Rio is nogal wat van plan met zijn haven

Rio’s verpauperde havengebied moet het kloppend stadshart van weleer worden. Het krijgt een enorme opknapbeurt.

BRAZIL RIO DE JANEIRO. FRANK CHMURA/Hollandse Hoogte

In restaurant Rei do Cabrito (letterlijk: Koning van de Geit) zit Gisele Borges met bungelende voeten achter een grote fles Bohemia-bier. Het is rond drie uur ’s middags. Slechts twee tafeltjes van haar eethuis in de wijk Gamboa zijn bezet. Borges (53) woont in deze havenbuurt, die decennialang is verwaarloosd. Sinds kort gloort er echter weer hoop voor Gamboa. De gemeente Rio de Janeiro is begonnen met het drastisch opknappen van het vervallen en jarenlang genegeerde havengebied, zegt Borges. „Het is bijna niet te geloven.”

Neonlampen hangen aan het hoge plafond van de specialist in geitenvleesschotels. Opgewonden stemmen van de populaire middagsoap op de televisie galmen door het lokaal. Borges, een donkere vrouw met geblondeerd kroeshaar, werkt in een opslagplaats van worsten. Ze groeide op in Gamboa. Ondanks de teloorgang van het havengebied heeft ze er nooit willen weggaan. „Ik werd net geboren voordat Rio de Janeiro zijn status van hoofdstad verloor aan Brasilia. Daardoor nam het werk in de stad, en vooral in de haven, af en verloederde onze buurt. Maar mij zullen ze hier nooit weg krijgen.”

Jarenlang hebben beleidsmakers in Rio de Janeiro geprobeerd het oude havencentrum te vernieuwen. Door politieke strijd was dat onmogelijk. Maar de deelstaat Rio de Janeiro en de gelijknamige gemeente worden sinds 2009 – voor het eerst sinds tijden – geleid door dezelfde partij, de Partij van de Democratische Braziliaanse Beweging. Bovendien maakt die partij ook deel uit van de federale regering in Brasilia. Plotseling is daardoor van alles mogelijk in Rio de Janeiro. Het is een ommezwaai die ook te maken heeft met de Olympische Spelen die er in 2016 worden gehouden. Sinds twee jaar is de gemeente bezig met een ongekend ambitieus project: het revitaliseren van de havenbuurt, de plek waar Rio ooit is begonnen, een gebied van ruim 6 vierkante kilometer.

De facelift wordt geleid door het speciaal voor dit megaproject opgerichte CDURP: het stedelijk ontwikkelingsbedrijf van de havenregio van Rio. Socioloog en stedelijke planner Alberto Gomes Silva is er verantwoordelijk voor strategische planning en toezicht. „Het havengebied moet weer zoals vroeger het centrum van de stad worden”, zegt hij. „Rio is de afgelopen jaren in westelijke richting gegroeid, weg van het oude centrum. Die ontwikkeling moet gestopt worden. Een wijk als Gamboa moet weer leefbaar worden.”

Gamboa ligt vlak bij de befaamde pier van Mauá. Het is een van de oudste buurten van de stad, was in de 19de eeuw de favoriete woonplek van de aristocratie en de rijken van de toenmalige Portugese kolonie. De haven was in die tijd eveneens locatie van de grootste slavenmarkt van Latijns-Amerika.

Rond de tijd dat Rio de Janeiro zijn positie als hoofdstad kwijtraakte in 1960, liepen de activiteiten in de haven sterk terug. Veel mensen in omliggende wijken trokken weg wegens het gebrek aan werk.

Ooit moeten de smalle straatjes met pittoreske Portugese huizen, de antieke hangars en koloniale pakhuizen er prachtig hebben uitgezien. Nu is het vooral vergane glorie. In Rua Barão de São Felix, waar het lunchhuis van Gisele Borges is gevestigd, staan nauwelijks nog panden die niet afbladderen. Vuilnis en rommel ligt opgehoopt naast lantaarnpalen. In een zijstraat hangt een familie rond op een enorme sofa die midden op de stoep staat.

De renovatie van het havengebied zal echter niet beperkt blijven tot verfbeurten van oude gebouwen, zegt Gomes Silva. „Er zijn veel ongebruikte terreinen en die worden straks allemaal benut. Het moet weer aantrekkelijk worden om er te wonen. We gaan ervan uit dat het aantal inwoners binnen tien jaar oploopt van 22.000 naar 100.000.”

Op de pier van Mauá is al begonnen met de bouw van een nieuw museum (het Museum van Morgen), ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Kosten: bijna 60 miljoen euro. Op de kades vlakbij liggen imposante cruiseschepen.

Achter de pier en op andere plekken zullen hoge appartementencomplexen en kantoren verrijzen. Die zullen het aanzicht van de haven en wellicht van de stad dramatisch veranderen. Nu staan er in Rio niet zo heel veel gebouwen met meer dan 25 etages, maar straks doemen gebouwen op die tot vijftig verdiepingen tellen.

Maar waarom moeten die er ineens komen, vragen kritische architecten en stedenbouwkundigen in Rio, naast wijken met cultureel erfgoed? Roberto Magalhaes is een van de architecten die de gemeentelijke plannen nauwlettend in de gaten houden. „Je krijgt het idee dat bij de voorgenomen hoogbouw vooral rekening wordt gehouden met potentiële kopers die graag een mooi uitzicht willen hebben, en minder met de oorspronkelijke omgeving.”

Magalhaes is geen tegenstander van de renovatieplannen, maar wat hem dwarszit, is dat de verwezenlijking ervan voor een groot deel afhankelijk is van inkomsten uit de verkoop van appartementen en kantoren. „Stel dat de gemeente er niet in slaagt genoeg etages of panden te verkopen? Wat dan? Misschien zijn de plannen te ambitieus.”

Ambitieus is wellicht een understatement. Veel staat op stapel. Fietspaden met een totale lengte van 17 kilometer. Een tunnel (4 kilometer) met snelweg die onder het havengebied loopt. 15.000 te planten bomen. Een riolering- en waterleidingnetwerk van 700 kilometer dat vernieuwd wordt. Zo’n 70 kilometer aan wegen die hersteld worden. Nieuwe parken, crèches en scholen. Goed openbaar vervoer, zodat ook mensen zonder auto er hun weg kunnen vinden. Er moeten zonnepanelen op de daken komen.

Gomes Silva van gemeentebedrijf CDURP zal niet ontkennen dat het een groots project is. Het is volgens hem wel haalbaar. Zijn organisatie werkt nauw samen met particuliere constructiebedrijven. Het project is daarbij niet alleen afhankelijk van overheidsgeld, want er zijn ook particuliere investeerders bij betrokken. Het is een publiek-private samenwerking. Er is grote interesse in vastgoed, zegt Silva. „We zullen geen problemen hebben met de verkoop van panden. En we gaan niet zo maar lukraak grote complexen bouwen naast klassieke Portugese gebouwen of huizen. Daar zijn strikte regels voor.”

Zonder slag of stoot zal het allemaal niet gaan. Door de jaren heen zijn veel haventerreinen en loodsen ten prooi gevallen aan groepen daklozen. In enkele hangars zijn complete sloppenwijken opgetrokken. Ook hebben sambascholen er hun onderdak gevonden. Een aantal carnavalsscholen gebruikt de oude pakhuizen om er hun praalwagens op te bouwen.

De semi-illegale bewoners van opslagloodsen kunnen niet zomaar op straat worden gezet. Ze wonen er al jaren, oogluikend toegestaan door de overheid. Daarom zit Gomes Silva dezer dagen niet alleen aan tafel met grote vastgoedinvesteerders, maar ook met daklozen en sloppenwijkbewoners die hangars bezetten. „Zij zullen gecompenseerd worden”, benadrukt hij. „Er is binnen het project ook ruimte voor socialewoningbouw. We komen er wel uit. Het is ons er vooral om te doen dat het leven terugkeert naar de haven. Straks moet het hier weer gaan bruisen.”

Morgen: Rio de Janeiro in foto’s

    • Philip de Wit