Je stinkt, maar je kan het wel hébben

Een studentenleven dat voornamelijk wordt gekenmerkt door biertrechters, met je voorhoofd tegen de wc-deur in slaap vallen, gezamenlijk liedjes brullen, pas thuis zien hoe je broek tot je knieën is bedekt met een twijfelachtig mengsel van bier, zweet, modder en hormonen, om vier uur ’s nachts zoenen met iemand – als ’ie maar warm is en beweegt –, om vier uur ’s middags in capuchontrui naar de supermarkt sloffen voor een Dr. Oetker Big American ontbijt – wellicht zijn die tijden voorbij.

Studentenverenigingen krijgen dit jaar minder aanmeldingen dan voorheen. De voornaamste reden zouden de onderwijsbezuinigingen zijn – door de langstudeerboetes kan niemand zich meer een ‘werken aan mijn bierboer-alfabet in plaats van aan mijn werkgroep-opdrachten’-jaar veroorloven.

Ook bij het Amsterdam Studenten Corps waren er minder inschrijvingen, waardoor voor het eerst sinds jaren iedereen zonder loting werd toegelaten.

Het lijkt me voor een vereniging als het corps wel lastig als de aanmeldingen terug blijven lopen. Leden brengen geld op, en bovendien betekent een lotsbeslissende loting exclusiviteit. Maar wellicht wordt in de toekomst ook de ontgroening geheel anders. Een vereniging die smacht naar nieuwe leden kan het zich immers niet permitteren dat iemand met een druipende koeienvlaai op zijn hoofd het ontgroeningskamp uitrent terwijl hij iets krijst als: „Wacht maar! Ik ga dit aan mijn vader vertellen! Ik hoop dat jullie allemaal doodgaan en in de hel alleen maar koeienvlaaien moeten eten!”

De ontgroening zal een heel ander karakter krijgen. Iemand die in een slordig loshangend jasje voor een ielig halfbloot jongetje staat en in zijn oor toetert: „Kutfoet! Niks ben je waard, niks! Voor jou tien anderen!” om hem vervolgens haastig over zijn hoofd te aaien en te zeggen: „Dat is dus maar overdrachtelijk he, dat kutfoet, en dat over die tien anderen ook, we hopen echt ontzettend dat je gezellig bij ons komt, echt, het is reuzeleuk.”

Even verderop staat een bierdrinkend meisje in trainingspak voor een rij verwilderde, besmeurde meisjes, terwijl ze zegt: „Kijk, Carolien, je stinkt dus nu heel erg, het is echt niet te harden zo ranzig, heb je liggen rollen in muskusrattenvet ofzo? Maar je kan het wel hébben, weet je? Waarschijnlijk door die slanke benen, doe je aan Pilates?” En in plaats van een jaar een kip in leven te moeten houden, krijgt iedereen een minuscuul vetplantje.

Toch is het een bekende behoefte dat mensen zich in crisistijd willen verenigen. Ik voorspel daarom dat de studieverenigingen een opleving krijgen.

In plaats van nachtenlang aan elkaars sponzige revers te trekken, wordt er verzameld in de kantine om met z’n allen het laatste college door te nemen, elkaars aantekeningen te bekijken en één Jägermeister te drinken, voor de weerstand.

Als kampuitje wordt er Levend Stratego gespeeld in de Biesbosch, waar er diep in de nacht toch nog eventjes geoefend wordt op het bierboer-alfabet – als souvenir aan vroeger tijden.

Renske de Greef