Rutte negeert les 1 van elke steunactie

Nieuwsanalyse

De steun voor Griekenland blijft politieke verdeeldheid zaaien. Nu draait het om zekerheden die Finland krijgt in ruil voor zijn bijdrage. Wat is de les voor Nederland?

Landen zijn geen ondernemingen, maar regeringsleiders kunnen wel iets leren van de manier waarop financiers bedrijven in nood saneren.

Neem nu Griekenland.

Les 1 bij een reddingsactie voor een onderneming is dat alle financiers zoveel mogelijk dezelfde belangen moeten hebben. Les 2 vloeit daaruit voort: wil een reddingsactie kans op succes hebben dan moeten de financiers ook zo veel mogelijk dezelfde zekerheden hebben dat hun leningen ooit worden terugbetaald. Dat voorkomt dat een individuele financier met betere zekerheden de ‘stekker eruit trekt’ zodat de financiering stokt en het bedrijf alsnog op de fles gaat, tenzij andere financiers hún bijdrage verhogen.

Maar wat doen de Europese landen die schuldenstaat Griekenland financieren? Zij stemmen eerst in met het principe dat landen extra zekerheden van Griekenland krijgen. Maar als dat vervolgens gebeurt of dreigt te gebeuren, zoals vorige week bij Finland, zegt Nederland meteen dat dit niet de bedoeling is.

Gevolg: in plaats van eensgezindheid en rust te creëren rond de Griekse economie, scheppen Nederland en de andere eurolanden nieuwe onrust en richten zij ieders aandacht op hun eigen verdeeldheid. Kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwde direct: ruzie over zekerheden ondermijnt het reddingsplan en riskeert zo opnieuw een Grieks bankroet

De bron van de verdeeldheid is de vergadering van Europese regeringsleiders van 21 juli over nieuwe steun aan Griekenland. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het vorig jaar opgerichte Europese noodfonds EFSF houden het land al anderhalf jaar financieel op de been.

Griekenland moet, al is het alleen maar op papier, solvabel blijven om te voorkomen dat de Europese schuldencrisis ook financieel zwakke grote landen (Italië, Spanje) aantast en de euro opblaast.

De eerste reddingactie vorig jaar voor Griekenland bleek te zijn gebaseerd op veel te optimistische prognoses. Vorige maand besloten de Europese regeringsleiders tot een tweede, veelomvattender reddingsactie waaraan ook particuliere geldschieters, zoals banken, ‘vrijwillig’ moeten bijdragen.

Na afloop gaven de regeringsleiders een verklaring van zestien punten uit die in Nederland inmiddels meerdere malen politieke conflicten heeft veroorzaakt. Eerst ging het over de presentatie van de omvang van het reddingspakket. Sorry, 50 miljard euro te laag, niet goed gecommuniceerd, zei minister-president Mark Rutte later.

Vervolgens ging het over het weglaten van een cruciale garantie van de eurolanden aan de Europese Centrale Bank, van naar schatting 35 miljard euro. Daarover had de regering bewust geen duidelijkheid gegeven, schreef minister Jan Kees de Jager (Financiën) aan de Tweede Kamer „met het oog op mogelijke reacties op de financiële markten”.

En toen kwam de Finse regering vorige week met het nieuwtje dat zij in ruil voor haar bijdrage aan het Griekse steunpakket onderpand van de Grieken zelf zou krijgen. De Finnen kunnen dat onderpand opeisen als de Grieken niet aan hun financiële verplichtingen (rente en aflossing) voldoen. Extra pijnlijk voor de rest van Europa is dat de Grieken dat onderpand verstrekken in de vorm van een geldbedrag dat afkomstig is uit het steunpakket.

De Finse Alleingang is gebaseerd op punt negen van de verklaring van regeringsleiders van 21 juli. Die luidt (in de vertaling in het verslag aan de Kamer): „Waar dat gepast is, zal een regeling worden getroffen om onderpand te verzekeren voor de lidstaten van de eurozone.”

De vertaling ‘de lidstaten’ suggereert dat alle lidstaten apart of gezamenlijk onderpand kunnen claimen. Maar in de oorspronkelijke tekst van de regeringsleiders staat alleen ‘lidstaten’. Dat suggereert dat individuele lidstaten extra zekerheden kunnen claimen, maar wie daaraan geen behoefte heeft doet het niet.

Wat was de bedoeling van de regeringsleiders? De tweede uitleg, zoals ook is op te maken uit de brief die De Jager gisteren aan de Kamer stuurde. De passage over de zekerheden in de verklaring van 21 juli is opgenomen in verband met de Finse eisen. Het ogenschijnlijk theoretische zinnetje over zekerheden kreeg vervolgens in Fins-Griekse onderhandelingen meteen vaste vorm. Nu het zover is, wil Nederland óf zelf zekerheden óf de Finse zekerheid blokkeren en daarmee het steunpakket.

Nederland wist van de Fins-Griekse onderhandelingen. Maar dat waren „technische gesprekken”, schrijft De Jager.

Onthoud het woord ‘technisch’. Dat is inmiddels de lievelingstoevoeging van het kabinet om problemen met gedoogpartner PVV rond de Griekse steun te smoren én de loyale oppositie van PvdA, D66 en GroenLinks juist binnen boord te houden.

    • Menno Tamminga