Gaddafi, de tv-serie

De ochtendbladen melden dat Gaddafi is verslagen. Hij heeft zijn verwoeste hoofdkwartier ontruimd. Dan komt het nieuws van acht uur. De kolonel heeft een radiotoespraak gehouden. De honden van de opstand zullen hun straf niet ontgaan. Eergisteren zou zijn belangrijkste zoon zijn gearresteerd. Gisteren verscheen hij op de televisie. Hij zag er gezond uit en maakte het V-teken. Any war will surprise you, zei generaal Eisenhower aan de vooravond van de Invasie, op 5 juni 1944. Ik ben benieuwd wat de nooit geïmponeerde oorlogsverslaggever Thomas Erdbrink er vanavond in de krant over schrijft.

Sinds het begin van dit jaar woedt de Arabische Lente. Elke dag volgt het volgende hoofdstuk van dit drama. De Tunesische dictator Ben Ali vluchtte naar Saoedi-Arabië. Voorzover we dat hier kunnen beoordelen, hebben de opstandelingen het land weer op orde gebracht. Van Ben Ali hebben we niets meer gehoord. Daarna ging de Egyptische dictator Mubarak langzaam ten onder. Ten slotte werd hij op een brancard de rechtszaal binnengedragen. Het is niet duidelijk wie het nu in Egypte voor het zeggen heeft. In Syrië slaagt president Assad erin zich te handhaven met massamoorden, ondanks alle internationale druk. We volgen de Lente als een spannende televisieserie, zien alles en kunnen er niets aan veranderen.

In de VS is het boek The Mouse that Roared verschenen, van de mediadeskundigen Henry Giroux en Grace Pollock. Met deze muis wordt Mickey Mouse bedoeld, de schepping van Walt Disney. Het gaat over de invloed die het Disneyconcern uitoefent op de publieke opinie. Behalve de pretparken omvat het bedrijf zes filmstudio’s, de zender ABC met 226 televisiekanalen en 227 radiostations, vier muziekmaatschappijen, vijftien tijdschriften en vijf studio’s waar videogames worden gemaakt. Deze wetenschap put ik uit de niet-commerciële internetkrant Truthout. Die wordt in stand gehouden door vrijwillige bijdragen. Truthout is ontstaan uit onvrede met de traditionele media. Die hebben, in hun strijd om te overleven, steeds meer ontspanning, vrolijkheid, lifestyle, sport en bovenmaatse foto’s in hun aanbod gebracht, The New York Times niet uitgezonderd – hoewel ik die, met The Guardian, nog altijd de beste krant ter wereld vind.

D it is geen nieuwe trend. Al in 1961 kwam Daniel Boorstin met The Image: A Guide to Pseudo-Events in America. In 1985 verscheen Amusing Ourselves to Death: Public Discourse in the Age of Show Business van Neil Postman. In 1998 kwam Neal Gabler met Life: the Movie. How Entertainment Conquered Reality. In de loop van een halve eeuw is in de VS een rijke vakliteratuur ontstaan over het verschijnsel. Europa bleef achter, ten eerste omdat de commerciële televisie hier minder dan in Amerika tot een bestanddeel van het dagelijks leven was gaan horen en misschien ook omdat de intellectuelen hier in het algemeen minder kritisch waren dan hun Amerikaanse geestverwanten.

Het kan ook zijn dat het hier ontbreekt aan een passende terminologie. Als we in deze tijd iets boeiend vinden, spannend, meeslepend, in het algemeen de moeite waard, zeggen we in negen van de tien gevallen dat het ‘leuk’ was. Leuk is volgens de dertiende druk van Van Dale, uit 1999, synoniem met aardig, amusant, vrolijk, grappig. Dat was toen al een beperkte omschrijving. Twaalf jaar later is leuk verruimd tot een van de universele woorden van onze taal.

Kijk op internet, zoek een film, een stukje muziek, iets uit de literatuur en negen van de tien keer kun je aan het einde deze vraag beantwoorden: leuk? De betekenis nadert tot die van entertainment. ‘Leuk’ is net zo universeel.

Dan hebben we nog de term ‘opleuken’. Volgens dezelfde druk van het woordenboek betekent dit ‘leuker maken’, maar intussen is ook die betekenis aanzienlijk verruimd. Ik versta in het algemeen hieronder: voorzien van niet ter zake doende strapatsen. Om een voorbeeld te geven – een Nederlandse krant drukt hoofdartikelen en columns af op een licht gekleurde ondergrond. Verreweg het duidelijkst is zwart op wit, zoals ook de vaderlandse uitdrukking zegt. Ik heb het sterke vermoeden dat de redactie deze weergave ‘leuk’ vindt. Andere kranten drukken belangrijke gegevens terzijde van de artikelen op zo’n manier af.

De behoefte om leuk te zijn woedt als een besmettelijke ziekte door de media. Omroepers van alle radiozenders putten zich uit in een originele woordkeuze. Ze leggen de klemtoon op andere lettergrepen dan de gebruikelijke. Ze proberen zo opmerkelijk mogelijk uit de hoek te komen. Je leert er niets nieuws van, maar het is, ja, leuk!

Wat heeft dit alles te maken met de opstand in Libië en de toekomst van Gaddafi? Op het eerste gezicht niets, maar het merendeel van onze media concentreert zich op het dagelijks zichtbare drama, terwijl er veel meer aan de hand is. De Arabische Lente voltrekt zich in Noord-Afrika. Deze regio is voor Europa van de grootste betekenis. Hoe komt het van Mubarak bevrijde Egypte uit de chaos van de opstand tevoorschijn? Zou Europa op een of andere manier kunnen bijdragen tot het herstel van Libië, nadat Gaddafi verdreven zal zijn? Is er enige kans dat de ‘Lente’ zal overslaan naar Saoedi-Arabië, onze grootste olieleverancier? Een antwoord op dergelijke vragen vergt deskundigheid. Dat is niet leuk, maar wel het werkelijke leven.

    • H.J.A. Hofland