selectie van veertien judoka’s voor de wereldkampioenschappen van deze week. Hij kreeg een kans van bondscoach Maarten Arens op basis van slechts één wereldbekermedaille – brons in Tallinn in juni – en behaalde nog geen nationale titel in zijn gewichtsklasse, tot 66 kilogram. Zelf vond hij dat ook wel gek, zo zei hij vooraf.

De Jong deed het op de openingsdag in Parijs nog het best. De andere lichtgewichten, Jeroen Mooren (-60 kg) en Birgit Ente (-48 kg), werden snel uitgeschakeld. De Jong versloeg, als ware het een reclame voor judo als wereldsport, de Haïtiaan Reginald Altenor, de Cubaan Anyelo Gomez en de Cyprioot Andreas Krassas ippon en werd uitgeschakeld door de Sloveen Rok Draksic.

„Ik denk dat ik tevreden kan zijn”, zei de 25-jarige debutant in de catacomben van sportpaleis Bercy. „Ik heb geprobeerd vandaag te beleven alsof het een dag was als op elk ander toernooi. Vanaf de weging en het ontbijt wilde ik ontspannen zijn. Ik wist de loting niet en kreeg voor elke partij van Maarten te horen tegen wie ik moest judoën. Hij weet alles van mijn tegenstanders en kan het best het tactische plan maken.”

Toch voelde De Jong, die twaalf uur in de week werkt bij het sportmarketingbureau van oud-wereldkampioen Ruben Houkes, in zijn eerste partij plankenkoorts, een kwaaltje dat hem vaker in zijn loopbaan heeft gehinderd. „Angst is een groot woord, maar ik voel wel altijd spanning. Ze zeggen dat ik te lief ben. Daar was ik het wel mee eens, maar ik heb nu al flinke stappen gemaakt”, zei de judoka die zijn wedstrijdzenuwen al besprak met een mental coach en met collega Guillaume Elmont, behalve judoka ook psycholoog.

„Hij heeft last van faalangst en spanningen”, erkende Arens. „Het is voor mij zaak positief te blijven als ik hem coach. Schreeuwen wat hij niet moet doen, dat heeft geen zin. Dan raakt hij in paniek. Jasper moet bij zijn taak op de mat blijven. Hij heeft zelf niet altijd door dat een partij prima loopt. Ik kan hem die bevestiging van de zijkant geven.’’

Arens heeft De Jong slechts twee jaar onder zijn hoede. De judoka groeide op in Rozenburg en verruilde Mahorokan in Maassluis voor het Haarlemse Kenamju, ’s lands meest succesvolle judoschool bij de mannen. Niet dat de relatie met zijn vorige trainer Rob Henneveld was vertroebeld, hij dacht bij Kenamju vooral op tactisch vlak meer te leren. Zijn verwachtingen kwamen uit, met Arens en John van der Meer als nieuwe begeleiders. „De verhuizing naar Haarlem heeft me geholpen volwassen te worden op de mat en in het dagelijks leven. Misschien had ik de stap eerder moeten maken, maar het heeft weinig zin daar nu over na te denken.”

De Jong is een laatbloeier, maar één die serieus met zijn sport bezig is, stelt Arens. „Ik vind hem gedreven, technisch goed en goed te bereiken tijdens wedstrijden.” De Jong moet bij de beste 22 judoka’s van de ‘geschoonde’ wereldranglijst komen om zich te plaatsen voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen. Hij begon de wereldkampioenschappen als 25ste. Arens: „Het is tijd voor hem om constant medailles te behalen bij wereldbekerwedstrijden. Hij moet op zoek naar zijn plafond.”

    • Michiel Dekker