Wachtlijst studentenkamer flink gegroeid

Na enkele jaren van redelijke ontspanning zijn de wachtlijsten voor studentenkamers dit jaar sterk gestegen. De koepel van studentenhuisvesters Kences is in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken om voor meer studentenkamers te zorgen.

Dat zegt directeur Vincent Buitenhuis vandaag, meldt persbureau Novum.

Bij de populairste steden is de wachtlijst voor een kamer met enkele maanden opgelopen. Voor de binnenstad van Amsterdam is de wachttijd nu gemiddeld drie jaar. In Utrecht was de wachttijd teruggedrongen naar ongeveer een jaar, maar dat is nu 21 maanden. Delft volgt met een wachttijd van twintig maanden en in Leiden is de wachttijd achttien maanden.

Amsterdam kent twee gezichten, tekent Buitenhuis aan. “Om in Amsterdam te studeren hoef je niet per se in de binnenstad te wonen. Als je genoegen neemt met een kamer buiten de ring of in Diemen is de wachttijd bijvoorbeeld ongeveer een jaar.” De urgentie is wat hem betreft minder hoog als studenten een woning afslaan en liever op iets beters wachten.

Ook in Nijmegen is wachttijd meer dan een jaar

Bij Amsterdam begrijpen studenten vaak nog dat ze lang moeten wachten, maar in Nijmegen is de wachttijd ook opgelopen tot meer dan een jaar. “Vorig jaar hadden alle eerstejaars die dat wilden nog binnen een jaar een woning.” Per maand komen daar honderddertig kamers vrij, terwijl dit jaar zeventienhonderd studenten een kamer zoeken.

Er zijn in het verleden al maatregelen genomen om de wachtlijsten terug te dringen. Zo moeten studenten na het behalen van hun diploma binnen een halfjaar hun woning uit. “Omdat ze vaak zelf lang hebben moeten wachten, is hier veel begrip voor.”

Meer studenten door economische crisis

De stijging van de wachttijd begon door de maatregelen af te vlakken, maar sinds 2008 is er door de economische crisis een groot aantal studenten bijgekomen. De komende vijf jaar moet naar verwachting voor 65 duizend studenten onderdak worden geregeld.

Om dat voor elkaar te krijgen, voert Kences gesprekken met het ministerie van Binnenlandse Zaken om de regels te versoepelen. “De bouwregelgeving is bijvoorbeeld niet op studentenwoningen gericht, maar vooral op gezinnen. Daardoor zijn woningen vaak te duur.” Ook moet het bestemmingsplan volgens Buitenhuis voor een langere periode kunnen worden aangepast.

Ook universiteiten, hogescholen en gemeenten moeten volgens de directeur meewerken om het probleem aan te pakken. Hij verwacht dat de betrokken partijen nog dit najaar met een gezamenlijke oplossing komen.

Buitenhuis wil dat studenten overal binnen een jaar een kamer kunnen krijgen. “Dat hoeft geen perfecte kamer te zijn. Wij zijn voorstander van een mini-wooncarrière als student. Dus eerst snel een woning die niet aan alle eisen voldoet. Daarna kan tijdens de studie naar een betere woning worden gezocht.”

    • Peter Zantingh