Geen vergunning voor kolencentrale

De Raad van State heeft vanmorgen twee vergunningen vernietigd die cruciaal zijn voor de ingebruikneming van de nieuwe kolencentrale van elektriciteitsbedrijf RWE/Essent in de Eemshaven.

RWE/Essent kon aan het begin van de middag nog geen reactie geven. Hoger beroep is niet mogelijk, wel kan het bedrijf nieuwe vergunningen aanvragen. Zonder de vereiste papieren kan de kolengestookte centrale in elk geval niet in gebruik worden genomen. Dit was gepland in 2013. In april besloot concurrent Vattenfall/NUON de bouw van zijn nieuwe kolencentrale in de Eemshaven te stoppen, onder andere wegens perikelen rond vergunningen.

De Raad van State honoreerde vanmorgen grotendeels het beroep dat drie milieuorganisaties (Greenpeace, Mobilisation for the Environment en Natuur en Milieu) hadden ingesteld tegen de zogenoemde natuurvergunningen die aan RWE/Essent waren verleend. Greenpeace zegt „hartstikke blij” te zijn met de uitspraak. „Wij zouden het gek vinden als RWE/Essent doorgaat met de bouw”, aldus Rolf Schipper van Greenpeace.

De Raad van State haalde vanmorgen tevens een streep door het zogenoemde tracébesluit voor verruiming van de vaargeul in de Eemshaven. Deze verruiming is volgens de minister van Infrastructuur en Milieu nodig om de Eemshaven geschikt te maken voor grotere schepen (met kolen). De Waddenvereniging, omwonenden en bedrijven hadden bezwaren tegen de ingreep. De Raad van State deelt deze ten dele.

De ‘natuurvergunningen’ waren in 2008 verleend door het toenmalige ministerie van LNV en de provincies Friesland en Groningen. Volgens de Raad hebben zij de mogelijke nadelige gevolgen van de nieuwe centrale voor nabijgelegen beschermde natuurgebieden niet goed onderzocht. Dat betreft de Waddenzee, de Noordzeekustzone en de duinen van de Waddeneilanden.

Voor de kolencentrale is uitbreiding van de Eemshaven nodig. De Raad van State oordeelt dat beide activiteiten „zodanig met elkaar zijn verbonden dat deze als één project moeten worden gezien” voor vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet. Daar zullen de autoriteiten bij eventuele nieuwe vergunningen dan ook rekening mee moeten houden, aldus de Raad.