'Droevige dag'

Grote onenigheid in de Verenigde Staten over de zaak Strauss-Kahn. Alleen al op de website van The New York Times telde ik ruim 500 zeer uiteenlopende reacties van lezers.

De krant zelf maakte het er in een commentaar van redacteur Clyde Haberman niet eenvoudiger op. Hij stelde dat DSK niet zozeer ‘onschuldig’ (‘innocent’) was, maar ‘niet schuldig’ (‘not guilty’). In gewone mensentaal zou je beter kunnen zeggen: hij heeft het gedaan, maar het valt niet te bewijzen.

Haberman voert een militante feministe met de voornaam ‘Matilda’ op, die zegt: „Dit was niet de vrouw op wie we onze hoop konden vestigen.” Ze doelt op het Afrikaanse kamermeisje, Nafissatou Diallo, die beweert door DSK verkracht te zijn. Die vrouw was volgens Matilda te labiel voor een rechtszaak.

De aanklager heeft inderdaad nogal overtuigend aangetoond hoe inconsistent Diallo’s verklaringen waren. Zo heeft zij pas na het incident met DSK in verhoren verklaard dat zij eerder in Afrika door een groep was verkracht. Zij deed dat met veel overtuiging, ze huilde en liet littekens zien. Maar toen de rechercheurs later doorvroegen, gaf ze toe dat ze alles verzonnen had.

Is het vreemd dat een aanklager met zo’n slachtoffer de zaak niet durft door te zetten? Maar bitter is het natuurlijk wél, met name voor (Amerikaanse) vrouwen die iets dergelijks is (of zal) overkomen. In dit verband wil ik twee reacties lichten uit die stortvloed in de NYT.

Ene Elizabeth schrijft: „Afgezien van het karakter van het meisje, feit blijft dat DSK en zij ruw, seksueel contact hadden dat enkele minuten duurde. Niemand betwist dat en er is DNA-bewijs. Het gaat erom of er wederzijdse toestemming was. Kom op, dames, we weten dat er geen vrouw is die een slippertje van 10 tot 15 minuten wil met een oudere, te dikke man die de stad nog die dag verlaat. […] De waarheid is vermoedelijk dat DSK dacht dat er toestemming was en dat alle vrouwen ‘erom vragen’. Dit is een droevige dag voor vrouwen.”

Een andere vrouw, ‘Lena’ uit Rosendale, stelt dat de juridische gang van zaken in deze affaire niet ongebruikelijk is. Zij was elf jaar geleden zelf slachtoffer van verkrachting.

„Ik kan eerlijk zeggen dat mijn ervaringen met de juridische verwikkelingen vernietigender waren dan de verkrachting zelf […] De zaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, ondanks schrammen, blauwe plekken en gescheurde kleding. Volgens mijn verkrachter hield ik van ‘rauwe seks’. De aanklager zei me met een stalen gezicht dat mijn zaak op niets zou uitlopen omdat er niet voldoende geweld was geweest. […] Mijn zaak staat niet op zichzelf, noch die van DSK. Dit is de norm. Er is weinig gerechtigheid voor slachtoffers van verkrachting in dit land. We moeten onze methoden van vervolging herzien. Het moet beter kunnen.”

De verontwaardiging van deze vrouwen is begrijpelijk, maar toch blijft de vraag of ook de DSK-zaak een goed voorbeeld is van die ‘norm’ waar Lena het over heeft.

Het waren niet alleen de leugens die Diallo de das om deden, er waren ook andere bedenkelijke uitingen en gedragingen waarmee ze steeds meer twijfel zaaide. Zo vroeg de politie haar of zij financieel voordeel uit de zaak wilde halen. Ze ontkende. Maar uit telefoongesprekken met haar vriend in de gevangenis bleek dat zij zoiets wel degelijk overwoog.

Mijn vermoeden: als Diallo een betrouwbaarder slachtoffer was geweest, had DSK het nog heel moeilijk gekregen.