Zestien nummers in zeventien minuten

De Amerikaanse punkband OFF! was de belangrijkste punkband aller tijden.

Waarom de zanger Keith Morris een levende punklegende is.

Platenhoezen met tekeningen van Raymond Pettibon.

Eigenlijk zijn het perfecte popsongs, met alles erop en eraan. Couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein. Ze klinken fel, opzwepend en vertolken de gevoelens die alle pubers wereldwijd herkennen. Boosheid op de buitenwereld (‘Fuck people’), eenzaamheid (‘I Don’t Belong’) en vertwijfeling over de grillen van het eigen brein (‘Panic Attack’).

Maar hoe universeel ook, hits zullen de nummers van de Amerikaanse punkband OFF! (met hoofdletters en uitroepteken) nooit worden. Zestig seconden duren ze gemiddeld. Dan gaat de storm van gruisgitaren en drumtornado’s liggen en heeft zanger Keith Morris al zijn panische tienerangsten eruit geblaft. „Why am I this way? Make it go away.”

Alleen: Morris is geen tiener. Sterker nog: hij is een 55-jarige man met – tussen de kale plekken – een bos lange dreadlocks op zijn hoofd, en een uilenbril. Maar hij is wel een levende punklegende. Vijfendertig jaar geleden zong hij al dat hij zichzelf niet begreep. „I’m about to have a nervous breakdown. My head really hurts. If I don’t find a way out of here, I’m gonna go beserk.” Dat was in de band die hij in 1976 samen met Greg Ginn oprichtte: Black Flag. En nu komt het: dat was de belangrijkste punkband aller tijden.

Daarom eerst even een geschiedenislesje. Black Flag rekende genadeloos af met trendy lieden die dachten dat punk ging over de kleur van je kisten, de dikte van de veiligheidsspeld door je neus of het aantal studs achter op je leren jack. Sid Vicious, bassist van de door een gewiekste manager bij elkaar geraapte Sex Pistols mocht dan gelden als punkicoon, hij was ook een volkomen a-muzikale, nihilistische junk. Terwijl hij het punkcredo do it yourself (afgekort tot de strijdkreet DIY) vooral toepaste op het volspuiten van zijn eigen aderen, groeide in de Amerikaanse buitenwijken een ondergrondse beweging van nerdy, trendloze fanatici die decadentie juist verafschuwden en zich enkel op de muziek wilden concentreren.

Voor hen betekende DIY niet alleen dat iedereen een instrument kon grijpen om een band te beginnen. Ook alle gevestigde machten (media, platenmaatschappijen en clubeigenaren) moesten daarbij overbodig worden gemaakt. Wilde niemand de muziek – die steeds harder en sneller werd – uitbrengen? Dan persten ze zelf platen en knipten, plakten en vouwden met de hand alle hoezen in elkaar. Weigerden clubs punkrock op hun podia? Dan huurden bands zelf ergens een jeugdsoos of traden ze desnoods op in garageboxen, kelders of huiskamers.

Black Flag uit Hermosa Beach, een slaapstadje onder Los Angeles, was de absolute voortrekker van de beweging die vanwege de enorme gedrevenheid hardcore werd gedoopt. Hun logo van vier zwarte balken (die samen een wapperende vlag vormden) werd een icoon, dat vanwege de eenvoud perfect was om via posters en graffiti shows te promoten. ‘Spray-paint The Walls’ heette een van hun nummers, evenals hun biografie, in 2009 geschreven door de Britse journalist Stevie Chick. „Het was zo simpel”, zegt Morris in het boek. „Je pakte een spuitbus met zwarte verf. En dan één, twee, drie, vier. En daarna rende je zo hard weg als je kon.”

Het logo was bedacht door Raymond Pettibon, de broer van gitarist en mede-oprichter Greg Ginn, die de Franse liefkozingen van zijn vader (‘petit bon’) tot artiestennaam had verheven. Hij tekende ook de provocerende en naargeestige zwart-wit cartoons vol dood, verderf en cynische schunnigheden op flyers en albumhoezen.

Black Flag zou nooit de erkenning krijgen die de band verdiende. Dat was deels hun eigen schuld. Door de hang naar tegendraadsheid bleven ze zelfs hun fans altijd een paar stappen voor. Waren die eindelijk gewend aan de korte, snelle punkexplosies, dan speelde de band alweer ultratrage metaljams vol freejazz-improvisaties. En ook onderling boterde het steeds slechter. Ginn ontpopte zich tot ijzige dictator. Was de zoveelste eindeloze toer eindelijk voorbij, dan ontbood hij de band meteen weer voor urenlange repetities – ook op kerstochtend, om acht uur.

Morris had zich toen al had toegelegd op zijn andere band, Circle Jerks. Ginn zou nog drie zangers verslijten, van wie Henry Rollins de beroemdste werd. Black Flag stopte in 1986. Door de verstoorde verhoudingen zou er nooit een fatsoenlijke reünie komen.

Dat is geheel in stijl van de band, maar het verklaart wellicht ook de euforie waarmee punkfans op OFF! hebben gereageerd. Het moet gezegd: OFF! klinkt ook echt als Black Flag Revisited. Op het vorig jaar verschenen The First Four EP’s blaast het viertal er zestien nummers doorheen in zeventien minuten. „You wonder why I’m always SCREAMING?”, krijst Morris alsof de LAPD hem nog steeds op de hielen zit. En behalve de geloofwaardige line-up van punkveteranen herinnert er nog iets aan de gloriedagen. Raymond Pettibon – door OFF! liefkozend ‘het vijfde bandlid’ genoemd – is terug. Hij maakte al het artwork en is letterlijk en figuurlijk Morris’ life saver. Want de oude punker mag dan zingen alsof hij eeuwig achttien is gebleven, de medische werkelijkheid heeft hem ingehaald. Als onverzekerde suikerpatiënt lijdt hij behalve aan diabetes aan torenhoge ziektekosten. Daarom schonk Pettibon hem een groot deel van zijn archief, inclusief oude Black Flag-tekeningen. Die kon hij dan verkopen.

Maar gelukkig: zoals het een eigenwijze punker betaamt, weigert Morris dat.

The First Four EP’s van OFF! is verschenen bij Vice Records. OFF! speelt vanavond in Doornroosje (Nijmegen) en morgen in de Melkweg (Amsterdam)

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het intro van het artikel van Frank Provoost over punkband OFF! (gisteren pagina 26-27) wordt foutief vermeld dat OFF! de belangrijkste punkband aller tijden is. Dat is natuurlijk Black Flag, zoals ook uit de tekst blijkt.

    • Frank Provoost