Regels voor banken mogen soepeler

De banken hebben het grootste deel van de afgelopen vier jaar besteed aan het zich verzetten tegen strengere regels. Het is tijd om ze wat meer speelruimte te geven. Nu de markten instorten en economieën haperen, zijn de banken niet zozeer roekeloos, als wel afkerig van het nemen van risico’s. Als de toezichthouders de teugels laten vieren, zou dat ze kunnen aanmoedigen om weer meer kredieten te gaan verstrekken.

De aandelenkoersen in banken aan weerszijden van de Atlantische Oceaan zijn weer terug op de niveaus die voor het laatst werden gezien in het voorjaar van 2009. De marktwaarde van de meeste grote westerse kredietverstrekkers bevindt zich nu onder de waarde van hun ‘tangible common equity’ (een maatstaf die aangeeft hoeveel verliezen een bank kan dragen voordat het aandelenkapitaal verdampt), wat impliceert dat het onwaarschijnlijk is dat ze in de nabije toekomst een redelijk rendement op hun aandelenkapitaal zullen genereren. Beleggers vertellen de banken in feite dat ze moeten krimpen. Maar als kredietverstrekkers hieraan gehoor geven, zal dat de economische groei verder afknijpen.

Het versoepelen van de regels voor de banken ligt binnen de bevoegdheden van de nieuwe macroprudentiële toezichtscomités (opgericht na de kredietcrisis van 2008). Tot nu toe heeft het accent gelegen op de vraag hoe deze comités toekomstige zeepbellen kunnen laten leeglopen voordat ze barsten. Maar de onmiddellijke prioriteit kan wel eenshet nemen van stimuleringsmaatregelen zijn.

Eén radicale suggestie is het schrappen of uitstellen van het nieuwe Basel III-regime voor het bankkapitaal. Dat zou een vergissing zijn. Hoewel de nieuwe regels zeker niet vlekkeloos zijn, repareren ze een groot deel van de ontwrichtingen die de kredietcrisis op gang hebben gebracht. Het uitstel van Basel III zou bovendien weinig effect sorteren. Officieel worden de nieuwe regels pas in 2019 volledig van kracht, maar nu al wil iedere bank al in 2013 aan de minimumeis van een kernkapitaal van 7 procent voldoen.

Gelukkig is in de nieuwe regels een instrument opgenomen, dat is bedoeld om de pieken en dalen van de economische cyclus glad te strijken. Dit is de zogenoemde ‘anticyclische’ kapitaalbuffer, variërend van 0 tot 2,5 procent van de risicogewogen bezittingen. In goede tijden zou de buffer hoger moeten zijn als een zeepbel op het punt staat te gaan barsten. In slechte tijden kan de buffer omlaag. Als de toezichthouders dat voorstellen (bijvoorbeeld een buffer op 0,5 procent), is dat een krachtig signaal dat het versterken van de kapitaalposities van banken voorlopig ten einde is gekomen.

Het gebruik van de contracyclische buffer zou de banken niet helemaal de vrije teugels geven. De grootste banken van de wereld, die te groot zijn om failliet te mogen gaan, worden nog steeds met extra kapitaaleisen geconfronteerd. Landen als Zwitserland streven zelfs nog strengere regels na. Het is tijd dat de toezichthouders, die de afgelopen jaren vooral gereageerd hebben op de jongste inzinking, duidelijk maken dat ze net zo hard willen werken aan het voorkomen van de volgende.

Peter Thal Larsen

Vertaling Menno Grootveld

    • Peter Thal Larsen