UBS door frank terug in crisis

De Zwitserse bank UBS kampt met twee gevolgen van de huidige eurocrisis: een te dure frank en een te lage rente. Remedie: massaontslag.

Het herstel was maar van korte duur. Begin februari en eind april van dit jaar presenteerde de Zwitserse bank UBS nog hoopgevende kwartaalcijfers, na de diepe malaise waarin de bank sinds de kredietcrisis verzeild was geraakt. Maar sinds eind vorige maand stuurt de bank uit Zürich weer negatief gestemde berichten de wereld in.

Vanochtend kondigde UBS, zoals verwacht, een drastisch saneringsprogramma aan waarbij op jaarbasis 2 miljard Zwitserse frank moet worden bezuinigd (bijna 1,8 miljard euro) en 3.500 medewerkers hun baan zullen verliezen (ruim 5 procent van het personeelsbestand). De kostenreductie volgt op tegenvallende cijfers over het tweede kwartaal die UBS eind vorige maand bekendmaakte.

Na de dramatische jaren 2007-2009 – waarin vermogende klanten wereldwijd honderden miljarden weghaalden, de bank tientallen miljarden moest afschrijven op Amerikaanse rommelhypotheken en de Zwitserse overheid genoodzaakt was bij te springen om een faillissement te voorkomen – leek eind vorig jaar het tij te keren voor de nog altijd grootste vermogensbeheerder ter wereld. De toestroom van nieuwe middelen door rijke klanten wereldwijd – het beheer daarvan is de belangrijkste activiteit van de bank – begon weer toe te nemen. In februari kon UBS haar eerste nettowinst sinds 2006 presenteren: 7,2 miljard frank over 2010.

Maar toen kwam de volgende crisis. De Europese schuldencrisis raakt Zwitserland weliswaar indirect, maar wel snoeihard. Het wantrouwen van beleggers in de euro, de dollar en staatsobligaties van landen met uit de hand gelopen schulden, heeft op twee manieren nadelige gevolgen voor Zwitserse banken: de frank is enorm in waarde gestegen en de rente juist gedaald.

Voor UBS betekent dit dat de netto-inkomsten uit zakelijke dienstverlening en de vermogensbeheer tak onder hoge druk zijn komen te staan. De investment bank van UBS verdient zijn commissie-inkomsten vooral in financiële centra (New York, Londen) waar in verzwakte muntsoorten als de dollar, de euro of het Britse pond wordt afgerekend. Omdat daar onevenredig hoge kosten tegenover staan – zakenbankiers worden in de regel nog altijd veel beter betaald dan vermogensbeheerders of bankmedewerkers – is het niet vreemd dat de vandaag aangekondigde ontslaggolf vooral gevoeld gaat worden in deze divisie: 45 procent van de beoogde personeelsreductie zal daar plaatsvinden.

De afdeling wealth management belegt eveneens voor het overgrote deel in euro’s (31 procent) en dollars (30 procent). De koersval van die munten leidde alleen al tot een waardevermindering van het beheerd vermogen van 37 miljard frank (nu 32,5 miljard euro). „De verzwakking van de belangrijke valuta tegenover de Zwitsere frank”, schreef UBS in haar halfjaarbericht eind juli, „was de voornaamste reden dat het balanstotaal met 55 miljard frank daalde.”

Om de ongewenste klim van de nationale munt – dit jaar al met 21 procent – tegen te gaan probeert de Zwitserse centrale bank de rente zo laag mogelijk te houden. Dat leidt voor banken zoals UBS eveneens tot fors lagere inkomsten.

Naast de onrust op de financiële markten spelen en speelden ook oudere problemen op. De kredietcrisis van 2007 heeft in de Zwitserse politiek tot de nadrukkelijke wens geleid dat de grote nationale systeembanken als UBS en Credit Suisse zich aan strengere kapitaalseisen moeten houden, veel strenger dan in andere landen. Als deze banken inderdaad veel meer kapitaal moeten aanhouden tegenover hun naar risico gewogen activa, dan zal dat de balans weliswaar gezonder maken, maar de winstgevendheid aantasten.

Daarnaast ebde in de recente resultaten van UBS nog een affaire met de Amerikaanse autoriteiten na. Die verdachten de bank van een omvangrijke belastingfraude. Er volgde een schikking die UBS 230 miljoen frank kostte.