In Libië start de race om de olie- en gascontracten

Ex-olieminister Ghanem van Gaddafi is nu een van de rebellen op wie Shell gokt in de internationale ratrace naar Libische oliecontracten.

Hoe snel wordt de oliewinning in Libië hervat? Dat is de vraag die momenteel op de lippen brandt van tal van oliehandelaars en beleggers.

De kwestie is voor een deel pure psychologie. Voor het uitbreken van de Libische opstand was het Noord-Afrikaanse land slechts goed voor 2 procent van de totale mondiale olieproductie. Maar de financiële belangen zijn groot.

De waarde van een vat ruwe Brent-olie schommelde vanochtend rond de 109,5 dollar, nadat de prijs in het afgelopen weekend met 3 dollar was afgebrokkeld. Die jojo-beweging illustreert de nervositeit op de markt. Oliewinning in Libië viel in zes maanden tijd terug van 1,58 miljoen naar amper 60.000 vaten per dag, terwijl de export ervan naar Europa volledig opdroogde.

Afgelopen weekend, toen de opstandelingen oprukten naar het centrum van de Libische hoofdstad Tripoli, zei een woordvoerder van de Arabian Gulf Oil Company dat een hervatting van de productie van 180.000 tot 250.000 vaten per dag in twee tot drie weken tijd mogelijk is. Experts zijn echter sceptisch. In een rapport begin deze week noemden analisten van Goldman Sachs het volume „haalbaar”, maar de tijdslijn „optimistisch”.

Volgens de zakenbank zal de Libische oliewinning „op korte of middellange termijn beperkt blijven tot maximaal 600.000 vaten per dag”. Twee derde daarvan zou kunnen worden uitgevoerd via de oostelijke havens Marsa El-Hariga en Zueitina, na de nodige herstelwerkzaamheden. Maar de andere oliehavens en een aantal productiefaciliteiten zijn ernstig beschadigd. Hervatting van de totale uitvoer van ruwe olie zal een grote uitdaging zijn, aldus Goldman Sachs.

Als voorbeeld wordt een defect pompstation genoemd dat olie door een 400 kilometer lange pijplijn van de olievelden van Sarir tot de havenstad Marsa El-Hariga stuwt. De schade die Gaddafi-gezinde troepen in april aan deze installatie aanbrachten, is nog steeds niet hersteld hoewel dit pompstation diep in door de opstandelingen beheerst gebied is gelegen. Volgens experts is de afwezigheid van buitenlandse ingenieurs een van de redenen waarom die installaties zo moeizaam worden herstart.

De olie-infrastructuur in het westen bleef lange tijd onder controle van het regime van Gaddafi en zou grotendeels onbeschadigd zijn. Analisten van Goldman Sachs gaan er echter van uit dat een aantal olieraffinaderijen – zoals de installaties in de havenstad Zawiya – in eerste instantie voor lokale productie zullen gebruikt worden, en dus niet voor uitvoer van geraffineerde producten naar Europa.

Als zou blijken dat de winning en uitvoer van Libische olie trager op gang komt dan verwacht, dan zal dat onvermijdelijk zijn impact hebben op de olieprijzen. Sinds begin dit jaar is de waarde van een vat ruwe Brent-olie – mede door het wegzakken van de Libische productie – met bijna 15 procent de hoogte in gegaan. De mondiale vraag naar olie groeit sneller dan het aanbod. Het totale verbruik ligt nu op 86,5 miljoen vaten per dag. Dit jaar komen daar gemiddeld 1,5 miljoen vaten bij, waarmee de totale vraag rond de 90 miljoen vaten zal uitkomen. Elke onzekerheid over het olieaanbod doet de prijsen nerveus opveren.

Er is echter ook een positieve kant aan die prijzenspiraal. Olieprijzen boven de 100 dollar zijn een aantrekkelijke financiële prikkel voor de nieuwe Libische machthebbers en olieconcerns als Shell, BP, Repson, ENI of ExxonMobil om de lokale olieproductie zo snel mogelijk te hervatten. Voor die concerns spelen er ook andere belangen mee. Zo aast Shell al jaren op een uitbreiding van zijn gaslicenties in Libië. In de zomer van 2007 sloot het Brits-Nederlandse bedrijf daarvoor belangrijke contracten met het regime van Gaddafi. Shell kreeg toen twee nieuwe gasvelden toegewezen in de Sirte-regio, net ten zuiden van het gebied waar het bedrijf al aan gasexploratie deed.

In het contract was voorzien dat de bouw van een strategische terminal voor vloeibaar gas in het kustplaatsje Ras Lanuf groen licht kon krijgen, als er door Shell nieuwe gasreserves zouden worden ontdekt. De uitvoering van het project zou 2 tot 3 miljard dollar kosten. Shell vond die prijs toen niet te hoog. Er is al jaren een ratrace gaande met concurrenten als BP, ExxonMobil, Chevron en Gazprom om een deel van de vermeende 1.300 miljard kubieke meters aan Libische gasreserves te kunnen winnen.

De eisen die het regime van Gaddafi en het Libische staatsbedrijf National Oil Corporation (NOC) toen stelden waren hard. Als Shell geen nieuwe grote winbare gasreserves zou vinden, dan zou het zijn beheer over andere gasterminals in de havenstad Marsa El-Brega volledig in handen moeten geven van NOC. Of die afspraak overeind blijft, is onzeker. Wel zeker is dat Shokri Ghanem, de voormalige Libische olieminister en voorzitter van NOC, naar het kamp van de opstandelingen is overgelopen. Dat kan de contacten met Shell helpen smeren.