De tien Guy Verhofstadts die ik ken

Guy Verhofstadt is Peter Pan, zo zei mij ooit een van zijn naaste medewerkers. Hij kan vliegen. Maar hij kan ook als een verontwaardigd jongetje in een hoekje zitten mokken. Een handleiding in tien trefwoorden bij de gewezen premier van België – op zondag 28 augustus de laatste Zomergast van Jelle Brandt Corstius. Voor de VARAgids schreef ik dit stukje.
 
Da Joenk (Dat Joch). Was jarenlang de bijnaam van Guy Verhofstadt, die al op zijn 29ste  voorzitter werd van de liberale PVV (inmiddels omgedoopt tot Open VLD) en op zijn 32ste de Belgische minister van Begroting én jongste vicepremier ooit. Collega’s ergerden zich blauw aan zijn voortvarendheid en zijn gedweep met Margaret Thatcher; vandaar ook de andere bijnaam ‘Baby Thatcher’. Diezelfde jaloerse collega’s moesten niettemin met lede ogen aanzien hoe de jonge Verhofstadt bijzonder populair werd en zijn partij naar ongekende hoogten stuwde. Het zou echter nog tot 1999 duren – zijn neoliberale ideeën had hij intussen ingeruild voor de Derde Weg van Tony Blair en anderen – alvorens hij het op 46-jarige leeftijd tot premier van België schopte. ‘Da Joenk’ was premier geworden en zou het meer dan acht jaar blijven.
 
Italiaan. Verhofstadt, die naast Nederlands, Frans en Engels behoorlijk Italiaans spreekt, dweept met Italië – het land waar hij op de grens van Toscane met Umbrië een mooi en smaakvol ingericht buitenverblijf bezit. Met liefde kan hij vertellen over de wijngaard van een hectare of acht die hij naast het huis heeft aangelegd. “De eerste oogst moet nog plaats vinden”, vertelde zijn partijgenoot en Europees Commissaris Karel de Gucht ooit. “Maar als je Verhofstadt nu hoort spreken, wordt het vast en zeker de beste wijn van Italië”. Rond 2015 moeten de eerste flessen worden gebotteld. Omdat hij alles wat hij aanpakt meteen groots ziet, werkt Verhofstadt uiteraard samen met een van de beste Italiaanse oenologen (een wijnbouwtechnisch ingenieur).
 
Fijnproever. Wie wijn zegt, zegt eten. Toen hij premier werd installeerde Verhofstadt meteen een Italiaanse kokkin in de ‘Lambermont’, de ambtswoning van de Belgische eerste minister. De uit Sardinië afkomstige Maria Landis kookte er de pannen van het dak en zorgde er in haar eentje voor dat een uitnodiging om met de premier te lunchen meteen een culinair festijn werd. En als Maria eens niet kon koken werd er bij een of andere traiteur wel wat lekkers besteld. Politiek en gastronomie gaan bij Verhofstadt vanzelfsprekend samen. En een kleine grappa met sigaar, dat verzacht na de maaltijd toch de zeden. Na zijn hartoperatie werd Verhofstadt door Maria op dieet gezet. Wat hem bijzonder boos en ongelukkig kon maken. “Waar blijven de frieten, Maria?”. Onder Verhofstadts opvolger Yves Leterme werd de Belgische politiek veel minder culinair gekleurd.
 
Wielrenner. Wat Verhofstadt dan wel weer gemeen heeft met Leterme, is zijn passie voor de Vlaamse volkssport bij uitstek: het wielrennen. Zelf fietst hij behoorlijk snel en verbeten.  Want ook op de fiets wil hij natuurlijk winnen. Altijd en overal. Het is niet toevallig dat de biografie die over Verhofstadt werd geschreven ‘Numero Uno’ heet. In zijn ambtswoning stond een van zijn fietsen op rollen. Overigens gaf hij wel toe dat hij meer aan tafel zat dan op de fiets.
 
Politiek beest. Het boek ‘Numero Uno’ zet Verhofstadt heel terecht neer als een ambitieus politiek beest – politiek dier, zoals men in Nederland zegt. De man ademt politiek. En is verschroeiend ambitieus. Zo erg dat er in zijn buurt weinig ruimte is voor anderen. Dat mochten vele ‘politieke vrienden’ ervaren. Verhofstadt veroverde op jonge leeftijd de partij, zette deze naar zijn hand, schakelde rivalen uit, herdoopte ze – en kwam ermee aan de macht. Maar toen hij in 2007 de verkiezingen verloor en de Belgische nationale politiek de rug toekeerde, lag zijn partij uitgeteld op de grond. Vier jaar later is de partij nog altijd niet bekomen van de wervelstorm die Guy Verhofstadt heette.
 
Roeper. Verhofstadt kan charmant zijn en hij is grappig. Hij kan verleidelijk zijn en hij is verstandig. Maar als zaken niet gaan zoals hij wil, dan wordt hij bijzonder boos. Erger nog: ‘koleirig’ in het Belgisch. Dan roept hij en schreeuwt hij. Vooral in zijn eerste jaren als premier placht hij wel eens een journalist uit te kafferen omdat die weer eens niet begrepen had hoe Verhofstadt het had bedoeld. Partijgenoten waren als de dood voor de buien van de premier. En medewerkers vreesden soms het ergste.
 
Europeaan. Het mocht dan slecht gaan met de partij na het vertrek van Verhofstadt als premier, zijn persoonlijke populariteit bleef ongeschonden. Bij de Europese verkiezingen van 2009 behaalde hij meer dan 560.000 voorkeurstemmen. Dat waren er ruim 100.000 meer dan zijn voorganger Jean-Luc Dehaene en ruim 200.000 meer dan zijn opvolger Yves Leterme. Verhofstadt trok naar het Europees Parlement, waar hij meteen leider werd van de liberale fractie. Toch is dit maar een troostprijs voor een eerder mislukte Europese ambitie: in 2004 probeerde Verhofstadt tevergeefs om voorzitter te worden van de Europese Commissie. Tony Blair blokkeerde de benoeming van de Belgische premier – fervent voorvechter van verregaande Europese integratie. Het was het moeilijkste moment uit de loopbaan van ‘Da Joenk’.
 
Gentenaar. Verhofstadt spreekt niet enkel Nederlands, Frans, Engels en Italiaans, maar óók het sappige Gentse dialect. Hij studeerde in die prachtige Vlaamse stad, woont al jaren net buiten Gent, heeft zitting in de gemeenteraad en verbouwt nu een prachtig pand in de schaduw van het middeleeuwse Gravensteen. En bij elke verkiezing gaat Verhofstadt nog met veel enthousiasme campagne voeren in de stad. “Ik kom me ne keer presenteren, madame. Stem zondag maar op mij”.
 
Cultureel Omnivoor. Verhofstadt houdt van cultuur. Hij is verslingerd aan literatuur (met een grote liefde voor Zuid-Amerikaanse schrijvers), was persoonlijk een van de beste vrienden van Hugo Claus en zat enkele jaren geleden de jury voor van de AKO-literatuurprijs. Daarnaast heeft hij een grote belangstelling voor architectuur en archeologie, en is – onder meer via zijn vrouw, een professionele zangeres – goed thuis in klassieke muziek. Kortom, Verhofstadt is een nieuwsgierige, culturele veelvraat.
 
Voluntarist. Het ‘Belgische’ woord dat ongetwijfeld het meest is gebruikt om Verhofstadt te schetsen is ‘voluntarist’ – de wil boven het intellect. Hij is een man die voor geen obstakel terugschrikt, die het moeilijke land dat België is grondig wilde en zou hervormen, een man die durft te dromen. Maar die in al zijn enthousiasme die dromen soms ook al te gemakkelijk voor waarheid aanneemt. Hij is nu eenmaal geen man van de praktijk; geen ‘klussende loodgieter’, zoals zijn voorganger Jean-Luc Dehaene wel werd getypeerd. Nee – Verhofstadt is de man van de grote lijnen en de vergezichten. Die daardoor juist weer uitermate enthousiasmerend en inspirerend kan zijn. Misschien heeft het land dat België heet iemand als hij wel opnieuw nodig…

    • Peter Vandermeersch