'Keynes is bijna literair, zoveel lagen en facetten'

Op de boekenzolder van Sylvester Eijffinger staan zijn meest geliefde economische werken. Vooral verzameld in de studententijd, vooral gekocht bij De Slegte.

Nederland, Oisterwijk, 22-08-2011. Portret van Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie aan Universiteit van Tilburg. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Op de zolder van zijn huis in Oisterwijk hebben Sylvester Eijffinger en zijn vrouw de ruimte verdeeld. Wie de trap op komt, moet eerst door ‘Annekes deel’, dat van zijn vrouw met wie hij sinds zijn studententijd samen is. „Frans en Algemene Taalwetenschappen”, aldus Eijffinger. En ook: een hometrainer.

Dan, „pas op je hoofd”, door een iets te laag doorgangetje, het economisch deel van de zolder. Naar schatting vier bij vier meter, twee stoelen: een schommelstoel met dierenvacht („Die heb ik al veertig jaar, daar heb ik alles in gelezen.”) en een stoel voor de gast, eveneens met vachtje.

Een gesprek over de boekenkast van Sylvester Eijffinger gaat eigenlijk vooral over Sylvester Eijffinger zelf. Aan de hand van anekdotes over zijn werk en vrienden loodst de Tilburgse econoom de bezoeker door zijn boeken én zijn leven. „Op de universiteit staan ook nog boeken, vooral de gratis exemplaren. Dat is het gekke van het leven: als je tijd hebt – als je studeert – heb je geen geld om de boeken te kopen die je wilt. En als je geld hebt – als je professor bent zoals ik – heb je geen tijd om te lezen. Hier staat mijn echte collectie. Geen eerste drukken, zoals bij Arnold [Heertje], daar ben ik niet gevoelig voor. Het gaat mij om de inhoud. Ik lees ook nooit fictie, ben ik te nuchter voor.

„Ik studeerde oorspronkelijk wiskunde. Ik kwam uit een ondernemersgezin, Eijffinger behang uit Den Haag, later overgenomen door Gamma Holding en nu als luxe-behangmerk nog steeds een begrip. Ik wist een ding zeker, ik wilde nooit ondernemer worden. Ik was goed in exacte vakken, dus ik ging wiskunde studeren, en natuurkunde aan de VU. Daar kreeg ik college van professor Folkert de Roos, koninklijk commissaris bij De Nederlandsche Bank. Die zei tegen me: ‘Meneer Eijffinger, volgens mij bent u niet gelukkig.’ Daar had-ie gelijk in. Ik heb op zijn advies natuurkunde geruild voor economie, dan heet je ineens econometrist. Mijn liefde voor het exacte, voor de modellen is gebleven.

„Een van de meest indrukwekkende boeken in het begin van mijn studie was Macro-Economic Theory, A Mathematical Treatment van R.G.D. Allen. Dat zette alle modellen in een exacte vorm, in formules. Keynes had dat ook, dat modelmatige, vandaar dat ik de General Theory van Keynes als beste boek heb uitgekozen. Dat is nog steeds zo rijk, ook bij herlezing. ‘It’s all in Keynes’, zeg ik altijd. Het is bijna literair, zoveel lagen en facetten. Ik ontdek er steeds nieuwe aspecten aan als ik het herlees.

„Diezelfde gelaagdheid zit ook in de History of Economic Analysis van Joseph Schumpeter, mijn nummer twee. En dan vooral de voetnoten in dat boek, heerlijk. Het is in 1954 postuum uitgegeven door zijn vrouw, hij wilde het zelf niet publiceren. Voor mij is Schumpeter de grootste kenner van het economisch denken. Schumpeter was een vreemde snuiter. Hij was minister van Financiën in Oostenrijk geweest, daarna ging hij naar de Humboldt-universiteit in Berlijn. Daar heb ik zelf ook nog vijf jaar college gegeven, in dezelfde zalen waar hij ooit stond.”

Eijffinger begint aan een vogelvlucht langs symposia met beroemde economen, waar hij als jonge dertiger naar toe ging, universiteiten en centrale banken waar hij sinds begin jaren tachtig heeft gewerkt. „Die plek op Humboldt had ik te danken aan professor Helmut Schlesinger, de latere president van de Bundesbank. Die zei na een discussie tegen me: ‘Herr doktor Eijffinger, Sie haben viel zu lernen.’ Hij bracht me uiteindelijk overal, de Duitse, Japanse, Franse, Britse en Amerikaanse centrale bank.” Via Schelsinger kwam Eijffinger bij Humboldt, en via Humboldt bij Harvard, waar hij in 2003 en 2008 gasthoogleraar was.

Daar ontmoette Eijffinger de econoom Ben Friedman, de man wiens laatste boek de topdrie completeert. „Op Harvard zat de pseudoadel. Ik zeg altijd; ik was niet goed genoeg als student, maar wel als gasthoogleraar. Ik heb daar veel vrienden, zoals Marty Feldstein en Ben Friedman. Ben heeft in 2005 The Moral Consequences of Economic Growth geschreven, een baanbrekend werk over de noodzaak van economische groei voor democratische vernieuwing en ontwikkeling. Dat staat voor mij echt in de traditie van Keynes. Er komen jaarlijks zoveel boeken uit over economie. Het grootste deel is minder interessant, een ander deel is goed voor die tijd, zoals Obstfeld-Rogoff begin deze eeuw, of Blanchard-Fischer in de jaren negentig. Er zijn er maar een paar die de tand des tijds doorstaan. Het boek van Ben hoort in dat rijtje thuis.”