Langer wachten op een kamer

Voor de binnenstad van Amsterdam is de wachttijd nu gemiddeld drie jaar, Utrecht 21 maanden.

Na enkele jaren van redelijke ontspanning zijn de wachtlijsten voor studentenkamers dit jaar sterk gestegen. De koepel van studentenhuisvesting Kences is in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken om voor meer studentenkamers te zorgen. Dat zei directeur Vincent Buitenhuis gisteren.

Voor de populairste steden is de wachtlijst voor een kamer met enkele maanden opgelopen. Voor de binnenstad van Amsterdam is de wachttijd nu gemiddeld drie jaar. In Utrecht was de wachttijd teruggedrongen naar ongeveer een jaar, maar dat is nu 21 maanden. Delft volgt met een wachttijd van twintig maanden en in Leiden is de wachttijd achttien maanden.

Voor Amsterdam begrijpen studenten vaak nog dat ze lang moeten wachten, maar in Nijmegen is de wachttijd ook opgelopen tot meer dan een jaar. „Vorig jaar hadden alle eerstejaars die dat wilden nog binnen een jaar een woning.” Per maand komen daar honderddertig kamers vrij, terwijl dit jaar zeventienhonderd studenten een kamer zoeken.

Kences voert gesprekken met het ministerie van Binnenlandse Zaken om de regels te versoepelen. „De bouwregelgeving is bijvoorbeeld niet op studentenwoningen gericht maar vooral op gezinnen. Daardoor zijn woningen vaak te duur.” Ook moet het bestemmingsplan volgens hem voor een langere periode kunnen worden aangepast. Ook universiteiten, hogescholen en gemeenten zouden moeten meewerken om het probleem aan te pakken. (Novum)