Wereldbeker van '95 en Mandela in rugbyshirt

Voor witte mannen in Zuid-Afrika telt maar één sport: rugby. Over de gewonnen WK-finale van 1995, vlak na de sportboycot, wordt nog altijd gesproken.

De beheerder van het Zuid-Afrikaanse rugbymuseum in Kaapstad houdt zelf meer van voetbal. Achter het bureau van John Gallard hangt een vlaggetje van Tottenham Hotspur, zijn favoriete voetbalclub. Het verraadt zijn afkomst: Gallard groeide op in Engeland, niet in Zuid-Afrika. Want voor witte mannen zoals hij telt in Zuid-Afrika zelf maar één sport: rugby.

De witte man is in mineur dezer dagen. De Springboks, het nationale rugbyteam, staan er een maand voor het WK in Nieuw-Zeeland niet best voor. Na een smadelijke nederlaag tegen Australië vorige week in Durban, maakte de winst afgelopen weekend tegen aartsrivaal Nieuw-Zeeland weinig goed. „Het is goed dat een museum vooral naar het verleden kijkt”, schampert een vader die met zijn zoontje langs de vitrines loopt.

Want dat verleden is rijk. En dat laat het museumpje op de benedenetage van de kantoren van de South African Rugby Union (SARU), naast het befaamde Newlands-stadion, aardig zien.

Bij binnenkomst loop je meteen tegen de wereldbeker uit 1995 op. „Die trofee staan bekend as die Webb Ellis-beker en is vernoem ter ere van die skoolseun van die Rugby-skool wat volgens oorlewering die bal opgetel en daarmee begin hardloop het”, legt een bordje uit. Over de precieze ontstaansgeschiedenis van het rugby is veel discussie, maar in het Kaapse museum is William Webb Ellis de enige echte uitvinder van de sport.

De naar hem vernoemde beker hier in het museum blijkt echter een replica. De echte staat normaal gesproken in een kluis op een bovenetage van het bondskantoor, vertelt Gallard. Maar de wisselbeker die Zuid-Afrika in 2007 opnieuw bemachtigde is voor het aanstaande WK alweer teruggestuurd naar Ierland, waar de International Rugby Board zijn hoofdkwartier heeft.

Vooral over dat WK van 1995 wordt in Zuid-Afrika nog altijd gesproken. Mensen krijgen tranen in hun ogen als je de finale ter sprake brengt. Het was de eerste keer dat Zuid-Afrika na de sportboycot tijdens de apartheid weer aan een groot internationaal toernooi mocht deelnemen – en het nog zelf organiseerde ook. Het jonge Zuid-Afrika van president Nelson Mandela won de eindstrijd in Johannesburg tegen Nieuw-Zeeland dankzij louter punten van fly-half Joel Stransky.

De schoenen waarop Stransky in de verlenging het beslissende punt maakte hangen natuurlijk hier in het museum. Het zijn gewone Adidasjes eigenlijk. Niet veel anders dan de schoenen van de legendarische Naas Botha die er naast hangen. Wel behoorlijk anders dan een verdwaald oranje klompje dat in dezelfde vitrine staat. Een geschenk van de Nederlandse bond, vertelt Gallard.

Uit het topjaar 1995 zijn verder in het museum foto’s te zien van het bomvolle stadion Ellis Park, waar de finale plaats had, van Nelson Mandela met rugbyshirt aan (zoals vereeuwigd in de recente film Invictus) en van het succesteam onder aanvoering van François Pienaar. Die groepsfoto van team en technische staf laat nog eens zien hoe de verhoudingen waren. Van de 29 gefotografeerde hoofden is er één gekleurd, dat van Chester Williams.

Hoewel het nationale team intussen wat meer gekleurde spelers heeft, is de geschiedenis van het rugby in Zuid-Afrika in het museum in Kaapstad nog vooral een witte aangelegenheid. Dat begint al bij die heel eerste Suid Afrikaanse span, die in 1891 op een cricketveld in Port Elizabeth in actie komt. Louter witte mannen – met snorren.

Zeven jaar nadat in 1889 een rugbybond voor witte spelers werd opgericht, begon ook de South African Coloured Rugby Board. Op zeker moment had Zuid-Afrika door het beleid van ‘gescheiden ontwikkeling’ zelfs vier nationale rugbybonden. Twee jaar na de vrijlating van Mandela fuseerden alle bonden in 1992 tot de huidige multiraciale bond. Maar de parafernalia in het museum komen vooral van de witte voorloper. De zwarte geschiedenis is er met tekstborden en foto’s een beetje tussen geschoven.

Dat is jammer, maar er blijft veel moois over. Een collectie rugbyballen bijvoorbeeld, waaruit blijkt dat de bal door de jaren heen steeds platter is geworden. En behalve petjes, blazers en een verzameling shirtjes van verschillende teams en landen, hangen in het museum honderden keurige stropdassen. Dat zal te maken hebben met het Engelse gezegde ‘Rugby is a game for hooligans played by gentlemen, football is a game for gentlemen played by hooligans’.

Hoogtepunt is een oude radio waarop in het Afrikaans (en het Engels) authentieke fragmenten van verslagen van grote wedstrijden uit het verleden teruggehoord kunnen worden. Het is ook het enige interactieve onderdeel van het museum, hoewel de penetrante bierlucht die de naast het museum gelegen brouwerij verspreidt uitstekend bij de rugbyervaring aansluit.

    • Peter Vermaas